Ik kom u vertellen wat de islam is

Wie was Mohammed B., de 26-jarige man die wordt verdacht van de moord op Theo van Gogh? En wie waren zijn vrienden? Hij studeerde en zette zich in voor hangjongeren. Maar na 11 september radicaliseerde hij, zegt zijn vriend. `Hij kon woedend zijn, ontploffen.'

Ze kwamen gemiddeld twee keer per week 's avonds bij Mohammed B. thuis, aan de Marianne Philipsstraat in Amsterdam-West. Vanaf 2001, het jaar dat B. dat huis betrok. Vijf tot zeven jongens met baarden en korte broekspijpen in een voormalige bejaardenwoning. Geen vrouwen. Soms bracht iemand een vriend mee. De jongens die nog thuis woonden, namen iets te eten mee, couscous meestal of tazjine, gemaakt door hun moeders. Bij het eten werd gewoon water gedronken.

Mohammed B. verwelkomde hen met zijn trage diepe stem. Hij was kort van stuk, 1.70 m., gezet, en hij droeg een baard, een bril en een gebreid mutsje. Tijdens de vastenmaand ramadan schoor hij weleens zijn hoofd kaal. ,,De deur van Mohammed B. stond altijd open'', zegt Mohammed Fahmi B. (23), die daar altijd bij was en die afgelopen woensdag werd gearresteerd op verdenking van lidmaatschap van een terroristische organisatie. ,,Hij heeft een groot hart. Bij elkaar zijn bij hem thuis twintig tot dertig jongens geweest.'' We noemen hem in dit verhaal Fahmi. Fahmi had Mohammed B. het jaar dat de bijeenkomsten begonnen, ontmoet in moskee Al Tawheed. Fahmi werkte bij een aannemersbedrijf en beloofde Mohammed B. in de avonduren tegels te zetten in zijn badkamer en keuken. Zo ontstond het contact tussen de twee. Fahmi trad toe tot de groep van jonge Marokkanen in het huis van Mohammed B., die door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst later tot de Hofstadgroep wordt gerekend.

In het begin van de avond spraken ze kort over `handeltjes', zoals een lid van de groep het noemt: een nieuwe telefoon, een nieuwe internetsite, het huwelijk. Over het laatste onderwerp sprak Mohammed B. niet. Hij liet zich niet met vrouwen in. ,,Over vrouwen werd niet gesproken'', zegt Fahmi. ,,Ik durf niet met een man met een baard over vrouwen te spreken.'' Als de sjeik er was, de in 1961 in Damascus geboren Mohamed al I., vertelde die hen over de koran en gaf antwoord op de vele vragen van de jongens. Hem hadden Mohammed en Fahmi ook ontmoet in Al Tawheed, in 2002. Hij kende de koran bijna van buiten en preekte. ,,De sjeik was wijs'', zegt Fahmi. Hoewel Mohammed B. de laatste jaren steeds meer kennis over de islam tot zich nam en Arabisch leerde, kon hij zich niet meten met de sjeik. ,,De sjeik had vijf keer de kennis van Mohammed B.''

Enige probleem was de taal. ,,Mohammed B. was Berber, maar voelde zich Arabier'', zegt Fahmi, ,,Hij beheerste alleen het Arabisch niet zo goed, het Nederlands wel.'' De sjeik sprak Arabisch en geen Nederlands. Fahmi sprak met de andere Marokkanen Berbers of Marokkaans-Arabisch en met de sjeik Arabisch. De meeste Marokkaanse Nederlanders spreken behalve Nederlands alleen het dialect van hun ouders. Meestal is dat Berbers, omdat de meeste Marokkanen in Nederland uit Noord-Marokko komen.

Fahmi kwam vijf jaar geleden met zijn moeder naar Amsterdam. Hij spreekt wel Arabisch, omdat hij in Marokko Arabisch leerde op school. De communicatie verliep moeizaam binnen de groep waar meer talen werden gesproken. Niemand kon zich goed uitdrukken. ,,We moesten ons best doen om elkaar te begrijpen'', zegt Fahmi.

Snotneus

Ze gaven elkaar Arabische namen zoals gebruikelijk is in Arabische landen in oorlogstijd. Fahmi was Abu Mussab, de sjeik was Abu Khaled, Mohammed B. noemde zich de overwinnaar. Wie waren er verder aanwezig? Ahmed H., die enkele maanden geleden wegging bij zijn vrouw in Amsterdam-Noord, door de inlichtingendienst beschouwd als een centrale figuur van de Hofstadgroep. Hij beheerde de kas, waarin de aanwezigen eigen geld stortten.

Dan is er Ismail A. (21) die zich liet opleiden in Pakistan. Jason W. (19), zoon van een Amerikaanse vader en Nederlandse moeder en sinds vijf jaar moslim. Nouredine El-F., die in de zomer van 2004 naar Portugal afreisde. En ten slotte Samir A. (18), de snotneus van het gezelschap. Samir was onbezonnen, dom, volgens de anderen. ,,Een kleine jongen zonder goede kennis van de koran'', zegt Fahmi. Hij ging naar Tsjetsjenië en keerde terug. Hij stalde vorig jaar een tas met ammoniak, zoutzuur en kunstmest bij Fahmi, die daarop werd aangehouden.

Mohammed B. was dus wel wijs. Althans, die houding nam hij aan. Hij was serieus, sprak geen onzin, maakte nauwelijks ongepaste grapjes. Hij was een gewichtig man, gedroeg zich zoals een goede moslim met kennis van zaken zich volgens hem zou moeten gedragen: nederig door de kennis over de Almachtige en zijn grenzeloze kracht en goedheid.

Het woord `serieus' stond voor urenlange studie en interpretatie van de koran, voor de deelneming aan het gebed, vijf keer per dag. Voor een beheerst en sober leven. ,,Mohammed B. lachte niet over de islam'', zegt Fahmi. Hij had zelfs een boek geschreven over het universum van de islam.

Mohammed B. vertaalde zijn kennis van de koran naar de politiek. De Midden-Oostenpolitiek. Het Israëlische geweld tegen de Palestijnen. De noodzaak van een terroristische beweging als Hamas, waarvan hij de aanslagen gedetailleerd besprak. ,,Hij kon ontzettend kwaad worden op joden, op Amerikanen'', zegt een ander lid van de groep dat alleen anoniem wil spreken. ,,Als hij kwaad werd, werd hij echt kwaad. Als ik iets op televisie heb gezien waarover ik kwaad ben, ga ik een stukje lopen, is het over. Hij niet. Hij sprak hard.''

,,Hij kon woedend zijn, ontploffen'', zegt Fahmi.

Pleegde Mohammed B. de moord op Theo van Gogh in zo'n woedeaanval? Zijn vrienden denken van niet. Het was woede die voortkwam uit zijn islamitische radicalisme. Zijn radicalisme bracht hem zover, zeggen zijn vrienden. ,,Hij is niet geradicaliseerd door de dood van zijn moeder drie jaar geleden'', zegt Fahmi ,,maar door de aanslagen van 11 september 2001. De negentien zelfmoordstrijders zijn onze martelaren geworden.''

Kort voor 11 september had Mohammed B. zeven maanden gevangenisstraf gekregen voor geweldpleging. ,,Daar is het geloof belangrijk geworden. Daar is hij met zijn studie van de koran begonnen'', zegt een oud-collega uit de tijd dat hij als vrijwilliger werkte in wijkcentrum Eigenwijks.

Toen Mohammed B. zich in het najaar van 2001 als vrijwilliger meldde bij dat wijkcentrum was er van sympathie met de aanslag op de Twin Towers weinig te zien. Wel maakte hij zich volgens coördinator Dick Glastra van Loon zorgen over de wijk Overtoomse Veld. Drie jaar eerder waren er rellen geweest op het August Allebéplein in die wijk Overtoomse Veld toen tientallen Marokkaanse jongeren in opstand kwamen tegen de in hun ogen strenge wijkagent.

Overtoomse Veld was zíjn wijk, hij was er in 1985 als zevenjarige jongen komen wonen. ,,Mohammed maakte zich zorgen over de ontevredenheid die na de rellen nog steeds heerste onder de jongeren in de wijk'', zegt Glastra van Loon nu. ,,Het was vragen om nieuwe problemen.'' ,,Hij wilde de hangjongeren een duw geven in de juiste richting'', zegt buurtgenoot Ahmed Afkerin.

Zaalvoetbal

Mohammed sloot zich op in het `computerhok' van het wijkcentrum en schreef in een paar maanden tijd een plan om 's middags en 's avonds een opvangruimte in te richten op zijn oude middelbare school, het Mondriaan College. Daar konden de jongeren die op het Allebéplein hingen voortaan onder begeleiding hun huiswerk maken, zaalvoetballen, spelletjes doen en jongerendebatten organiseren. Zelf organiseerde hij vast een politiek debat voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen.

Mondriaans Doenia, Mondriaans wereld, heette het plan, dat inclusief haalbaarheidsanalyse en subsidieaanvraag 25 bladzijden telde. Samen met Glastra van Loon lichtte Mohammed B. het toe op het ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu. ,,Maar blijven die jongeren dan wel betrokken bij hun ruimte?'', vroeg de beleidsambtenaar sceptisch. ,,Dat was juist de essentie van het plan'', zegt Glastra van Loon nu. ,,Ze realiseerden zich niet het belang van dit soort projecten voor de buurt. Dit zijn de signalen die je moet oppikken. Ik zat al tegen het plafond, maar Mohammed verhief zijn stem. Hij was heel fel.''

,,Hoe weten jullie dan dat het werkt?'', vroeg de beleidsambtenaar nog. ,,Zijn wij nou zo slim of jullie zo dom?'', vroeg Mohammed. Hij deed zijn armen omhoog. Op de terugweg in de auto naar Amsterdam zei hij: ,,Nou Dick, dan niet.'' ,,Berustend was hij, maar innerlijk gefrustreerd'', zegt Glastra van Loon nu. ,,Wij Marokkanen zijn goed genoeg om als contactpersoon gebruikt te worden, zolang we maar geen initiatieven nemen.''

Toen ook het stadsdeel Slotervaart-Overtoomse Veld het liet afweten zei Mohammed: ,,Je hebt niks te verwachten van de overheid.'' Het ging niet goed met de samenleving, zei hij in een gesprek met Glastra van Loon. Over het wijkcentrum zei hij: ,,Jullie zijn een deel van die samenleving. Het gaat hier ook niet goed.'' Tegen de voorzitter van Eigenwijks, Wim Knol: ,,Ik heb het eigenlijk allemaal wel gehad met de instituties.''

Het was november 2002 en Mohammed had net zijn deeltijdstudie Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de Hogeschool van Amsterdam afgebroken. Het was zijn derde poging. Daarvoor had hij aan de Hogeschool InHolland in Diemen onder meer korte tijd accountancy gestudeerd. ,,Hij kwam zelden'', herinnert zijn mentor aan de Hogeschool van Amsterdam zich. ,,Hij was ergens anders met zijn hoofd. Voor mij onbereikbaar.''

Voorzitter Knol vroeg hem in maart 2003 of hij de buurtzaal naast het wijkgebouw wilde beheren en Mohammed maakte onmiddellijk een bedrijfsplan. De zaal moest `een bijzondere ontmoetingsruimte voor de buurt' worden waarbij `de beheerder dienstbaar zou moeten zijn aan het publiek'. Maar toen de eerste groepen bewoners kwamen, weigerde hij alcohol te schenken en maakte hij een voorstel om mannen en vrouwen voortaan apart van elkaar in de zaal te ontvangen.

,,Ik denk dat wij praktisch niet door één deur kunnen'', zei voorzitter Knol hem dat voorjaar. De discussie nam een theologische wending. ,,Ik ben een ruimdenkende protestant'', zei Knol. ,,Ik ben het niet eens met jouw rechtzinnigheid en jij niet met mijn vrijzinnigheid.''

,,Hij onttrok zich langzaam aan de samenleving'', zegt Glastra van Loon nu. ,,Hij keurde de Amerikaanse inval in Irak sterk af.'' Mohammed zei: ,,Ik ben me in de islam aan het verdiepen. Mijn geloof is alles voor mij.''

,,Dat vind ik fijn voor je'', antwoordde Glastra van Loon.

In de redactie van het wijkorgaan Over 't Veld negeerde Mohammed de vrouwen. En hij schreef het stuk `Islam en integratie' dat de aandacht trok van de AIVD. ,,Het woord integreren betekent: in een groter geheel opgenomen worden'', schreef hij. ,,Deze betekenis omvat voor mij het hele islamitische concept van onderwerping (lichaam en geest) aan die Ene Macht die de schepper is van het groter geheel dat we het universum noemen.'' Over vrouwen schreef hij dat hij ze vanuit zijn `islamitische overtuiging' liever niet bij het jongerenwerk betrok.

Mohammeds radicalisering wordt zichtbaar. Spijkerbroek en overhemd verruilt hij voor djellaba en Afghaanse klederdracht. Hij leent de auto van de vrouw van Glastra van Loon. Zij ziet hem in djellaba met gebedsmutsje voor de deur staan. Hij kijkt haar niet aan, geeft haar geen hand en weigert haar uitleg over de automatische versnellingsbak. ,,Dat vond ze heel gek'', zegt Glastra van Loon nu.

Als de Marokkaan zich in de zomer van 2003 uit de wijk terugtrekt, zegt Glastra van Loon: ,,Kom nog eens gezellig langs. Leuk om contact te houden.'' Maar bij het wijkcentrum zien ze Mohammed B. niet meer terug. Zijn studiefinanciering stopt. Vanaf dat moment ontvangt hij een uitkering.

In die tijd heeft Mohammed een aanvaring met Ahmed, de imam van zijn buurtmoskee Al-Oumma die hem als kleine jongen koranles heeft gegeven. Hij gaat zelden naar de moskee om te bidden omdat hij zelfs de als orthodox bekendstaande moskee Al Tawheed te vrijzinnig vindt. ,,Ik kom u vertellen wat de islam is'', zegt Mohammed volgens zijn vrienden tegen imam Ahmed. ,,U vertelt de waarheid niet.'' Hij legt hem uit dat de mens de manier waarop Allah zijn wetten ten uitvoer heeft gebracht niet kan veranderen.

De imam vertelt enige tijd later in zijn preek tijdens het vrijdaggebed meesmuilend over het bezoek van `deze kleine jongen', zo bevestigen bezoekers van de moskee. ,,Hij kwam mij de waarheid vertellen!'', zou de imam hebben gezegd. De imam zelf wil geen commentaar geven over het bezoek van Mohammed B.

Isolement

Bidden doet Mohammed B. thuis, hij leest dagelijks in de koran. Alleen de bezoeken van zijn vrienden doorbreken zijn isolement. De hele groep wordt uitgenodigd voor het feest dat Mohammeds invalide vader geeft ter gelegenheid van het huwelijk met zijn tweede, veel jongere vrouw. Mohammed is blij dat zijn vader opnieuw trouwt nadat zijn moeder aan borstkanker was overleden. Verder houdt hij zijn vrienden buiten zijn persoonlijk leven. Ze weten niet wat hij studeerde. Ze weten niet dat hij drie zussen heeft. ,,Hij werd niet stiller'', zegt groepsgenoot Fahmi B.. ,,Hij praatte gewoon niet veel over zichzelf.''

De vrienden luisteren naar de koranuitleg en de preken van de sjeik. Met interesse volgen zij de verrichtingen van Ayaan Hirsi Ali. Ze is een a'abida, een slavin. Ze is een kahpa, een hoer. Ze is een mounafikka, een afvallige. ,,Ze is besneden.'' Fahmi lacht. Mohammed B. mag niet vloeken, maar hij doet het als hij over haar spreekt, zo kwaad is hij. ,,Ze kent de waarheid'', zegt Fahmi. ,,En toch volgt ze die waarheid niet.''

Fahmi en een van de andere jongens, die af en toe de bijeenkomsten van de groep bijwoonde, vertellen dat Nederland deel uitmaakt van de dar al islam, het huis van de islam, sinds Nederland Irak medebezet. ,,Nederland is in oorlog met de islam. Nederland is nu onze vijand'', zegt de andere jongen. ,,We zullen niet onze buren aanvallen, maar wel afvallige moslims en zij die zich opstellen als onze vijand. Ayaan Hirsi Ali is een afvallige moslim én onze vijand.''

Wie Hirsi Ali doodt, zo legt de andere jongen uit, verkrijgt daarmee de martelaarstatus. ,,Zoals de negentien mannen die de aanslag op de Twin Towers pleegden. Je wordt daarmee shahid, martelaar, dat is het ultieme geluk. Aan Hirsi Ali is eer te behalen.'' En aan Theo van Gogh? ,,Aan Theo van Gogh minder, omdat hij geen moslim is geweest. Maar als iemand tegen de koran en de profeet vloekt, worden wij kwaad.''

In de brief die Mohammed B. achterliet bij het lichaam van Theo van Gogh werd de belediging van de islam en moslims – door Hirsi Ali en Van Gogh – als motief van de moord genoemd. De uitspraken en de brief passen in de ideologie van Takfir Wal Hijra, een verband dat de ministers Donner (Justitie) en Remkes (Binnenlandse Zaken) in een brief van 4 november aan de Tweede Kamer legden met de Hofstadgroep.

Takfir wal Hijra betekent letterlijk banvloek en uitwijzing. De in Egypte ontstane zeer extreme beweging zou in Nederland naar schatting tachtig tot honderd aanhangers hebben. Ook de leden van de Hofstadgroep zouden deze ideologie aanhangen. De toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst noemde Takfir wal Hijra in 2001 een stroming binnen de gewelddadige politieke islam, die een gewapende strijd voert tegen ongelovigen: joden, christenen en afvallige moslims.

Fahmi heeft flarden van naakte vrouwenlichamen met koranteksten gezien uit Submission, de film van Hirsi Ali en Theo van Gogh. Hij herinnert zich dat iedereen bij hem in de buurt naar buiten ging nadat de film was vertoond door de VPRO. ,,We waren geschrokken.'' Kende hij Van Gogh? Fahmi schudt zijn hoofd. De naam van Van Gogh kent hij sinds twee maanden, sinds de film in opspraak raakte. Daarvoor hadden de meeste leden van de groep niet van hem gehoord, verzekert hij.

Wist hij dat Mohammed B., de vriend die hij twee keer per week zag, Van Gogh zou vermoorden? Nu schudt hij verontwaardigd zijn hoofd. ,,Ik zag Ismail (lid Hofstadgroep, red.) vorige week in de Al Tawheed moskee. Het verbaasde ons toch dat hij die man had vermoord.'' Fahmi zegt dat het een eenmansactie is geweest. Hoe Mohammed dan aan het vuurwapen kwam? ,,Dat is hartstikke makkelijk in Amsterdam.''

Drie weken geleden kwamen de jongens van de groep voor het laatst bijeen in de benedenwoning van Mohammed B. Daarna begon de vastenmaand ramadan. Volgens de jongen die af en toe bijeenkomsten bezocht, werd afgesproken dat zij elkaar gedurende de heilige maand niet zouden zien. Na het breken van de vasten en het avondgebed in de moskee zou daar geen tijd meer voor zijn.

Fahmi sprak Mohammed niet, ook niet telefonisch. Volgens Fahmi had Mohammed geen geld meer om zijn beltegoed op te waarderen. Deze week meldden Donner en Remkes aan de Tweede Kamer dat zij vanaf 21 oktober de telefoon van Mohammed B. niet langer konden afluisteren, omdat Mohammed zijn telefoon niet meer gebruikte.