Liever een goede maaltijd dan een echte arrestant

Waren we nou gearresteerd of niet? Niet, zou je denken, want de agenten die ons onderweg hadden aangehouden en hadden begeleid naar het bureau, stelden ons niet officieel in staat van beschuldiging. Ze overhandigden ons ook geen enkel document.

Ze deden ook helemaal niet vervelend, integendeel, ze boden ons juist hartelijk een maaltijd aan. Eerst wilden we niet eten, we wilden liever weg. Toen ze ons duidelijk maakten dat dat nou ook weer niet de bedoeling was, lieten we ons meenemen naar een hotel voor een zeer copieus maal, ruim overgoten met bier.

De politie was zo te merken een goede klant van het hotel, dat het financieel vooral moest hebben van alle etentjes die de politie en andere overheidsdienaren hier met hun contacten hadden. We moesten toegeven: het eten was hier een stuk beter dan de andere maaltijden die we verder in de straatarme provincie voorgezet hadden gekregen.

Tijdens de maaltijd schoof ook het hoofd van politie aan. Hij zei dat hun stad altijd erg blij was met buitenlands bezoek, maar dat er wel een ,,probleempje'' was. We hadden zonder daarvoor eerst officiële toestemming te vragen met ontevreden boeren in de buurt gepraat, en dat was, sorry dat hij het zeggen moest, verboden.

Het vriendelijke verzoek was nu of we alle foto's die we hadden gemaakt en onze aantekenboekjes wilden inleveren, dan konden we daarna nog even een zelfkritiek schrijven waarin we bekenden dat we fout waren geweest, en dan was er geen vuiltje meer aan de lucht. Dan mochten we weg.

Gek genoeg vonden we dat niet zo'n heel aantrekkelijk idee, en toen we weigerden, kwamen we in een patstelling terecht. De politie zat met ons in haar maag. Ze wilden ons niet zomaar laten gaan, maar ze wilden ons ook niet officieel arresteren, vermoedelijk omdat ze bang waren dat ze daarvoor later van hogerhand bestraft zouden worden.

Wat nu? Wij wisten het ook niet, maar we wisten wel dat we heel graag onze vlucht terug naar Peking wilden halen. Zouden we anders gewoon opstaan, de poort uitlopen en een taxi naar het vliegveld nemen? We waren tenslotte vrije mensen, want we waren niet echt gearresteerd. We konden ongehinderd de poort uit lopen, en buiten de poort stonden heel kleine, gifgroene Suzuki-Alto-taxi's waar we ons met onze grote lichamen en bergen bagage inpropten.

Toen liep onze vertrekpoging vast. Agenten die ons naar onze taxi waren gevolgd, schudden zachtjes met hun hoofd van nee toen de taxichauffeur daadwerkelijk wilde wegrijden. En toen reed de chauffeur niet meer, hoezeer we de chauffeur ook aanspoorden om alsjeblieft te vertrekken. Na ons in en uit nog een paar andere taxi's en een bus gehesen te hebben, gaven we het op. We liepen terug naar het Bureau Buitenlandse Zaken, terug naar af.

De zaak loste zich uiteindelijk op na fanatiek getelefoneer van de politie met hoger geplaatsten. We mochten vertrekken, hadden ze van hogerhand gezegd, we hoefden alleen onze identiteitspapieren te laten kopiëren. Die kopietjes liet de politie in de boekhandel om de hoek maken. Men had de aanschaf van een eigen kopieerapparaat kennelijk minder belangrijk gevonden dan het regelmatig geven van uitgebreide banketten.

Deze week las ik een bericht dat me deed terugdenken aan onze aanvaring met de Chinese autoriteiten. Een tijdje geleden werd het in China inmiddels beroemde echtpaar Chen Guidi en Wu Chuntao voor de rechter gedaagd. Zij hebben een boek geschreven dat vertelt hoe boeren door de plaatselijke overheid in de provincie Anhui worden onderdrukt. Het boek werd verboden, maar er zijn naar schatting 8 miljoen illegale exemplaren van verkocht. De ambtenaar Zhang Xide, lid van de communistische partij, vindt dat hij in het boek veel te negatief wordt afgeschilderd, en hij begon daarom een zaak tegen het echtpaar wegens laster.

Normaal volgt er na ongeveer een maand uitspraak, maar dit keer laat het vonnis al drie maanden op zich wachten. De rechter staat dan ook voor een lastig dilemma. Bronnen rond het proces zeggen dat er veel te weinig legale gronden zijn om het echtpaar op te veroordelen, maar als de rechter ze vrijspreekt, dan spreekt hij de schrijvers van een verboden boek vrij. Daarmee lijkt hij indirect het verbod op het boek in twijfel te trekken, want er staan kennelijk geen `leugens' in. Waarom is het dan toch verboden? Toch niet omdat je de lelijke kanten van de plaatselijke communistische machthebbers niet zou mogen bekritiseren?

De rechter komt er niet uit. Het provinciale bureau dat gaat over advocaten in de provincie Anhui, stelde daarom een schikking buiten de rechtszaal voor, maar dat vindt het schrijversechtpaar beneden hun waardigheid. Het eist dat Zhang zijn aanklacht onvoorwaardelijk intrekt.

Een pijnlijke patstelling, zeker omdat de rechtszaak ook internationaal als een belangrijke test wordt gezien, namelijk in hoeverre een Chinese rechtbank de vrijheid van meningsuiting durft te verdedigen.

Nu maar hopen dat er hogerop in China iemand is die de knoop durft door te hakken, of die een oplossing weet waarbij de kool en de geit op een voor beide partijen acceptabele manier wordt gespaard. Tot die tijd zit er niets anders op dan rustig af te wachten.