Akzo's groei zit bij farma

Na twee jaar neergang moet chemieconcern Akzo Nobel weer gaan groeien. Het bedrijf gokt op nieuwe medicijnen.

,,We hebben een keerpunt bereikt'', zei bestuursvoorzitter Hans Wijers van verf- en farmacieconcern Akzo Nobel vanochtend aan de ontbijttafel in een Londens hotel, voorafgaand aan een bijeenkomst voor financiële analisten. De oud-minister van Economische Zaken (D66) toonde zich optimistisch over wat hij het afgelopen jaar als nieuwe baas van Akzo heeft bereikt. ,,We zijn weer klaar om te gaan groeien.''

Akzo heeft al twee jaar, net als vele andere bedrijven, last van stijgende pensioenkosten, een ongunstige dollarkoers en een zwakke wereldeconomie. Maar bij Akzo zitten de problemen dieper. Twee jaar geleden verloor het zijn patent op het bestverkopende product, het antidepressivum Remeron. Concurrenten kwamen daarna met goedkope kopieën van dit medicijn op de markt. De omzet van Remeron, in 2002 nog ruim 700 miljoen euro, zakte in. En Akzo had geen nieuw medicijn om het gat op te vullen.

Dat vroeg om maatregelen. Inmiddels is bijna 10 procent van de 68.000 arbeidsplaatsen binnen het bedrijf geschrapt. En bij de divisie chemicaliën heeft Wijers dit jaar voor 1 miljard euro aan onderdelen verkocht – het bedrijf haalde vorig jaar een omzet van 13 miljard euro. ,,We hebben weer ademruimte'', zei hij vanochtend.

Voor de toekomstige groei van Akzo gokt Wijers vooral op de medicijnen die de komende jaren op de markt moeten komen. Het verkoopt nu al twee nieuwe anticonceptiemiddelen waarvan de omzet, hoewel betrekkelijk gering, voorlopig blijft toenemen. En vijf andere medicijnen moeten vanaf 2006 op de markt komen. Onder andere een middel dat patiënten binnen 30 seconden uit narcose haalt, en een nieuw medicijn tegen schizofrenie.

Maar Wijers weet dat de farmacie een spel is met veel risico's. De kosten om een medicijn te ontwikkelen en te promoten zijn hoog. En zelfs al staat een medicijn op het punt om op de markt te komen, dan nog kan het mislukken. Bijvoorbeeld omdat de autoriteiten die medicijnen moeten goedkeuren bezwaren maken.

Akzo heeft vertrouwen in zijn nieuwe medicijnen. Waarom? ,,Van sommige producten ben je gewoon zekerder dan van andere'', zei bestuurslid Toon Wilderbeek, die ook aan de ontbijttafel zat. Hij is verantwoordelijk voor de farmaciedivisie. Volgens hem draait het in deze business om slechts één ding: ,,nieuwe producten, nieuwe producten, nieuwe producten''.

Of Akzo nog meer gaat snijden in zijn divisie chemicaliën, wilde Wijers niet zeggen. Het heeft er alle schijn van. Het bestuurslid dat verantwoordelijk was voor deze divisie, is afgelopen zomer vervangen. De nieuwe man is nadrukkelijk gevraagd om nog eens goed naar alle onderdelen te kijken, en aan te geven waar Akzo wel en niet kan uitblinken. Volgend jaar juni worden de consequenties duidelijk, liet Wijers weten.

Het is de verfdivisie die voor Akzo de komende jaren het belangrijkste zal zijn. Het bedrijf is al 's werelds grootste verfproducent, maar toch heeft het volgens Wijers maar 8 procent van de wereldmarkt. Kansen genoeg voor overnames. Hoewel hij benadrukte hoe moeizaam dat kan zijn. ,,Verfbedrijven zijn vaak familiebedrijven. Je onderhandelt jarenlang omdat je te maken krijgt met ooms, tantes, neven, nichten'', zei Wijers.

Akzo wil zijn verfactiviteiten met name uitbreiden in opkomende economieën als China, India en Rusland. De industrie groeit daar snel. En schepen, bruggen of stalen frames van kantorencomplexen hebben nou eenmaal een beschermende laag verf nodig. Net als auto's en woningen. Ook die nemen in aantal snel toe, omdat de middenklasse groeit. ,,India heeft nu al een consumentenmarkt die vergelijkbaar is met Spanje'', zei Wijers. Het gemiddelde gebruik van verf in India ligt op 1 liter per persoon per jaar. In het sommige westerse landen is dat 25 liter.