Vrije kennis

De Britse overheid wil gratis wetenschapsbladen niet ondersteunen. Toch liggen wetenschappelijke uitgevers onder vuur.

EEN KNIEVAL voor de lobby van machtige uitgevers. Zo duidde de Britse parlementariër Ian Gibson afgelopen week de weigering van zijn regering om zich vierkant op te stellen achter wetenschappers die de markt voor wetenschappelijke publicaties willen openbreken. De wetenschappers pleiten voor `open toegang' (open access), een systeem waarin resultaten van onderzoek voor iedereen vrij toegankelijk zijn. Wetenschappelijke tijdschriften zouden financieel niet langer moeten drijven op abonnementsgelden, maar op de bijdragen van auteurs die betalen voor publicatie van onderzoeksresultaten.

Volgens Gibson, voorzitter van een commissie die de markt voor wetenschappelijke publicaties heeft doorgelicht, zou de Britse regering wetenschappers moeten verplichten om resultaten van onderzoek dat met overheidsgeld is gefinancierd via internet vrij toegankelijk te maken. De Britse regering ziet weinig in dit voorstel en enkele andere plannen van Gibson. Een systeem waarin auteurs betalen voor publicatie van hun onderzoek zou voor Groot-Brittannië wel eens duur kunnen uitvallen, omdat het land mondiaal 5,3 procent van de wetenschappelijke publicaties genereert en niet meer dan 3,5 procent van de abonnementen betaalt. De Britse regering vindt dat de markt maar moet uitmaken welk systeem van publiceren het meest geschikt is.

Toch boeken de voorstanders van gratis toegang progressie. Afgelopen zomer zegde marktleider Elsevier toe dat auteurs hun eigen artikelen na publicatie in een vaktijdschrift voortaan op hun website mogen plaatsen – zij het zonder plaatjes en verklarende diagrammen. Opname van publicaties in een centrale database blijft verboden. De Britse Wellcome Trust zal in de toekomst alleen nog onderzoek financieren als de resultaten binnen een half jaar na publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift óók in een openbaar bestand komen. Het Amerikaanse National Institute of Health wil een vergelijkbare eis gaan stellen.

Ronald Plasterk, hoogleraar ontwikkelingsbiologie aan de Universiteit Utrecht, is redacteur van het gratis wetenschappelijke tijdschrift Plos Biology dat in oktober 2003 voor het eerst verscheen: ``Tijdens hoorzittingen van het Amerikaanse congres is wel duidelijk geworden dat het moeilijk is uit te leggen dat iemand met kanker een duur abonnement moet betalen om toegang te krijgen tot wetenschappelijk onderzoek naar zijn ziekte dat met zijn belastinggeld is betaald.''

Volgens Plasterk is een steun in de rug voor de `gratis' bladen van groot belang. ``Het bestaande abonnementsmodel en het model waarin auteurs voor publicatie betalen zijn allebei stabiel'', zegt hij. ``Het is niet eenvoudig om de overgang te maken van het ene model naar het andere.'' Plos Biology vraagt auteurs voor elke publicatie een bijdrage van 1.500 dollar. Sinds vorige maand publiceert de non-profit organisatie Plos (Public Library of Science) ook het gratis tijdschrift Plos Medicine, een concurrent voor de gevestigde medische bladen. ``Wij hebben gemerkt dat gerenommeerde auteurs bereid zijn om in Plos te publiceren'', zegt Plasterk. ``Maar voor een aankomende wetenschapper is het geen makkelijke beslissing. In het huidige systeem wordt je toch afgerekend op publicaties in toptijdschriften.'' Plasterk hoopt dat de in de wetenschap cruciale citatiescore van Plos Biology in de eerste twee jaar dat het tijdschrift bestaat kan uitkomen op 10 (wetenschappelijke artikelen in de Plos worden dan gemiddeld tien keer geciteerd in andere wetenschappelijke artikelen). Dat is een respectabel getal, maar nog altijd drie keer lager dan Nature of Science.

``Impact-factoren van tijdschriften spelen in die beoordeling een belangrijke rol'', zegt Jack Spaapen van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW). ``Je zou je kunnen voorstellen dat publicaties in gratis tijdschriften bij de beoordeling van (jonge) onderzoekers meer gewaardeerd worden.'' Twee KNAW-commissies buigen zich op dit moment over de problematiek van de open toegang. Spaapen: ``Ook Nederlandse wetenschappers zijn niet gelukkig met de huidige situatie waarin uitgevers zich feitelijk het onderzoek toe-eigenen.''

Van de naar schatting 1,2 miljoen artikelen die jaarlijks verschijnen in 16.000 wetenschappelijke, medische en technische tijdschriften is nog maar een paar procent gratis toegankelijk. Voor het merendeel worden abonnementsprijzen in rekening gebracht die variëren van 100 tot 4.000 euro. Uitgevers als Elsevier, Thomson en Springer hebben van deze markt meer dan de helft in handen. Zij wijzen erop dat toptijdschriften 90 procent van de publicaties afwijzen en betogen dat een systeem waarin auteurs voor publicatie betalen niet goedkoper hoeft uit te pakken. Ook wetenschappelijke genootschapen, afhankelijk van de tijdschriften die zij uitgeven, verzetten zich tegen het afschaffen van abonnementsgelden. De Britse parlementscommissie vreest dat de uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften de kosten van hun bedrijfsvoering overdrijven en eenvoudig hun best doen om een lucratieve business te verdedigen.