Koranverzen zijn een geestelijke drug voor jihadisten

Terreur en islam zijn van oudsher met elkaar verbonden. De profeet Mohammed gaf het voorbeeld om spotters en ongelovigen te doden en koranverzen sporen gelovigen aan hetzelfde te doen.

November. Nederland in de mist. Koude november en een fietspad waarop een lijk zonder mededogen, met veel liefde voor de dood gekalligrafeerd wordt. Diep uit de binnenste van het fietspad werd geroepen: ,,Niet doen, niet doen, genade, genade.'' In de ogen van de kalligraaf stond echter in de geest van het offerfeest geschreven: Labaik, Allahoema Labbaik (Tot uw dienst, o Allah). De kalligraaf was reeds op de vraag om genade voorbereid: ,,Er zal geen genade voor de onrechtplegers zijn, slechts het zwaard wordt tegen hen opgeheven. Geen discussie, geen demonstraties, geen optochten, geen petities, slechts de dood zal de Waarheid van de Leugen doen scheiden.''

Maandenlange voorbereidingen, trainingen, door gebed, vasten en de permanente recitatie van de koran wierpen hun vruchten af: de kalligraaf was omsingeld door engelen die weken lang bij Allah hebben gesmeekt en gezegd: ,,O, onze Meester, meest verheven, honoreer de nederige smeekbede van deze kalligraaf, immers in deze heilige maand hebt U de koran, het perfectste boek aller tijden, naar Uw `lachende doder', Mohammed Rasoeloe Allah laten neerzenden.'' Allah keek naar het fietspad en dacht aan enkele verzen uit soerat an-nisaa. De operatie mocht beginnen. De engelen gingen zingend naar het Hollandse fietspad: ,,Zij zouden graag willen dat jullie ongelovig werden, zoals zij dat zijn; dan zouden jullie gelijk zijn. Neemt van hen dus niemand als medestander zolang zij niet uitwijken op Allahs weg. Als zij zich afkeren, grijpt hen dan en doodt hen waar jullie hen vinden.''

De engelen vormden een schild om de kalligraaf heen. De kalligraaf was in een roes, hij hoorde niks, hij zag niks, hij voelde alleen nog het offervlees. Het mes, vlees en bloed. Gezamenlijk zongen ze: Labaik, Allahoema Labbaik. De kaligraaf was Mohammed, Mohammed was een werktuig. De submission, de onderwerping aan de allerhoogste wil was volbracht. Alleen moesten nog de verzen over Shaid (Martelaar) uit soerat al-bakara gerealiseerd worden: ,,En zegt niet van hen die op Allahs weg gedood worden dat zij dood zijn; zij zijn juist levend, maar jullie beseffen het niet.''

Reciterend bereidde Mohammed zich voor op zijn reis naar de tuinen der Waarheid, waar volgens Allah gezellinnen zijn met grote sprekende ogen die als welbewaarde parels zijn. Die gezellinnen zijn Allahs houries die tot eeuwige maagden zijn gemaakt. Mohammed is immers de Amsterdamse onreine hoeren zat, hij wil daarom naar Allahs houries. De wijze satan zei tegen Mohammed: ,,O, ongelukkige naamgenoot van de profeet, hoeren zijn toch hoeren.'' Plotseling besefte Mohammed dat de engelen allang weg waren. Alles was tevergeefs. Allah brak weer zijn belofte met een Mohammed. Het was en blijft een koude, ongenadige novemberdag.

Hoe moeten we deze herfst van moord en eenzaamheid begrijpen. Omar Khayam (1048-?), een middeleeuwse voorganger van Nietzsche, dichtte eeuwen geleden de misère van Mohammed en vooral Mohammed-liefhebbers:

Alles wat er is, schijnt niet te zijn in de wereld

voorstelling-gedachte van alles wat er niet is, is wel in de wereld.

De islamitische extase is niet een fenomeen dat na de dood van Mohammed zou zijn uitgevonden. Het begon al met de koran. De wijze waarop de koran wordt gelezen, heet reciteren. De irrationele kracht van de koran ligt in de recitatie. In het hardop herhalen, zonder dat men op de betekenis let, wordt de koran een buitenaards boek. De koranverzen waren buitengewoon geschikt om tijdens de jihadistische veldslagen luidruchtig en zangerig voor te dragen. Het bevorderde het moreel, omdat de koranverzen in tegenstelling tot gewone Arabische poëzie niet vrijblijvend waren. De koranverzen claimen onmiddellijke realisatie. En omdat een succesvolle jihad ook tot onmiddellijke materiële verrijking en politieke heerschappij zal leiden, nemen de koranverzen daarin de positie van geestelijke drugs in. Met de koranverzen gaf Mohammed aan zijn jihadisten een effectieve drug die heel even de realiteiten van de omringende wereld kon uitschakelen. Wat gebeurt er als de realiteit zich opdringt? Dan moeten de angstaanjagende verzen over hel en verdoemenis hun werk doen. Tijdens de verschillende oorlogen kwamen vele recitatoren van de koran om het leven, en dat verontrustte een kalief die daarom de opdracht heeft gegeven de koran te verzamelen. De koran werd een boek, maar nog steeds een boek om te reciteren.

De authenticiteit van de koran is uiteraard een open vraag. De koran is onder meer een boek voor de jihad. Allahs enige boek is geboren uit de wil tot de politieke heerschappij te midden van oorlogen en rooftochten. Hallucinatie, moed, hoop en wreedheid kenmerken het boek dat de politieke heerschappij vooropstelt, niet over een specifiek volk, maar over alle volkeren.

Deze koranische hallucinatie is meestal in combinatie met andere factoren zeer succesvol. Zo bereidde men duizenden jongeren in Iran tijdens de Iran-Irak-oorlog met religieuze elegieën en koranverzen voor op het martelaarschap. De koran belooft ook veel aan de jihadisten en Mohammed was slim genoeg om ze na elke succesvolle rooftocht (ghazoe) deelgenoot te maken van de veroverde buit: rijkdom en de vrouwen van de vermoorde vijand.

Heeft Mohammed B., de jihadistische rooftochtstrijder, gemoord louter in een toestand van koranische hallucinatie, in de hoop als martelaar eindelijk zijn fantasieën met die eeuwige hourie te verwezenlijken? Heeft zijn misdaad enige wortel in de traditie van de islam? Of is hij juist ver verwijderd van de oorspronkelijke islamitische traditie? Als we hier van de traditie spreken, dan moeten we een blik werpen op de handelingen van de profeet Mohammed.

De profeet Mohammed ibn Abdollah, wiens naam we volgens de justitiële traditie als Mohammed A. zullen afkorten, had een, op zijn zachtst gezegd, zeer kritische relatie met dichters en spotters. Er was eens een dichter die Ka'b ibn al-Asjraf heette. Deze dichter woonde in Medina waar Mohammed A. nog niet alle macht in handen had, waardoor hij niet in staat noch bevoegd was om hem legaal ter dood te brengen. Die dichter was ook, zoals alle andere dichters op de aarde, erg brutaal. Hij dichtte onder andere over de Mekkaanse mensen die door Mohammed A. tijdens de jihad waren gedood. Op een dag vroeg Mohammed A. aan zijn vrienden: wie wil mij verlossen van Ka'b? Dit verzoek werd door een aantal vrijwilligers aanvaard: ,,O, profeet, we zullen hem voor u vermoorden.'' De moordenaars werden gezegend door de profeet en ze gingen 's nachts naar het huis van Ka'b. Ze lokten hem naar buiten en tijdens een korte wandeling vermoordden ze hem als vijand van de islam. Hij werd met een mes vermoord. Volgens Ibn Ishaak hadden de vrienden van Mohammed A. het mes zo diep in het lijf van de dichter gestoken dat het uit zijn achterste naar buiten kwam. Mohammed A. pleegde vele terroristische aanslagen op vijanden van de islam. Vele denkers en kunstenaars werden in de geschiedenis van Perzië en andere islamitische landen in de afgelopen 1500 jaar op basis van fatwa's van geestelijken min of meer op dezelfde wijze om het leven gebracht. Ik beperk me tot twee namen in Perzië: de historicus Kasrawi en de dichter Mokhtari.

In overeenstemming met deze authentieke traditie heeft de Nederlandse Mohammed B. gehandeld. De profeet Mohammed A. was derhalve een voorbeeld voor Mohammed B., die Theo van Gogh als de vijand van Allah heeft afgeslacht. Gelukkig is er nog een wereldwijde grote meerderheid van moslims die niet of nauwelijks binnen de traditie leeft en niet alle aspecten van Mohammeds leven wil nabootsen. Deze meerderheid zit echter vooralsnog gevangen in de angst voor hel en verdoemenis en is daardoor niet echt in staat om `nee' te zeggen tegen de terreur en de tirannie.

De opleving van de traditionele authentieke islam gaat altijd gepaard met brute vormen van geweld. In Iran heb ik met eigen ogen gezien hoe de aanhangers van de Hezbollah op klaarlichte dag andersdenkenden met mes en bajonetten te lijf gingen. Het is voor mij een vreemde toestand. Ik ben ooit gevlucht voor de terreur van de politieke islam. In het Midden-Oosten worden andersdenkenden op klaarlichte dag neergestoken, neergeschoten, kortom in het openbaar geëxecuteerd, maar hier had ik dat niet verwacht. Nederland bood aan mensen als ik veiligheid en vrijheid. Nederland lijkt helaas inmiddels op het Midden-Oosten. Deze tragedie vervolgt ons als een vloek.

Ik wilde hierover nooit schrijven. Ik wilde het liefst vergeten.

De geschiedenis leert ons dat terreur en de islamitische cultuur diep met elkaar verbonden zijn. Dat islamitische vorsten of kaliefen constant worden gedood, is ook niet nieuw: profeet Mohammed was van Mekka naar Yathrib gevlucht, omdat er een terreuraanslag op hem was beraamd; Umar, de tweede heilige kalief, is door een gefrustreerde Pers gedood; Osthman, de derde heilige kalief, is vervolgens door een rivaliserende politieke groepering gedood; Ali, de vierde kalief, is weer door een andere, nog radicalere politieke sekte tijdens het verrichten van het ochtendgebed in de moskee gedood. De islam begint dus met terreuraanslagen op tegenstanders. In Vorlesungen über die Philosophie der Geschichte merkte Hegel over de islam op dat wat voor Robespierre als la liberté et la terreur gold, voor Mohammedanen la réligion et la terreur was. Ook Alexis de Toqueville was van mening dat aan de Franse Revolutie een satanisch element verbonden was. Om de moorddadigheid van de Franse Revolutie aan te tonen, vergeleek hij die revolutie met de islam, met zijn martelaren, apostelen en strijders.

Heel mijn leven is getekend door terreur en religie en nu is het tragisch dat ik burger van een staat ben geworden die nauwelijks bereid is andersdenkenden te beschermen tegen terreur. De essentie van de staat is het waarborgen van veiligheid en vrijheid. Of wil de overheid op den duur de Nederlandse rechtscultuur aanpassen aan de intolerante verlangens van de islam?

In deze trieste novemberdagen moet ik telkens mezelf en mijn familie moed inspreken, dat de talibaan die het op ons, de kritische geesten, hebben gemunt, nooit zullen winnen. De horizon van vrijheid, humanitas en de mensenrechten roept ons de pennen niet te breken, de nekken niet te buigen. Melancholisch heb ik ooit geschreven:

(...)

onder de lage zon

loopt in de plooidalen van je gezicht

een oude dauw

voor de vergane wereld

en de gegane vrienden.

in het gaan van de geganen

woedt de herfst

en slaapt de winter.

Afshin Ellian is universitair hoofddocent Encyclopedie van de Rechtswetenschap in Leiden. Hij is dichter en columnist van NRC Handelsblad. Hj werd geboren in Iran en kwam in 1989 naar Nederland.