Veel groenten en fruit beschermen niet tegen kanker

Het beschermend effect van groenten en fruit tegen kanker staat opeens ter discussie nu uit de gecombineerde analyse van de Nurses' Health Study en de Health Professionals' Follow-up Study, tezamen met meer dan 100.000 mensen, geen enkel verschil blijkt tussen deelnemers die veel of weinig groenten en fruit consumeren. Uit deze studies blijkt groenten en fruit wel beschermen tegen hart- en vaatziekten, maar bescheiden bescheiden (Journal of the National Cancer Institute, 3 nov).

In de jaren 1980 tot en met 1994 hebben medewerkers van de Harvard School of Public Health ruim 70.000 verpleegkundigen en nog eens 37.000 mannelijke gezondheidswerkers meerdere keren ondervraagd over hun consumptie van groenten en fruit. Nu, jaren later, is uitgezocht of in de groep met een hoog fruit- en groentegebruik (meer dan 5 porties per dag) minder hart- en vaatziekten en kanker voorkomen dan in die met het laagste gebruik (minder dan 1,5 portie per dag). Voor kanker maakt het niets uit. Voor hart- en vaatziekten was het verschil 28%.

De Harvard-onderzoekers kunnen een beschermend effect van fruit en groente op kanker echter niet helemaal uitsluiten. Hun onderzoek had waarschijnlijk last van dat de deelnemers allemaal in de gezondheidszorg werkten en allemaal betrekkelijk veel groente en fruit aten. De groep met de laagste consumptie zat op het gemiddelde van de doorsnee Amerikaanse bevolking. Het is dus mogelijk dat groente en fruit wel degelijk wat uitmaken bij kanker, maar dan alleen bij groepen met een echt lage consumptie.

Maar de campagne `5 A Day for Better Health' waarin het Amerikaanse National Cancer Institute het eten van vijf of meer porties groenten of fruit per dag promoot als middel ter voorkoming van kanker lijkt overbodig, zo concluderen de Harvard-medewerkers, althans voor een organisatie die kanker bestrijdt. De voorlichting kan beter door een hartorganisatie wordne overgenomen. Het bewijs voor het beschermend effect van fruit en groente tegen kanker is volgens hen voornamelijk gebaseerd op onderzoek waarbij de leefgewoonten van mensen met kanker vergeleken worden met die van controlepersonen zonder kanker, zogenoemde case-control-studies. Die aanpak is erg gevoelig voor vertekening. Dat kan komen door een verkeerde keuze van controlepersonen of simpelweg door onjuiste herinneringen van de mensen die meedoen.

Twee commentatoren van het National Cancer Institute willen de resultaten eigenlijk niet geloven. Zij denken dat onnauwkeurige bepalingen van de voedingsconsumptie en andere verstorende factoren de verklaring zijn van het onverwachte resultaat. Zij pleiten daarom voor een nauwkeuriger bepaling van eetgewoonten dan met vragenlijsten. Er zou bijvoorbeeld een voedingsdagboek bijgehouden moeten worden. Ook zou men bloedbepalingen van bepaalde merkstoffen moeten uitvoeren, zodat men een betrouwbare maat heeft voor de consumptie van bepaalde voedingsmiddelen. De commentatoren vinden daarom dat er nog niet genoeg bewijs is om te concluderen dat fruit en groente echt weinig bescherming bieden tegen kanker.