Blasfemie niet overal strafbaar

Niet elk Europees land kent een wettelijk verbod op godslastering. Duitsland en Frankrijk bijvoorbeeld hanteren algemener geformuleerde verboden van belediging van gelovigen. Bovendien leiden wettelijke verboden in Europa zelden tot veroordeling.

Paragraaf 166 van het Duitse wetboek van strafrecht luidt: ,,Wie openlijk of door verspreiding van geschriften de inhoud van religieuze of wereldbeschouwelijke overtuiging van anderen op zodanige wijze beschimpt dat hiermee de openbare vrede wordt verstoord, wordt met een vrijheidsstraf tot drie jaar of met een geldboete gestraft.'' In Frankrijk verbiedt artikel 29 van de Wet op de Pers smaad, ,,een feit bewerend dat de eer of het aanzien aantast van een persoon of van de groep waartoe hij of zij behoort''.

De meeste discussie is er in het Verenigd Koninkrijk, dat wel een strafrechtelijk verbod van blasfemie kent. Het wetsartikel krijgt van socialisten en liberalen kritiek, omdat het alleen de christelijke kerk beschermt. Met dit argument verwierp het Hof van Beroep begin jaren negentig een klacht wegens godslastering van moslimorganisaties tegen The Satanic Verses van Salman Rushdie. Op grond van hetzelfde Britse wetsartikel evenwel werd verspreiding van een erotische video over een zestiende eeuwse non verboden. Vorige maand liet minister van Binnenlandse Zaken Blunkett weten een nieuw strafrechtartikel voor te bereiden dat het opwekken van haat tegen een religie strafbaar stelt.

In België spande begin 2002 de vereniging België en Christenheid een proces aan tegen de organisator van de tentoonstelling Irreligia. Kunstwerken met zwavel – volgens klagers het symbool van de duivel – en hakenhuizen waren tentoongesteld in een katholieke kerk in Jette. De klacht wegens `godslastering en verhindering van de uitoefening van een cultus' (artikelen 143 en 144 van de Belgische strafwet) werd afgewezen.