Wand tussen groepen in VS poreuzer dan in Europa

Europese landen hebben volgens Francis Fukuyama een traditie om mensen meer als lid van een groep dan als individu aan te spreken. Dat belemmert de integratie.

,,Amerika gaat beter om met integratie dan Europa, ondanks het huidige Amerikaanse imago van religieus fanatisme. Een belangrijke factor is dat burgerschap hier los wordt gezien van etnische en religieuze achtergrond. Daardoor kunnen mensen met talent makkelijker verder komen en volledig worden geaccepteerd.''

Dat zegt Francis Fukuyama, hoogleraar internationale politieke economie aan de School of advanced international studies van John Hopkins University in Washington. De schrijver, wereldbekend door zijn boek The End of History and the Last Man, is tegenwoordig bezig met staatsvorming. Dit voorjaar publiceerde hij State-Building: Governance and World Order in the 21th Century.

Fukuyama heeft veel gereisd in Europese landen. Hij meent dat Nederland het in principe beter heeft gedaan dan Duitsland en Frankrijk, maar de moord op Theo van Gogh legt zijns inziens een probleem bloot dat alle liberale democratieën onder ogen moeten zien: als moslims in hun midden de tolerantie en het pluralisme van die democratieën niet aanvaarden, wat dan?

Volgens Fukuyama bestaat in Nederland en andere Europese landen een traditie om mensen meer als lid van een groep dan als individu aan te spreken. De Verenigde Staten gaat uit van individuen. Ook dat maakt integratie makkelijker. Maar hij zegt niet: schaf die zuilen nu maar af. Daarvoor is de geschiedenis te lang.

Met de voorzichtigheid van de wetenschap, weet Fukuyama een ding heel zeker. ,,Europeanen moeten tegen hun moslim immigranten zeggen: wij hebben in Europa een gemeenschappelijke, universalistische, op de Verlichting gebaseerde cultuur. Als je die aanvaardt, word je volledig als burger geaccepteerd en mag je er op rekenen te worden behandeld als een etnische Europeaan.''

Fukuyama is er van overtuigd dat Europese politici deze sleutelkwestie hebben omzeild. Maar uitstel helpt niet, bezweert hij. De Duitse christen-democraten hebben er een ongelukkig begin mee gemaakt toen zij vier jaar geleden over het begrip Leitkultur – toonaangevende cultuur – gingen spreken. Het begrip viel uiterst ongelukkig in het mijnenveld van de Duitse geschiedenis en werd snel afgevoerd.

,,Toch zullen Europese politici opener en directer met deze kernkwestie moeten omgaan'', zegt Fukuyama. ,,Zij moeten ophouden het verband tussen immigratie en misdaad, dat in veel Europese steden wordt ervaren, te ontkennen. Het verband tussen ras en misdaad is in de Verenigde Staten ook lang ontkend. In Europa is er geen religieus motief voor dit soort misdaad, en ik zeg helemaal niet dat moslims meer zijn geneigd tot misdaad, maar er zijn wel sociologische redenen voor.''

Een vergelijkbare waarneming komt van Peter Skerry, hoogleraar politieke wetenschappen aan Boston College, en `senior fellow' aan de Brookings Institution, een denktank in Washington. Skerry werkt aan een boek dat gaat heten Will Allah Bless America? Muslims in the United States. US immigration policy at the Millennium. Hij publiceert al jaren over immigratie en burgerschap, ook in vergelijking met Frankrijk en Duitsland.

,,Wij Amerikanen hebben niet veel beter dan de politieke en schrijvende elite in Europa geleerd om te luisteren naar wat gewone mensen zeggen over immigratie. Het is erg makkelijk om dat snel af te doen als xenofobie. Maar er zijn concrete redenen waarom mensen huiver hebben voor immigratiestromen. Kijk wat er gebeurt in openbare scholen, huisvesting of ziekenhuizen. Veel mensen hebben het gevoel dat zij overspoeld worden. Dat wordt vaak bekeken als een onderwijs- of gezondheidszorgvraagstuk, maar de aantasting van het sociale weefsel is een gevolg van immigratie.''

Ook Skerry ziet een parallel tussen de Europese weerzin om de dingen bij de naam te noemen en het misdaaddebat in de Verenigde Staten in de jaren zestig. ,,De progressieven zeiden toen: het verband leggen tussen misdaad en ras is racisme. Zij hebben heel wat verkiezingen moeten verliezen voordat zij begrepen dat er een rationeel verklaarbare angst bestaat dat de samenleving onherstelbaar beschadigd wordt.''

Tegen zijn denkbeeldige toehoorders in het Nederlandse en Europese openbaar bestuur zegt Skerry: ,,Er is maar één oplossing: hard zijn voor mensen die de wet overtreden, immigrant of niet. Raak niet verstrikt in elitaire, multiculturele redeneringen die geen rekening houden met de mensen die de immigratie aan den lijve ondervinden. Probeer iets te doen aan hun problemen, en reageer niet alleen met een betoog over de Verlichting en de Tolerantie.''

Het kwam er uit als een naschrift bij een meer algemene verklaring die Skerry had gegeven van Amerika's schijnbaar gemakkelijker omgang met nieuwkomers uit de hele wereld. De Verenigde Staten zijn per definitie een land van immigranten, zegt Skerry. ,,Bovendien, dit is ook een veel meer religieuze samenleving dan Europa. Moslims voelen dat aan en het bevalt hen. Zij zien dat Amerika open staat voor religieuze concurrentie. Zij durven die concurrentie best aan.''

Ook Skerry ziet grote voordelen in de Amerikaanse benadering van immigranten als individuen in plaats van groepsleden. De verzuilde Nederlandse benadering heeft het risico dat mensen in hun eigen hoek blijven zitten. ,,In de Verenigde Staten zijn de wanden tussen groepen veel poreuzer. Wie zijn etnische of religieuze afkomst achter zich wil laten, kan dat doen. Daardoor is er meer mobiliteit en hebben immigranten meer kansen om hun eigen plek te vinden.''

Peter Skerry voegt er aan toe: ,,Ik vind het moeilijk om te zeggen, maar denk niet dat wij Amerikanen het allemaal zo veel beter doen. Misschien dat immigranten uiteindelijk iets beter op hun pootjes terecht komen dan in veel Europese landen. Maar wij spelen ook politieke spelletjes. Dat leidde tot zo'n crisis als die rond Proposition 187, het amendement dat de kiezers van Californië in 1994 aannamen. Dat was dramatisch, het verbood iedere vorm van steun, en zelfs onderwijs aan illegale immigranten of hun kinderen. Het is later door de rechter ongrondwettig verklaard, maar het was een uiting van woede door de mensen die zich genegeerd voelen. Onder de ja-stemmers waren veel zwarten en latino's.''

Jonathan Laurence, een wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan Harvards Europa-centrum, legt bij de Brookings Institution de laatste hand aan een boek over de betrekkingen tussen de overheid en de moslim-gemeenschap in Frankrijk. Hij blijkt de ontwikkelingen in Nederland, zeker sinds de moord op Pim Fortuyn nauwkeurig te hebben gevolgd. ,,Anders dan in Frankrijk leek Nederland altijd op zijn gemak met immigratie en verschillen van achtergrond. Diversiteit was bijna een doel op zichzelf. Een gevolg was dat men lage eisen stelde aan de mate van assimilatie van immigranten. Nu kun je zeggen dat Nederland te veel het voordeel van de twijfel heeft gegund aan natuurlijke inpassing. Dat waren onrealistische verwachtingen.''

Zowel Fukuyama als Skerry en Laurence menen dat Nederland niets te leren heeft van de Franse aanpak van de moslim-minderheid. Het hoofddoek-verbod is in Amerika met verbijstering bekeken. Maar de justitiële aanpak van moslim-extermisme wordt even effectief geacht als de Amerikaanse. Dat geldt nog niet voor Nederland.

Wat zouden Nederlandse bestuurders kunnen doen om de situatie niet verder uit de hand te laten lopen? Jonathan Laurence: ,,Op een podium gaan staan met goede moslims die het gebeurde even verschrikkelijk vinden. Die verantwoortdelijke moslims helpen zich te organiseren. In Amerika zijn mensen tamelijk schaamteloos gepromoveerd vanwege hun achtergrond, als symbool van acceptatie. Dat kan ook helpen.''