Het beeld

De enige die gisteren nog op televisie beweerde dat Nederland in brand stond was de Vlaamse rechts-extremistische leider Filip Dewinter in Buitenhof. Zijn landgenoot en tegenstrever, schrijver Tom Lanoye, vond dat Nederlanders moeten ophouden met zichzelf te kleineren. Een vergelijkbare analyse gaf Arnon Grunberg, het `huisspook' van het VPRO-kunstprogramma R.A.M. Volgens deze auteur is het altijd en overal oorlog, maar is Nederland nu niet méér in oorlog dan het vóór de moord op Theo van Gogh was.

Er waren zondag veel schrijvers op tv. Zo signaleerde Kees Fens in een aan dichter-schilder Lucebert (1924-1994) gewijde aflevering van AVRO Close-up de neiging het werk van dichters te reduceren tot een enkele strofe. Dus begon de rommelige documentaire Zoeken naar Lucebert van Hans Quatfass met `Er is een grote norse neger in mij neergedaald' en eindigde hij met de lichtreclame `Alles van waarde is weerloos' op het gebouw van een verzekeringsmaatschappij.

Het is goed bedoeld, maar het werkt averechts, zo'n cursus Lucebert voor beginners. Veel beter is de rubriek Spraakmakers (Canvas), interviews van een half uur met toonaangevende cultuurdragers. Gisteren sprak Monica Moritz met Hella S. Haasse: een ontmoeting op niveau. Verhelderend was de introductie door de interviewster van het Javaanse begrippenpaar alus en kasar, wat je zou kunnen vertalen met respectievelijk `fijnzinnig, hoffelijk, in overeenstemming met de erecode' en `grof, ongegeneerd'. Natuurlijk vinden Javanen (en Belgen) Hollanders kasar en worden werk en karakter van de 86-jarige Haasse vanzelfsprekend beïnvloed door haar jeugd in een alus-omgeving.

Ik moest denken aan de documentaire van Machteld van Gelder die Het uur van de wolf onlangs aan Haasse wijdde en die begon met een opmerking van interviewer Max Pam buiten beeld: ,,Als ik zo die oude foto's van jou zie, dan moet jij vroeger een genadeloos mooie vrouw zijn geweest.''

Misschien is die tegenstelling kasar-alus wel cruciaal voor de problemen van Nederland in de omgang met eigen en vreemde culturen. Grunberg interviewde in R.A.M de Nederlandse schrijver Frank Westerman in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika van het Belgische Tervuren naar aanleiding van zijn boek El Negro en ik, over een in de 19de eeuw opgezette inwoner van het huidige Botswana in een Catalaans museum. Ook betoogt voormalig ontwikkelingswerker Westerman aan de hand van zijn ervaringen bij de irrigatie van een indiaans dorp in Peru dat westerse superioriteitsgevoelens nog steeds bepalend zijn voor de gedachte dat de Aymara-indianen zich zouden moeten ontwikkelen. En dat de door ons `geholpen' Javanen of Aymara hun voorouders vereren en wij ons schuldig voelen over het koloniale verleden. Zo bekeken wordt het uit piëteit herbegraven van een museumstuk een wonderlijke mentale operatie.

Praten met schrijvers biedt een nuttig aanvullend perspectief op de verplichte integratie van moslims in onze norse, door onzekerheid over eigen identiteit getekende schuldcultuur.