Het loopje van Ono

Als ik Shinji Ono zie voetballen, denk ik vaak even aan zijn hondje Chocolat. Het is een Jack Russell, zo'n fel ettertje. Het beest is vernoemd naar de kleur van zijn vacht, om en om gedoopt in bruine en witte cholade. Ono is gek met zijn hond. Als het even kan, laat hij Chocolat zelf uit.

Ono en ik wonen aan hetzelfde grasveldje. Tot voor een half jaar zag ik hem regelmatig over het gras struinen met zijn hond. Weggedoken in de kraag van een hippe jas maakte hij een half uur voor de training bij Feyenoord nog snel even een rondje. Dat is niet meer. Sinds enige tijd mogen op het veldje geen honden meer worden uitgelaten. Er staan aan weerszijden verbodsborden. Ono moet nu met Chocolat aan de lijn uitwijken naar het brede trottoir aan de binnenhaven. Ono raakte zijn vaste loopje kwijt.

De middenvelder is bijna het hele seizoen al geen schim van de speler die een paar jaar geleden na een doelpunt zo mooi werd opgetild door Pierre van Hooijdonk. Gisteren tegen Ajax bestond zijn voornaamste actie uit het aanspelen van Kuyt, vlak voor het doelpunt. Even zag ik weer zijn klasse. Hij trapte de bal uit stand vijfentwintig meter weg. Verder was Ono onzichtbaar en dat op een plaats in het elftal waar wonderen worden verwacht.

Ono is normaal gesproken de beste voetballer bij Feyenoord. Hij is een tweebenige technicus en heeft een innige verhouding met de bal. Het is alleen of Ono zelf niet meer in zijn kwaliteiten gelooft. Ono is flets geworden.

Het valt ook niet mee om Ono te zijn.

Met grote regelmaat vliegt hij naar Japan om voor het nationale elftal te spelen. Hij is daar, samen met Nakata, de grote voetbalheld. De Feyenoordshirts met die drie letters erop zijn niet aan te slepen. Ono is een speelbal van zijn eigen commerciële succes geworden. Het vliegveld staat bij aankomst vol met camera's en handtekeningenjagers. Ono kan in Tokio niet gewoon over straat. Eigenlijk is hij in het voor hem zo rustige Nederland beter af.

Een half jaar geleden gaf ik mijn zoontje fietsles op de stoep langs het grasveldje. Ono maakte net een rondje met Chocolat en zag een jongetje vervaarlijk heen en weer zwabberen op een fiets. Hij liep mijn kant op en ging met een grote glimlach op zijn hurken zitten, met Chocolat braaf aan zijn zijde.

Het kinderfietsje stopte tot vlak voor Ono. Chocolat begon te blaffen. Mijn zoontje zag er niet zoveel onheil in en stak zijn hand uit naar het beest. Chocolat rolde het wit van zijn ogen tevoorschijn en zette zijn bek open, klaar om te bijten.

,,Chocolat!'', schreeuwde Ono. ,,Chocolat!''

Ono deelde een tik uit. Nog steeds hoorde hij gegrom. Voor onze ogen wilde hij laten zien wie de baas was. Hij pakte de bek van het beest beet en duwde de kaken op elkaar. Ik vond het wel genoeg zo. Ono niet. Hij kwam met zijn gezicht dicht bij de hond en beet opeens hard in zijn snuit. Chocolat jankte en kromp ineen.

Deze Ono, de lieve Japanse voetballer met dat beetje gif, deze Ono is zoek. Zijn vriendin loopt steeds vaker met het hondje terwijl haar vriend een paar kilometer verderop sjokt op het trainingsveld. Hij heeft Gullit al eens verteld dat hij zo moe is, alsof hij met een juten zak rijst over een berg moet.

Ono mag deze week een wedstrijd met het Japanse elftal overslaan. Hij blijft thuis. Hoewel het grasveld er de laatste maanden een stuk schoner op is geworden, zou ik voor Ono de verbodsborden uit de grond willen trekken. Vrij baan voor Chocolat en zijn baas. Het loopje van Ono moet terug.