Eerste hoogleraar sportgeschiedenis

Theo Stevens is per 1 december benoemd tot bijzonder hoogleraar sportgeschiedenis aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Het College van Bestuur van de VU heeft deze maand ingestemd met de aanstelling. Het initiatief voor deze leerstoel is genomen door NOC*NSF. Stevens is voor vier jaar aangenomen en moet in die periode zijn vak academische status geven.

Stevens (67) was tot 1997 werkzaam als historicus met Nederlands-Indië als specialiteit. Dat jaar stapte hij over naar sportgeschiedenis. ,,Omdat daar nog zoveel is te doen en te ontdekken'', zoals hij nu zegt. Tot aan zijn pensioen twee jaar geleden werkte hij voor de Universiteit van Amsterdam. Daar gaf hij zeven jaar geleden als eerste op deze universiteit een werkcollege over sportgeschiedenis. Vanaf komende maand wordt de VU dus zijn nieuwe werkgever. De vakgroep sportgeschiedenis wordt verdeeld onder de faculteiten Bewegingswetenschappen en Letteren.

Door de benoeming kunnen studenten met belangstelling voor sportgeschiedenis afstuderen in dit onderwerp. Ook wil Stevens een fundament leggen onder zijn specialisme. ,,Bij mijn afscheid over vier jaar wil ik een boek over Nederlandse sportgeschiedenis presenteren. Verder wil ik mensen opleiden die de fakkel overnemen als mijn tijd erop zit.''

Naast zijn werk aan de VU gaat Stevens als conservator werken voor een op te richten sportmuseum in Amsterdam. Met steun van adviseurs zal hij actief gaan zoeken naar attributen en archieven uit het nationale sportverleden.

De belangstelling van Stevens zelf gaat vooral uit naar de wielergeschiedenis. Hij werkt al een tijd aan een onderzoek naar Jaap Eden, wereldkampioen schaatsen én wielrennen aan het eind van de negentiende eeuw. Verder is hij medewerker van het digitale olympisch archief van NOC*NSF.

Sport is dit jaar doorgebroken als academisch studieonderwerp. In februari werd Ruud Koning door de Rijksuniversiteit Groningen aangesteld als bijzonder hoogleraar sporteconomie. De Rijksuniversiteit Utrecht benoemde per 1 november Maarten van Bottenburg tot bijzonder hoogleraar sportontwikkeling.