Roels gambiet

In de boekwinkel vroeg ik naar een pas verschenen boek over het Siciliaans met 2. a3 en de boekverkoper zei: ,,Ah, het Van Duijn-gambiet.'' In zekere zin was hij beter op de hoogte dan de schrijver, de Russische grootmeester Alexei Bezgodov, want die blijkt in zijn boek Challenging the Sicilian with 2. a3!? van het bestaan van Roel van Duijn niet te weten.

In de tijd van de Sovjet-Unie was er daar vaak sprake van een Russische uitvinder Popov aan wie de mensheid de radio, het elektrisch licht en nog allerlei andere nuttige zaken dankte. In het schaken ging het net zo.

Wij kenden de Najdorf-ariant, de Tartakower-variant en de Pirc-opening, maar in de Sovjet-Unie waren alle openingen naar hun eigen schakers genoemd. Zo lijkt het nu weer te gaan.

Het was Roel zelf ook al opgevallen. Hij had Bezgodovs boek gekocht en op de fiets op weg naar huis al bestudeerd, en daarbij ernstige leemtes geconstateerd, vooral wat betreft de vermelding van zijn naam.

Geen wonder dat de Amsterdamse fietsers gevreesd worden als levensgevaarlijke desperado's. Maar afgezien van dat riskante verkeersgedrag had hij gelijk: ,,Kent Bezgodov mijn partijen sinds het jeugdkampioenschap van Den Haag in 1958 dan niet, en mijn artikelen in Schakend Nederland en Schaaknieuws?'' Kennelijk niet. In Nederland en Duitsland is Van Duijns naam vast verbonden met de zetten 1. e4 c5 2. a3, maar elders zal het nu wel het Bezgodov-gambiet genoemd worden.

Wits tweede zet is natuurlijk nog geen gambiet, maar de voorbereiding daartoe. Na 1. e4 c5 2. a3 Pc6 (of 2...e6) komt 3. b4 en als zwart dat pionoffer aanneemt krijgt wit goede kansen. Wits problemen liggen in andere varianten.

Roel van Duijn, ik en Bezgodov (al zegt die het niet zo duidelijk) zijn het er over eens dat 2...g6 de moeilijkste zet is om met wit te bestrijden. Roel speelt het dan zo: 1. e4 c5 2. a3 g6 3. Lc4 Lg7 4. Pc3, meestal gevolgd door Pge2 en d3. Met de zet 2. a3 heeft hij een nuttige schuilplaats voor zijn loper vrijgemaakt.

Hoe goed dat is vind ik moeilijk te beoordelen. Wits loper op a2 bijt op graniet als zwart e6 speelt. Aan de andere kant zou zwart daarna graag met zijn d-pion of f-pion spelen, liefst met beide pionnen, en als hij dat doet, wordt die witte loper weer sterk.

Bezgodov doet het anders. Een van zijn hoofdvarianten is 1. e4 c5 2. a3 g6 3. b4 Lg7 4. Pc3 d6 5. g3, waarna het een vrij gewone Gesloten Siciliaan wordt, met vroegtijdige expansie op de damevleugel, wat lang niet slecht is.

Bezgodov is in zijn boek zo enthousiast over 2. a3 dat het daar lijkt of wit geforceerd in het voordeel komt. Van Duijn is gematigder. In 1994 schreef hij in Schaaknieuws: ,,2. a3, zo'n kabouterachtig zetje, is een belangrijke en nog veel te onbekende uitdaging van het Siciliaans.'' Daar kan ik me wel in vinden.

Hier is een uittreksel van een van de analyses uit het boek van Bezgodov.

1. e2-e4 c7-c5 2. a2-a3 e7-e6 3. b2-b4 c5xb4 4. a3xb4 Lf8xb4 5. Lc1-b2 Ook hier scheiden zich de wegen van Bezgodov en Van Duijn, want die ging altijd verder met 5. c3 en 6. d4, wat ook goede aanvalskansen geeft. 5...Pg8-f6 6. e4-e5 Pf6-d5 7. c2-c4 Pd5-b6 8. Ta1-a3 Een mooi kwaliteitsoffer. Als zwart het aanneemt met 8...Lxa3 vervolgt Bezgodov met 9. Lxa3 d5 10. Pc3 a6 11. Dg4 11...0-0 Bezgodov noemt dit een logische zet, maar het lijkt me vragen om moeilijkheden.

Door wits Lb2 heeft zwart hier niet de zet f7-f5, die anders vaak uitkomst biedt tegen wits koningsaanval. 9. Ta3-g3 Kg8-h8 10. Lf1-d3 h7-h6 Er dreigde al 11. Txg7 Kxg7 12. Dg4+ Kh8 13. Dh5 11. Dd1-g4 Tf8-g8 12. Tg3-h3 Lb4-e7 13. Dg4-e4 g7-g6 14. De4-e3 Le7-g5 15. f2-f4 Lg5-h4+ 16. g2-g3 Lh4-e7 17. Th3xh6+ Kh8-g7

jbieMmjm

agmgcgfM

MbMmgmgD

mMmMAMmM

MmGmMAMm

mMmIEMAM

MCMAMmMA

mHmMFMBJ

Hier zou je kunnen stoppen, want het is duidelijk dat wit goed staat. Bezgodov analyseert graag door tot mat en doet het hier met een mooi torenoffer. 18. h2-h4 Kg7xh6 19. f4-f5+ Kh6-g7 20. f5-f6+ Le7xf6 21. e5xf6+ Kg7-f8 22. De3-h6+ Kf8-e8 23. h4-h5 g6xh5 24. Th1xh5 d7-d5 25. Dh6-g7 Weer een mooie zet. Na 25...Txg7 wint wit met 26. fxg7 Kd7 27. Th8 25...Ke8-d7 26. Dg7xf7+ Kd7-c6 27. Pg1-f3 Pb6xc4 28. Ld3xc4 d5xc4 29. Pf3-e5+ Kc6-b6 Als openingsanalyse heeft dit weinig relevantie meer, maar het is aardig om te zien hoe de koning over het bord wordt gejaagd. 30. Pe5xc4+ Kb6-c6 31. Df7-h7 Pb8-d7 32. Dh7-e4+ Kc6-c7 33. De4-f4+ e6-e5 34. Lb2xe5+ Pd7xe5 35. Df4xe5+ Kc7-d7 36. Th5-h7+ Kd7-c6 37. f6-f7 Dit is het einde van Bezgodovs analyse. Wit wint.