`Toeristen willen een echt woud'

Sommigen noemen hem de `Ken Saro-Wiwa van het regenwoud'. Maar Odey Oyama strijdt in Nigeria niet tegen Shell. Hem gaat het om de illegale houtkap.

De Nigeriaanse president Olusegun Obasanjo kreeg in 2002 10.000 hectare tropisch regenwoud cadeau. Gulle gever was Donald Duke, gouverneur van Cross River, de deelstaat waarin de lap grond lag. De plaatselijke milieuorganisatie Rainforest Resource and Development Centre (RRDC) verzette zich tegen de overdracht, omdat Duke het stuk land – voor de helft een nationaal park – weggaf om er een palmolieplantage van te maken. Maar de campagne, die internationaal aandacht kreeg, mocht niet baten. Het stuk woud werd gekapt.

Ondanks de mislukte actie onderhoudt de voorman van de RRDC, de bekende Nigeriaanse regenwoudactivist Odey Oyama, tegenwoordig vriendschappelijke banden met gouverneur Duke. Oyama, deze week in Europa op uitnodiging van de ontwikkelingsorganisatie Both Ends, legt uit waarom: ,,Na die campagne hebben we onze strategie geanalyseerd. Daaruit bleek dat we de overheid te vijandig tegemoet zijn getreden. Daarmee kweekten we niet veel sympathie onder de bevolking. Ook zagen we in dat de echte vijand niet de overheid, maar de houthakker is.''

Daarna ,,bestudeerde'' de RRDC de ,,psyche van de gouverneur'' om erachter te komen hoe ze Duka aan haar kant kon krijgen. Daaruit kwam naar voren dat Donald Duke toekomst zag in eco-toerisme. Oyama: ,,Wij hebben hem duidelijk gemaakt dat toeristen alleen komen als ze ook in een echt woud, mét dieren, kunnen rondlopen.''

Ook wist Oyama de gouverneur ervan te overtuigen dat de belangrijkste houthakker in het gebied, het Chinese bedrijf WEMPCO, sjoemelde met kapvergunningen en de belastingen ontdook. Oyama: ,,Daarna beschouwde hij ons niet langer als een tegenstander, maar als een objectieve organisatie die hem te hulp kon zijn.'' In juli verbood Duke het WEMPCO ook nog maar één boom te kappen.

Voor Oyama is de strijd tegen het Chinese bedrijf echter nog niet gestreden. Hij heeft sterke aanwijzingen dat WEMPCO, met steun van de Chinese overheid, de president probeert te overtuigen Duke's verbod naast zich neer te leggen. In Nederland en Brussel lobbyt Oyama momenteel voor Europese aandacht, volgende maand brengt een EU-delegatie een bezoek aan Obasanjo.

De uitkomst van deze zaak geldt voor Oyama als een proeve voor het democratisch gehalte van Nigeria. In 1999 werd het West-Afrikaanse land na zestien jaar militaire dictatuur een rechtstaat onder civiel bestuur. ,,Sinds 1999 is het minder gevaarlijk om actie te voeren. Er is persvrijheid, de wetteloosheid is afgenomen en we ervaren minder geweld en intimidatie. We hoeven niet langer na elke actie onder te duiken.''

Op reis in Nederland kreeg hij te horen dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) misstanden als bij de houtkap in Nigeria kan voorkomen. Oyama gelooft daar niet in: ,,Het principe achter MVO gaat er van uit dat de consument bedrijven, die zich niet netjes gedragen, uiteindelijk links laat liggen. Maar als bedrijven zich misdragen, is het al te laat, dan zijn bij ons de bomen al gekapt.''

Oyama blijft daarom actievoeren en lobbyen, ook onder de lokale bevolking. Een deel van het Nigeriaanse regenwoud is in handen van burgers. In werkgroepen legt het RRDC hen bijvoorbeeld uit dat ze hun bomen nu vaak voor een veel te lage prijs verkopen. ,,Voor een boom krijgen ze soms slechts 300 naira (1,76 euro), terwijl op de markt van Lagos die boom 50.000 naira (293 euro) waard is.''

Deze oneerlijke handel vormde in 1993 een van Oyama's voornaamste redenen om destrijd tegen de illegale houtkap aan te vangen. ,,Van oorsprong ben ik architect en waar ik in Nigeria vandaan kom bouwen we veel met hout. Als we al ons hout verkopen, moeten we straks nog staal gaan invoeren. En als we nu geen eerlijke prijs vragen, hebben we daar het geld niet eens voor.''