Popeye leeft

Het belangrijkste ogenblik brak aan als Popeye the Sailor een onmenselijk pak rammel had gekregen, de kinderen de moed hadden opgegeven, en dan opeens het krijgslied klonk: `I'm Popeye the Sailorman!' Als uit het niets verscheen een blik spinazie. Binnen een paar seconde had hij de ijzerhoudende groente opgegeten en meteen waren de kansen gekeerd. Je zag zijn spieren zwellen, de vijand werd van de ene hoek naar de andere geslagen en aan het einde van het filmpje had het recht opnieuw gezegevierd. Heroïsch.

Tientallen jaren had ik niets van mijn held gehoord. Nu las ik dat hij dit jaar 75 is geworden, niet tot een VUT wordt gedwongen, niet gedemoveerd, niet met pensioen gaat. Van zijn exploitant heeft hij een digitale verjongingskuur gekregen. Het heeft wel vijftien jaar geduurd voor het zo ver was, maar hij is terug, in drie dimensies, op een film van 44 minuten, getiteld Popeye's Voyage: The Quest for Pappy, ook verkrijgbaar op dvd voor twintig dollar. Er stond een plaatje van de vernieuwde Popeye bij. Petje en pijp zijn goed herkenbaar. Het geheel van zijn hoofd zag er destijds anders uit. De kin, zijn onderarmen en vuisten zijn voor de shock and awe gerenoveerd. Zorgwekkende omvang. Ik weet nog niet of ik naar die film wil kijken.

Popeye is geboren als stripfiguur in het einde van de jaren twintig. Ik schat dat ik hem voor het eerst heb gezien in de tweede helft van de jaren dertig, op de tekenfilm, zwart-wit, in de Rotterdamse Cineac. Dat was een nieuwsbioscoop. Binnen een uur werd al het wereldnieuws van de week vertoond, met als extra attractie twee tekenfilms. Oorlogen waren er toen ook al. De Luftwaffe hielp generaal Franco in de burgeroorlog met het bombarderen van Spaanse steden. Mussolini was Abessinië aan het veroveren. Ik zag hoe de krijgers in witte jurken, met antieke geweren, barrevoets de Italiaanse tanks tegemoet renden. Daarna kregen we Popeye. Dan weer oorlog, hoe een Chinese stad onder een Japans bombardement in zwarte fonteinen de lucht in ging. En daarna voetbal.

Goeie ouwe tijd. In de entree van de Cineac kon je een krantje kopen. Dat heette Doe mee! `Doe mee met Doe mee, en maak je vriendje abonnee', was de slagzin. Wie zich liet verleiden was daarmee automatisch lid van de Popeye Club en kreeg het insigne, een speldje in de vorm van een button. De eerste button die ik gezien heb. Geen clubmens zijnde kocht ik van mijn zakgeld de losse nummers.

Op de voorpagina stond de strip Hans en Frits, waarin deze twee ondeugende jongens de hoofdrol speelden. Dan waren er nog een brave jongen, Robert, en drie grote mensen, de moeder van Hans en Frits en de Kapitein en de Inspecteur. Geen idee heb ik meer van wat die mensen deden. Op de achterpagina weer een strip, met Popeye en zijn verloofde Olive, of Olijfje, een spaghetti-achtig gebouwd meisje, en een eigenaardige figuur die Wimpy heette. Wimpy had een onverzadigbare honger die hij probeerde te stillen met hamburgers. Etend ging hij door de strip. In Nederland wist toen nog bijna niemand wat een hamburger was.

De Cineac was aan de Coolsingel, in het Beursgebouw, schuin tegenover hotel-restaurant Atlanta. Het zal omstreeks 1937 zijn geweest dat daar een geheime ontmoeting plaatsvond, tussen een geheime agent van Jozef Stalin en een geheime agent van de Oekraïense anticommunistische verzetsbeweging. De Oekraïener besefte niet dat hij met de vijand aan tafel zat. Terwijl hij zich even verwijderde, stopte de trawant van Stalin een tijdbom in zijn aktetas. De heren namen afscheid, de Oekraïener ging naar de tramhalte. Daar is hij in de lucht gevlogen. In Nederland heerste ontzetting. Mijn moeder stond niet ver van de plaats des onheils. Met afgrijzen luisterden mijn vader en ik naar haar verhaal. Ze vertelde: ,,Ik zag een vrouw wegrennen, met op haar hoed een stuk mensenvlees zo groot als een biefstuk.'' Mijn moeder kon onverschrokken vertellen.

Vladimir Nabokov heeft een verhaal geschreven waarin hij met een vriend een café binnenkomt. Een rokerige, schemerige ruimte, het gewone geroezemoes, in de verte een bar en in het midden een biljart waar twee mensen dat spel spelen. Op korte afstand staat een jongen van een jaar of acht aandachtig te kijken. Nabokov blijft staan, houdt zijn vriend tegen. Die zegt: ,,Wat sta je daar. Waar kijk je naar. Kom, we gaan iets drinken.'' Nabokov zegt: ,,Stil. Ik kijk naar een beeld dat iemand zich over een halve eeuw zal herinneren.''

Je geheugen werkt soms, onvoorspelbaar, in klonten van herinneringen. Die worden bij elkaar gehouden door niets anders dan de gelijktijdigheid waarin ze zijn ontstaan. Zo'n complex ligt ergens in je hoofd begraven, komt misschien nooit meer voor de dag. Dan komt het toeval. Ik keek op de televisie naar de gevechten in Falluja, las toen in de krant over Popeye. Daar kwamen de Cineac, de Popeyeclub, de oorlog in Abessinië, de Coolsingel, Konovalec, Stalin, Wimpy en de hamburgers en hoe je sterk kunt worden door spinazie te eten. Alsof het midden in de jaren dertig was.