Stoere taal over radicale islam is nog geen klare taal

De nuance en de zuivere redenering zijn regelmatig zoek in de dialoog over de multiculturele samenleving. Politici, publicisten en andere publieke personen bezondigen zich eraan, maar ook `intellectuelen' als Paul Scheffer (Opinie & Debat, 6 november). Moslims moeten opstaan en zich uitspreken over de `diepe malaise' in hun eigen geloof, vindt hij. ,,Natuurlijk is er geen collectieve schuld, maar er is wel een bijzondere verantwoordelijkheid.'' Oftewel, niet alle moslims hoeven zich schuldig te voelen over de moord op Van Gogh, maar Scheffer roept hen wel graag op het matje. En dat terwijl de miljoen moslims in Nederland volgens hem niet eens een hechte gemeenschap vormen. Generaliseren kan dus niet, maar het mag wel, aldus de Wet van Scheffer.

Ook schrijft hij dat over de geschatte omvang van de radicale islam eigenlijk weinig goed onderzoek beschikbaar is. Niettemin luidt zijn conclusie: ,,De meeste schattingen spreken over 3 tot 5 procent moslims die onder omstandigheden tot geweld bereid zijn.'' Welke meeste? Welke schattingen? Welke omstandigheden? Welk geweld? Je moet maar durven als academicus. Stoere taal is nog geen klare taal.