Hongaarse Bloedbruiloft koud en zonder raffinement

Terwijl buiten het Muziektheater donderdagavond zingende kinderen met St.Maartenlichtjes liepen, bood in het theater de Hongaarse opera Bloedbruiloft (1964) van Sándor Szokolay louter duisternis en gekweld gezang. De opera kreeg zijn late Nederlandse première in het kader van de toetreding van Hongarije tot de EU, waar Bloedbruiloft een succesvol repertoirestuk is. Toegankelijk en ritmisch klinkt de fragmentarische muziek van Szokolay inderdaad, mysterieus bij vlagen. Maar in de oppervlakkige verwantschap met Orff, Janácek of De Falla wordt vooral duidelijk dat Szokolay raffinement ontbeert, alle ferme tromslagen en driftig klakkende hakken ten spijt.

Net als het indrukwekkende toneelstuk van Federico García Lorca waarvan de operatekst een bekorte vertaling is, hangen doem en ongeluk in Bloedbruiloft voortdurend als een donderwolk boven de interacties. Gelachen wordt er nooit. De enige kleurige noot in het geheel is het rood van bloed.

Voor regisseur Balázs Kovalik ligt de essentie van de Bloedbruiloft dan ook verstopt in de naam. Echt getrouwd wordt er niet. De bruid loopt weg met een oude liefde, maar de geknakte bruidegom achtervolgt hem en in een duel sterven ze allebei. Niet man en vrouw, maar man en man reiken elkaar symbolisch de hand. Slechts mannenbloed wordt hier verenigd.

Lorca's tekst is rijk aan symbolen, daarvoor waarschuwde Kovalik maandag al op de muziekpagina. Inderdaad is het Westers oog zulke duidelijke symboliek ontwend. De man in wit skaileren pak die als personificatie van de Maan zwijgend langs het proscenium ijsbeert, wekt vooral de lachlust.

Het uit zwarte planken opgetrokken eenheidsdecor in de krulvorm van een skateboard-baan onthult pas aan het slot zijn ware gedaante. ,,Ik werd meegesleurd als door een een golf in de zee'', zingt de `Runaway Bride'. Maar het kwaad is dan al geschied. Alle achtergebleven vrouwen zullen de rest van hun leven tegen de muren van hun enge huisjes op blijven vliegen, zoals dat ook eerder in de opera letterlijk gebeurt.

De sociaal-realistische tragedie die Bloedbruiloft is, laat ondanks al die erg letterlijke beeldspraken en de clichématige choreografieën niet steeds volkomen koud. Zeker de verkouden Annemária Kovács maakt als Moeder/Dood indruk. Sterk zijn ook de gespierde Szilvia Ralik (bruid) en de machokracht van bariton Attila Réti (Leonordo). Péter Oberfrank leidt koor en orkest van de Hongaarse Staatsopera met gevoel voor kleur en ritme, maar meer dan de muziek zelf biedt, kan ook hij niet onthullen.

Voorstelling: Bloedbruiloft van Sándor Szokolay door de Hongaarse Staatsopera o.l.v. Péter Oberfrank. Gezien: 11/11 Muziektheater, Amsterdam. Herh.: 13 en 14/11, aldaar.