Willy Loman in het oerwoud

Een woud van planten staat er op de bühne, meer dan manshoog en bijna ondoordringbaar. De acteurs banen zich er toch een weg doorheen; als Indianen komen zij door het gebladerte aangeslopen en als dollemannen gaan zij door hetzelfde oerwoud af, ravages aanrichtend aan de tere takken.

Dit plantaardige decor, van de Duitse ontwerpster Kathrin Brack, zou je niet bij de Dood van een handelsreiziger verwachten. De hoofdpersoon heeft immers alleen maar de beschikking over een tuintje waarin door het gebrek aan zon niets maar dan ook niets wil groeien. Is de jungle achter de bank waarop Willy Loman zit een onderdeel van zijn dromen? Hoort het groen bij het buitenhuis waar hij al jarenlang vergeefs naar smacht? Of wil regisseur Luk Perceval er een statement mee maken over het kapitalisme, dat een jungle is? Hoe dan ook, het is een drukte van belang daar in die bosjes, en misschien is het ook wel heel druk in Willy Lomans hoofd.

Oorspronkelijk noemde auteur Arthur Miller zijn stuk The Inside of His Head. En zo, als een verhaal dat zich in Lomans hoofd afspeelt, probeert Het Toneelhuis het drama ook te brengen. Het lukt niet helemaal, want beelden die inderdaad aan Willy's fantasie zouden kunnen ontspruiten worden onderbroken door scènes die hij onmogelijk zelf kan hebben bedacht. Maar desondanks krijgen we zicht op Lomans angsten en verlangens. Die bezoeken hem in de nacht voor zijn fatale zelfmoord.

Willy Loman, zojuist ontslagen na zesendertig jaar trouwe dienst, klampt zich vast aan de American Dream. Bezeten als hij is van het idee dat je het in het leven moet maken ontgaat hem de kern van dat leven. Hij ziet zijn kinderen niet zoals zij zijn. Hij ziet zichzelf niet zoals hij is. Hij ziet het kapitalisme niet zoals het is. Maar ergens in zijn onheldere brein daagt een besef van wat er mis ging – met hemzelf vooral.

De Willy Loman van acteur Josse De Pauw vecht dat innerlijke conflict uit in een staat tussen slapen en waken. Versuft staart hij naar de televisie en af en toe mompelt hij wat. Zijn in zichzelf gekeerde monologen zijn vaak slecht te verstaan. Aanvankelijk irriteert dat omdat zoveel woorden van Arthur Miller nu de mist ingaan. Later ga je De Pauws alleen maar schíjnbaar slonzige spel juist waarderen. Hier denkt iemand eerlijk na terwijl hij zichzelf voor de gek houdt.

Het tastende van de gedachten, het horten en stoten op weg naar een dubieus inzicht: dat alles uit De Pauw in een zwaar Antwerps accent. Het is de taal van een onontwikkeld mens, maar een karikatuur wordt deze handelsreiziger in zijn proletarische hemdje nergens.

Dat ligt bij de overige personages wel wat anders. Perceval castte vrijwel uitsluitend acteurs met een surplus aan spekvet en waar die pens aan Loman extra tragiek verleent maakt hij de bijfiguren tot lachwekkende dikkerds. Hun demonstratieve geblubber met buiken leidt van hun rollen af en het vermindert de ernst van een belangrijke strijd in het stuk: die tussen Loman en zijn zonen. Gielens' creatie van de opstandige zoon Biff bestaat behalve uit vleesvertoon voornamelijk uit getier. De al te aangepaste zoon Happy (Stefan Perceval) valt daarbij volkomen in het niet.

Een onevenwichtige Dood van een handelsreiziger is dit geworden. Maar De Pauws Willy Loman mag men niet missen en Bracks bevende bosjes intrigeren tot aan het bittere eind.

Voorstelling: Dood van een handelsreiziger, door Het Toneelhuis. Tekst: Arthur Miller. Vertaling: Jan van Dijck. Regie: Luk Perceval. Gezien: 10/11 Bourla, Antwerpen. Tournee t/m 23/12. Inl: 0032-32248844 of www.toneelhuis.be.