Romario

Nog één keer kwam hij tot mij, Romario de Souza Faria. Per satelliet, vanuit het Memorial Coliseum in Los Angeles. LA of all places: dan weet je dat de dood nabij is.

Romario speelde een gala-wedstrijd met het elftal dat in 1994 wereldkampioen werd. Een soort afscheidswedstrijd. Hij scoorde twee keer. Uiteraard. Wie zou Romario zijn zonder doelpunten? In het beste geval een wat gestuikte playboy die toeristen de weg naar de hoeren wijst. Een puddingbroodje met zweetband, je scheept hem af met een fooi.

De Romario die ik ken, is van een andere orde. Rechtstreeks beademd door God. Eigenzinniger dan Erasmus, een ongezeglijke klootzak met een gouden wreef. In alles superieur aan de medemens. Superieur in het spel, superieur in de Alleingang, superieur in de liefde. Ooit was hij van PSV, maar ook weer niet. Romario was dissident bij geboorte. Dribbelend, slepend, dromend, slapend, altijd souverein aan zijn omgeving.

Nooit zal ik mijn eerste gesprek vergeten met de Braziliaanse godenzoon, in het Holiday Inn in Eindhoven. Hij kwam uren te laat op de afspraak. Ik wachtte geduldig met zijn toenmalige vrouw Monica in de lobby. Monica was een beetje in de war: zij had voor de eerste keer in haar leven kennisgemaakt met sneeuwvlokken. Zij wilde de hele dag vanille-ijs, eenzaam als vrouwen van voetballers kunnen zijn. Toen al wist ze dat er voor haar geen toekomst zou zijn met de fabuleuze Romario, maar ze wou het niet weten. Ze schonk hem nog twee kinderen, wanhopig als vrouwen van voetballers kunnen zijn.

Later ging ik weer op zoek naar Romario. Hij speelde voor FC Barcelona en resideerde in het Princessa Sofia-hotel. De afspraak die stond schond hij niet met uren, maar met dagen. ,,Romario moe'', zei hij in het schampen van elkaar en verdween vervolgens weer voor 24 uur in de ondergrondse garage.

Alles was hem toegestaan, ook bij PSV. Edoch, zijn transcendente tumult was geen ritueel, het was instinct. Eens ontsnapt aan de favela's wou hij geen meester meer kennen, niet in en buiten het veld, niet in leven en welzijn. Nooit eerder had ik het egoïsme van een voetballer als zo vanzelfsprekend ervaren. Hij had recht op onherbergzaamheid, al was het iedere keer weer heel onaangenaam.

Ik weet het bijna zeker: Romario de Souza Faria is de laatste echte vedette in de Nederlandse voetbalcompetitie geweest. Geheel los van gebeden scoorde hij er maar op los. Het ene doelpunt nog mooier dan het andere. En dat deed-ie in een elftal waar de houthakkers Eric Gerets en Stan Valckx dachten dat ze het voor het zeggen hadden. Dachten dat ze over een Braziliaan gesteld waren. En daar ook naar handelden in een combinatie van roddel en chagrijn met manager Ploegsma.

De Braziliaan ging onverstoord zijn eigen weg.

Bij Barcelona leerde hij Johan Cruijff kennen. Ook dubbelop in de eigenzinnigheid. Dat moest botsen. Cruijff laat zich de laatste jaren als tv-analist graag kennen in eeuwige wijsheid. Compromisloos, koninklijk in het gelijk, genadeloos voor de charlatans van het amateurisme. Maar ook hij kreeg in Barcelona geen grip op Romario. Hij, de Verlosser, moest de grillen van het Braziliaanse super-ego met een mond vol tanden doorstaan. De immer welbespraakte Johan Cruijff stotterde in de nabijheid van Romario of, wat nog gênanter was, ging over tot een hallucinerend gebed.

De maestro Romario. Ik schrijf dit met enig verdriet in de vingers. In de verte zie ik nu de schaduw van Garrincha over zijn dwarse kop hangen. Al even begenadigd, maar o zo eenzaam in het bezegelde verval. Romario is een soort nachtkoning van Rio geworden. Pooiers zijn hem nabijer dan de provinciaal Stan Valckx. Buitenkant en tierelantijntjes op hoge hakken zijn het wezen van zijn leven.Ik ken geen andere dood dan de dood op hoge hakken.

Dit weekend wordt de thriller Ajax-Feyenoord gespeeld. Nou ja, werkvoetbal dus. Een schicht van Romario, een slepende verneuking van de tegenstander, Falluja in de wreef, het zal allemaal niet te zien zijn. Wesley Sonck als spits van Ajax, voor Romario zou er dan nog maar één imperatief zijn: vluchten naar de Balearen. Zon en seks als centrifuge van schaamte.

Ik mis hem, de man die mij dagen liet wachten. Die deed alsof Barcelona om de hoek was. Ik gun hem alles, vooral de vrede in broek en gemoed. Maar ik zou hem nog zo graag een keer in Eindhoven zien. Nee, niet in een disco, in de kleedkamer. Met die wazige glimlach van hem alleen.