Nog altijd gezelligheid, maar wel met pegels

Hockey draait op vrijwilligers. Achter de bar en in de bestuurskamer. Maar in het veld worden de meeste spelers bij topclubs sinds een paar jaar betaald. Loopt hockey op zijn tenen? ,,Ik vertrouw op het gezonde verstand van onze clubbestuurders.''

Een bovenmodaal salaris betalen aan een Argentijnse hockeyster in de Nederlandse competitie lijkt veel. Want hockey is toch vooral gezelligheid, vrijwilligers achter de bar en gratis toegang bij alle wedstrijden? Maar is een paar duizend euro per maand nog steeds veel geld als dezelfde hockeyster ook optreedt in een Argentijnse commercial voor de hockeysponsor?

Rob Schreuder vindt van niet. De eigenaar van cosmeticabedrijf Philoderm is hoofdsponsor van hockeyclub Push en heeft drie Argentijnse internationals onder contract bij zijn bedrijf. ,,Zij krijgen van de club het minimumloon, wat noodzakelijk is voor een verblijfsvergunning. Verder hebben ze ook een contract met mij. Ik kan die dames inzetten bij promotie-activiteiten in Argentinië en Spanje. In Nederland weten we dat niet, maar in eigen land zijn zij razend populair.''

Jammer genoeg voor de Bredase club zijn Cécilia Rognoni, Mercedes Margalot en Soledad García dit seizoen door blessures nog maar amper in actie gekomen, maar hun aanwezigheid is opvallend. Schreuder: ,,Dat heeft ook te maken met de economische crisis in Argentinië. Omgerekend naar pesos verdienen zij bijna achtmaal zoveel als een secretaresse.''

Betaling in de Nederlandse hoofdklasse (mannen en vrouwen) is aan de orde van de dag. Was het een paar jaar geleden al heel wat als een goede hockeyer geen contributie hoefde te betalen, nu is een jaarlijkse betaling van enkele duizenden euro's heel gewoon. Worden de bedragen groter, dan staan er vaak andere verplichtingen tegenover, zoals het geven van clinics of trainingen aan de jeugd. Of het maken van reclame.

In elk geval zijn de omstandigheden voor met name Argentijnen, Australiërs en Nieuw-Zeelanders interessant genoeg om naar Nederland te komen. Op de huidige lijst van topscorers (mannen) komt de eerste Nederlander op de vierde plaats.

Weinig clubs laten in hun portemonnee kijken, maar een ploeg die in het `linkerrijtje' van de stand wil eindigen kost tonnen, is de eensluidende mening. Sommige clubs geven hoog op over hun knusse karakter, waardoor spelers als vanzelf zouden worden weggelokt bij andere verenigingen. Of zij zeggen dat, in plaats van een salaris, alleen geld wordt gestoken in faciliteiten: huisvesting, opleiding en vervoer. ,,Bij SCHC [op derde positie bij de mannen] bijvoorbeeld houden ze nog de schijn op dat er niet wordt betaald. Dat het een vriendenclub is'', zegt oud-international Tom van 't Hek. ,,Dat was bij het amateurvoetbal jaren geleden het laatste smoesje. Iedereen zegt dat hockey zoveel netter en correcter is dan voetbal, maar het gaat er precies hetzelfde. Ik vind betaling prima, het is de realiteit, maar wek dan niet de indruk dat dit soort zaken `bij ons' niet gebeuren.''

Van 't Hek stapte onlangs uit de topsportcommissie bij `zijn' Kampong, vooral omdat hij – als presentator van Langs de Lijn – zondags geen wedstrijden meer kan bezoeken. ,,Maar ik moet zeggen dat de discussies binnen het tophockey tegenwoordig meer over geld gaan dan over hockey. En daar erger ik me aan. Anderzijds zie je dat investeringen zich terugbetalen. Kijk maar naar de positie van SCHC.''

Voorzitter Jons Hensel van Amsterdam werkt voor het vrouwen- en mannenteam met een begroting van in totaal 240.000 euro. Bestuurslid Andy Citroen van Bloemendaal denkt dat een hoofdklasser gemiddeld 200.000 euro kost. Schreuder van Push schat het op 300.000. ,,Alleen al aan de technische en medische begeleiding ben je zeker 50.000 euro per jaar kwijt. Met onkostenvergoeding en trainingskampen zit je al snel op 100.000 euro.'' En dan is er nog niemand betaald. In veel gevallen zijn trainers in de hoofdklasse fulltime met hockey bezig.

Het voorbeeld van de betalingen van ondernemer Schreuder laat zien dat de begroting van een club niet alles zegt. Ook auto's en kleding komen vaak direct van de sponsor, en vallen (dus) niet onder de clubbegroting. Verder worden spelers buiten de club om betaald. Al dan niet zwart. ,,Spelers spelen clubs tegen elkaar uit door bedragen te noemen die ze zogenaamd zouden kunnen verdienen, in een poging hun eigen marktwaarde op te drijven'', zegt een hoofdklassetrainer die anoniem wil blijven. ,,Speciale regelingen gelden voor speciale spelers. Bij veel clubs is sprake van een zwart circuit.''

Volgens critici loopt de sport op zijn tenen. Buiten de barinkomsten en de contributies zijn de clubs financieel volledig afhankelijk van actieve en soms rijke voorzitters en sponsors. Vooral de clubs uit het zuiden (Oranje Zwart, Push, Breda, Tilburg) zouden veel moeten betalen om de uitstroom van spelers naar `het westen' tegen te houden. ,,Natuurlijk ken ik ook geluiden over het zogenaamde zwarte circuit en over zogenaamde enveloppen die langs het veld worden uitgedeeld'', zegt voorzitter Joop Veelenturf van de topsportcommissie bij koploper OZ (mannen). ,,Maar ik ben ondernemer; het laatste wat ik wil is de fiscus op mijn dak. Ik heb een naam hoog te houden.''

Door het aantrekken van eerst de Duitser Carsten Fischer en vervolgens de Pakistaanse balvirtuoos Shahbaz Ahmad wordt Veelenturf sinds midden jaren negentig gezien als de man die betalingen in gang heeft gezet.

Directeur Johan Wakkie van de hockeybond (KNHB) is niet bang voor `basketbal- of ijshockeytoestanden': failliete clubs op het moment dat de suikeroom afhaakt. ,,Ik vertrouw op het gezonde verstand van onze clubbestuurders, en op de interne sociale controle die doorgaans groot is. Velen zijn erg betrokken.''

Wakkie spreekt van ,,een derde fase in het tophockey''. Bij de Olympische Spelen van 1996 werden medailles beloond door NOC*NSF. Twee jaar later ging de bond zelf overstag door bij het WK de spelers te belonen. Na `Sydney' kwam een stroom van buitenlanders op gang met ,,hier en daar'' vergoedingen. ,,Nu zie je bijna overal dezelfde structuur van betalingen: drie of vier inkomenscategorieën, al naar gelang de staat van dienst van een speler. Ik sluit niet uit dat clubs terugkeren op hun schreden, nu ze langzaam maar zeker zien wat de prijs-kwaliteitverhouding in werkelijkheid is.'' Bij de meerwaarde van veel buitenlanders wordt inmiddels vraagtekens gezet.

Volgens Hensel van Amsterdam staat de sport aan het begin van een nieuwe ontwikkeling. ,,Hockey is nog onontgonnen terrein voor sponsors. Het is een zeer interessante doelgroep.'' Volgens een studie van het hockeygenootschap de Batavieren uit 2001 (Hockey en Geld) zouden, in gunstige omstandigheden, de sponsorbijdragen in 2010 meer dan verdubbeld zijn tot bijna 7 miljoen euro.

Ook Aad Ouborg, eigenaar van Princess en sponsor bij nieuwkomer Breda, ziet de sponsoring alleen maar toenemen. Vijf geldschieters, onder wie Ouborg, betalen jaarlijks 25.000 euro en staan beurtelings op het shirt van de mannen en de vrouwen. Twaalf anderen betalen 10.000 euro en prijken op shirts van lagere elftallen. ,,Het is gewoon leuk om hockey te sponsoren. Gezellige mensen. En je hebt het over een bepaalde doelgroep en dat vind je terug in sponsors als Rabobank, Shell en Volvo'', zegt Ouborg. ,,Hockey moet het niet hebben van exposure op tv, maar bedrijven profiteren van alle onderlinge contacten.''