`Wij zijn een land van sorry-zeggers'

Schrijver Jonathan Coe trok veel publiek op Crossing Border. Maar zijn optreden bood in literaire zin minder dan dat van zijn collega Denis Johnson.

Een popband trad op met een strijkkwartet, een schrijver liet zich begeleiden door een nachtclubact, een dichter speelde voor diskjockey. Op de tweede avond van Crossing Border deed het festival waarvoor het in het leven geroepen is: grenzen overschrijden. En voor het eerst sinds jaren gebeurde dat in een bij voorbaat uitverkocht huis. Al om half acht was de Koninklijke Schouwburg vol en bedelde een tiental mensen bij de deuren om teruggegeven kaartjes.

Een van de kopstukken op de vrijdagavond was de Engelse schrijver Jonathan Coe. Onlangs publiceerde hij de politieke satire The Closed Circle, een mooi vervolg op zijn briljante jaren-zeventigroman The Rotters' Club (2001). Drie jaar geleden kwamen er naar zijn optreden in de Amsterdamse Balie 26 bezoekers, dit keer dromden er meer dan vier keer zoveel samen in een van de achterkamertjes van de Haagse Schouwburg. ,,We're a nation of apologisers,'' zei Coe nadat hij bij wijze van introductie had verteld dat de Engelsen geen equivalent voor bon appétit kennen (,,als wij iemand een maaltijd voorzetten zeggen we sorry''). Voor het lawaai dat hij en twee van zijn vrienden gingen maken, wilde hij zich graag alvast verontschuldigen.

Dat was niet helemaal valse bescheidenheid. Coe begon met een mooi kort verhaal over een besluiteloze barpianist (dromend van de toekomst met een vrouw die hem net heeft gevraagd naar een plaats om te overnachten), waarbij hij zich liet bijstaan door wat verdwaalde pianoklanken. Daarna las hij gedichten voor – uit zijn romans House of Sleep en The Closed Circle – die met onvaste en soms ronduit valse stem werden nagezongen door zijn (Franse) vriend Louis Philippe. Het hielp ook niet dat Coe zelf achter de keyboards plaats nam; dit was duidelijk een grens te ver. Het publiek dacht ongetwijfeld terug aan de geestige opmerking die de beroemde schrijver een kwartier eerder had gemaakt: `Think of us as your family. Be forgiving.'

Literair was er meer te beleven in een ander foyertje, waar de Amerikaanse cultschrijver Denis Johnson werd geïnterviewd door de Nederlandse would-be-cultschrijver Thomas van Aalten. Johnson omschreef zichzelf als een `gekke religieuze zoeker', maar de twee verhalen die hij voorlas uit zijn beroemdste bundel, Jesus' Son (1993), waren alles behalve kwezelachtig. Hij kreeg de lachers op zijn hand met het verslag van een gebeurtenis op een eerste-hulppost, en maakte iedereen benieuwd naar zijn op stapel staande roman Tree of Smoke, waaraan hij naar eigen zeggen 23 jaar had gewerkt, maar waaruit hij helaas niet voorlas.

Het meeste bekijks trok gisteravond de singer-songwriter Rufus Wainwright in de grote zaal van de Schouwburg. Vijf jaar geleden bezong zijn vader, Loudon Wainwright III, op Crossing Border niet alleen zijn tragikomische leven maar ook de moeizame verhouding met zijn kinderen. Nu is de zoon zijn vader in succes ver voorbijgestreefd. Rufus Wainwright zong met zijn hoge, tegen het geknepene aanleunende stem zowel liedjes aan de piano als met de gitaar op zijn knie; hij wisselde de muziek af met aankondigingen waarin hij onder meer fulmineerde over de Amerikaanse verkiezingen en de heerschappij van `King George II'.

Grenzen stak Rufus Wainwright niet over – of het moest de generatiekloof zijn. Dezelfde generatiekloof die iets later ook werd gedicht door de leden van het uit deze krant bekende online jongerenmagazine Spunk. Nadat Renske de Greef, Hannah Buenting en Raoul de Jong hadden voorgelezen uit hun eerste publicaties, mochten ze plaatjes draaien in de benedenfoyer. Hun opvallendste keuze: het 35 jaar oude `Octopus's Garden' van de Beatles.