Kleine zwaan

Het liep tegen invallend duister dat een kleine formatie sneeuwwitte vogels overtrok boven De Deelen, een vogelrijk moerasgebied met petgaten tussen Aldeboarn en Tjalleberd (Friesland). Het was de kleine zwaan (Cygnus bewickii), een wintergast in deze maanden, afkomstig vanuit de broedgebieden in de toendra's van Noord-Europa en Rusland. De kleine zwaan is geheel wit en verschilt slechts in twee opzichten van zijn grotere familielid, de wilde zwaan (Cygnus cygnus) die een lengte heeft van 152 cm. Allereerst meet de kleine zwaan zo'n dertig tot veertig centimeter minder. Bovendien is de opmerkelijk gele snavel anders getekend. Bij de wilde zwaan loopt het geel naar voren in een punt uit, bij de kleine zwaan is de scheiding tussen de zwarte snavelpunt en de gele snavelbasis verticaal getrokken. De kleine zwaan heeft ook een iets afgeronder hoofd. Ook aan het geluid zijn ze te onderscheiden: een groepje kleine zwanen is luidruchtiger dan de grotere variant. De kleine zwaan is een hecht lid van zijn familie; de ouders en jongen blijven lang bij elkaar en ze beschermen elkaar tegen een andere familie. Soms kunnen er in de voedsel- en broedgebieden zelfs vetes ontstaan.

Illustratie: Rein Stuurman (Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl