`God kan zijn eigen rechten handhaven'

,,Ik meende dat het sedert lang vaststond dat God zijn regten zelf weet te handhaven'. Dit zei de geestelijke vader van ons Wetboek van strafrecht, minister Modderman (Justitie) bij de behandeling van dit wetboek dat dateert uit de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Nederland had na de Franse tijd afscheid genomen van strafbaarstelling van smalende godslastering. Modderman wilde dat zo houden. Er kwam alleen een strafbepaling tegen het beschimpen van bedienaren van een godsdienst en voorwerpen van de eredienst.

Dit veranderde in de jaren dertig van de vorige eeuw, de woelige periode die vooraf ging aan de Tweede Wereldoorlog. Minister van Justitie J. Donner, de grootvader van de huidige minister, bracht de thans geldende strafbaarstelling van smalende godslastering in het Wetboek van strafrecht. De Tweede Kamer (toen nog 100 leden) stemde 49-44 vóór, de Senaat 28-18.

Alleen het Godsbeeld zelf wordt beschermd, dus niet Maria als Moeder van God maar de eucharistie weer wel. Bepalend zijn ,,de godsdienstige opvattingen die in ons volk leven'', aldus het handboek strafrecht van Noyon-Langemeijer-Remmelink. De maximum strafmaat steekt af tegen die van belediging van de wereldse majesteit: 3 maanden tegen 5 jaar.

Tot veel strafzaken heeft de Wet-Donner niet geleid. Een man in Dordrecht werd aangepakt wegens de verzuchting ,,De God die de tuberkelbacil heeft geschapen is geen God maar een misdadiger''. Het meest bekend werd de strafbepaling door de vrijspraak in 1968 van de schrijver Gerard van het Reve in het zogeheten Ezeltjesproces. Dit ontleende zijn naam aan een metafoor van de zelfbenoemde `Volksschrijver' waarin deze sprak van een tweede incarnatie van het opperwezen als ezel, die hij ,,meteen naar bed zou nemen''. Maar wel met ,,omzwachtelde hoefjes, dat ik niet teveel schrammen krijg als Hij spartelt bij het klaarkomen''.

Na de vrijspraak van Reve werden nog wel redacteuren van het Amsterdamse studentenblad Propria Cures vervolgd wegens een speciaal Jezus-nummer waarin de zoon van God werd aangeduid als ,,kampioen surfrider'' en ,,amateur-ombudsman'' maar de fut was uit de strafbepaling. Geen wonder, noteerde de hoofdredacteur van Het Vrije Volk en latere hoogleraar strafrecht Th. van Veen: met theologen die een God-is-dood-theorie verkondigen werd ook strafrechtelijk een periode afgesloten.