Streepjescode voor slachtoffers van ramp

Slachtoffers van rampen kunnen volgend jaar beter worden geregistreerd. Hiermee wordt de informatiechaos voorkomen van `Volendam' en van de vuurwerkramp.

Het Haagse Laakkwartier ontsnapte afgelopen week aan Spaanse taferelen. Straten om een portiekwoning met twee terreurverdachten werden veertien uur lang afgesloten uit angst voor explosieven. Burgemeester, korpschef en hoofdofficier van justitie vreesden herhaling van Madrid. Daar bliezen dit voorjaar zeven terreurverdachten zich op om hun arrestatie te ontlopen.

Hoe zou een bomexplosie in nachtelijk Den Haag zijn afgelopen?

Chaos, zegt Luc Taal van het Traumacentrum Utrecht, waar ook het landelijk Calamiteitenhospitaal is gevestigd. ,,Houtje-touwtje informatievoorziening. Ambulancebroeders die met handgeschreven gewondenkaarten en handgeschreven namenlijstjes rondlopen, ziekenauto's die met onbekende bestemming vertrekken en iedereen die iedereen kwijtraakt.''

Paniek, zegt Sander Hoksbergen van het Nederlandse Rode Kruis. ,,Elk slachtoffer heeft gemiddeld tien verwanten. Iedereen is nerveus, iedereen gaat bellen. Dus wij krijgen honderden telefoontjes. Van familieleden, vrienden en bekenden die allemaal willen weten waar een slachtoffer is gebleven en hoe die eraan toe is.''

Taal en Hoksbergen kunnen het weten. Taal werkte tijdens de Volendamse cafébrand (14 doden, bijna 300 gewonden) bij de Brandwondenstichting in Beverwijk. En Hoksbergen weet als technisch projectleider verwanteninformatie voor het Nederlandse Rode Kruis hoe het eraan toeging tijdens de ontploffing van de vuurwerkopslagplaats in Enschede (22 doden, 944 gewonden).

Samen met de provincie Utrecht hebben ze nu een slachtoffervolgsysteem ontworpen dat volgend jaar in de provincie Utrecht moet worden ingevoerd. Daarmee wordt al op de plek van de ramp met behulp van streepjescodes alle relevante informatie over slachtoffers opgeslagen en via een beveiligd netwerk centraal beschikbaar gemaakt voor alle betrokkenen. Hulpverleners en gemeente kunnen zo op elk moment identiteit, verblijfplaats en toestand van slachtoffers achterhalen. Het elektronische medisch dossier reist met een slachtoffer mee en de informatie wordt gekoppeld aan de geautomatiseerde verwantenadministratie van het Rode Kruis, zodat ook familieleden snel op de hoogte kunnen worden gebracht.

Aanleiding voor het slachtoffervolgsysteem was de roep van de Inspectie voor de gezondheidszorg om betere patiëntenregistratie en een nauwkeuriger patiëntenvolgsysteem bij rampen na de cafébrand in Volendam. Samen met de commissie-Alders (Volendam) en de commissie-Oosting (Enschede) constateerde de inspectie dat er onnodige chaos heerst op de rampplek: er bestaat heel lang onduidelijkheid over aantallen slachtoffers, hun identiteit, hun verblijfplaats en hun toestand. En als gevolg daarvan verkeerden familieleden, bekenden en nabestaanden lang in onzekerheid.

Hoksbergen van het Rode Kruis: ,,Toen de vuurwerkopslagplaats in Enschede was ontploft werden mensen ook naar Duitse ziekenhuizen gebracht terwijl niemand van het openbaar bestuur of verwanten dat wist. ''

Taal van het Utrechtse Traumacentrum: ,,Ik herinner me dat in Volendam de burgemeester een ander dodental noemde dan het brandwondencentrum in Beverwijk. Ik ken ouders die acht uur moesten wachten voordat ze definitief bericht kregen over de toestand van hun kind. Familieleden van de slachtoffers in Volendam zijn nog steeds zeer emotioneel als ze terugdenken aan die onzekerheid. Ze zagen ambulances met dodelijke slachtoffers wegrijden en wisten niet waar hun eigen kinderen waren. Ik herinner me dat verschillende malen familieleden bij definitieve ziekenhuisplaatsing uit elkaar werden gehaald: de ene zoon lag in Brussel, de andere in Amsterdam.'' R.J. Schouwerwou, plaatsvervangend regionaal gezondheidsfunctionaris in Utrech die bij rampen de medische huldiensten coördineert: ,,Persoonsverwisselingen komen nog steeds voor. Terwijl we bij de overstromingen in 1995 precies wisten waar de koeien stonden – die hadden gele oorflappen – wisten we vijf jaar later niet waar de gewonde mensen uit Volendam gebleven waren.''

De Utrechtse traumatoloog prof.dr. L. Leenen: ,,Enschede, Volendam, New York: overal zie je dezelfde problemen. Wie is overleden, wie leeft nog, waar is-ie en wat heeft-ie? Elk overzicht ontbreekt nu op de plek van de ramp. Dit systeem kan die chaos verminderen. En als je zo'n systeem hebt, kun je na afloop op basis van alle data ook beter zien wat je wanneer en hoe fout hebt gedaan, zodat je dat een volgende keer kunt verbeteren.''

Maar wat doet een verpleegkundige ter plekke als iemand zijn naam niet kan geven en je geen gegevens beschikbaar hebt? Taal: ,,Dat is een zwak punt, dan heb je alleen de barcode, geen naam. Maar dat gebeurt niet vaak. Slachtoffers uit Volendam die voor 80 procent waren verbrand, konden in de ambulance nog vertellen wie ze waren en waar ze woonden.''

Toch is het nog geen praktijk om gewonden met naam en toenaam te registreren, erkent Taal. ,,Maar nood breekt wetten. En dit hele systeem valt of staat met de bereidheid om op naam te registreren. En bij rampen gelden die privacyregels niet.''

Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) bevestigt dat er in geval van een grote crisis andere wetten gelden. Zolang de informatie beveiligd wordt en alleen tussen hulpverleners rouleert, voorziet het college geen problemen.

In de Utrechtse regio moet het slachtoffervolgsysteem volgend jaar worden ingevoerd, zo is de bedoeling. Dat gebeurt in samenwerking met de provincie, het Rode Kruis en de geneeskundige hulpdiensten bij rampen.

,,Maar misschien'', zegt Taal, ,,moeten we er nog meer vaart achter zetten. Met zo'n situatie als afgelopen woensdag in het Laakkwartier kunnen we er niet snel genoeg voor klaar zijn.''