Systeem voor hulp slachtoffers bij rampen

Slachtoffers van aanslagen en rampen kunnen binnenkort sneller en beter worden geregistreerd. Dit verhoogt hun overlevingskans, voorkomt persoonsverwisseling en maakt zoektochten door familieleden langs ziekenhuizen, zoals na de nieuwjaarsbrand in Volendam, overbodig.

In de regio Utrecht wordt volgend jaar een geautomatiseerd `Slachtoffer Volgsysteem' ingevoerd, zo maken de initiatiefnemers, waaronder het Calamiteitenhospitaal, het Traumacentrum van het UMCU en de provincie, volgende week bekend. Met het systeem wordt al op de plaats van de ramp met streepjescodes alle informatie over de slachtoffers opgeslagen en via een beveiligd netwerk centraal beschikbaar gemaakt voor alle betrokkenen.

Het systeem is een antwoord op de chaotische zoektochten na de rampen in Enschede (2000) en Volendam (2001). Na Volendam drong de Inspectie voor de Gezondheidszorg aan op verbetering van de registratie van slachtoffers. Ook de commissie-Oosting (Enschede) en commissie-Alders (Volendam) hekelden de chaos bij de rampen, omdat lang onduidelijkheid bestond over aantallen slacht- offers, hun identiteit en hun verblijfplaats. Hulpverleners werkten veelal met briefjes met daarop namen en globale aanduiding van verwondingen.

Met het geautomatiseerde systeem is de identiteit van de slachtoffers voor hulpverleners en de gemeente op elk moment bekend. Ook wordt geregistreerd waar de slachtoffers zijn opgenomen en wat hun verwondingen zijn. Door bestanden te koppelen, kunnen familieleden sneller worden ingelicht. Daarnaast kunnen hulpverleners ter plekke snel bepalen naar welk ziekenhuis de slachtoffers moeten worden vervoerd. Als een ziekenhuis vol is, worden zij automatisch naar elders gedirigeerd.

Informatie over slachtoffers wordt nu nog veelal handmatig verzameld uit onder meer telefoonboeken. De ministeries van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid hebben na de rampen in Enschede en Volendam opdracht gegeven tot professionalisering van hulp bij rampen.

VOLGSYSTEEM pagina 3