Meer werk voor Oost-Europeanen

Werkgevers hebben voor bijna 22.000 Polen en inwoners van de andere nieuwe EU-lidstaten een tewerkstellingsvergunning gekregen in de periode mei tot en met september. Dat zijn er drie keer zoveel als in dezelfde periode vorig jaar.

Dat heeft een woordvoerder van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) gisteren bekendgemaakt. Een belangrijk deel van de werkvergunningen is verstrekt aan Polen. Ruim 16.300 Poolse werknemers kregen toestemming om in Nederland te werken, voornamelijk in de land- en tuinbouw.

Op 1 mei is de Europese Unie uitgebreid met tien nieuwe lidstaten. Inwoners van de EU mogen in alle lidstaten werken, maar op de vooravond van de toetreding besloot de Nederlandse regering – net als vrijwel alle andere Europese regeringen – de rechten van werknemers uit de nieuwe lidstaten te beperken. Tot 2006 hebben de nieuwe EU-burgers net als werknemers van buiten de EU een tewerkstellingsvergunning nodig. Die wordt uitsluitend verstrekt als de werkgever geen personeel kan vinden in Nederland of de andere EU-lidstaten. Alleen voor bepaalde functies, waarvoor in Nederland moeilijk werknemers te vinden zijn, geldt een soepeler regeling. Daarbij gaat het om internationaal chauffeurs, matrozen en stuurmannen voor de binnenvaart, radiotherapeutisch en radiodiagnostisch laboranten, uitbeners, slachters en villers. Ongeveer 9.300 vergunningen werden volgens deze vereenvoudigde procedure verstrekt.

Werkgevers met vacatures voor deze functies moeten wel een tewerkstellingsvergunning aanvragen voor werknemers uit de nieuwe lidstaten. CWI toetst of de arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en huisvesting aan de Nederlandse normen voldoen. Maar werkgevers hoeven niet eerst te zoeken of iemand uit een van de oude EU-lidstaten het werk kan doen. Hierdoor kan een aanvraag veel sneller worden afgehandeld. In de zomermaanden gold deze procedure ook voor de land- en tuinbouw, maar nu niet meer.