Hollands dagboek

Martijn Kielstra bezocht afgelopen week het communistische Noord-Korea voor een onderzoek naar Noord- Koreaanse kunst. Mr Li en Madame Om verloren hem niet uit het oog. Kielstra (38), directeur van Canvas International Art, is getrouwd en heeft drie kinderen. ,,Een kleurloos, verpieterd landschap, armoedige dorpjes, modderige slechte wegen en heel veel soldaten en checkpoints.''

Woensdag 3 november

Twee jaar geleden bereidde ik een groot tentoonstellingsproject met Zuid-Korea voor. Tijdens een fondswervende lunch ontmoette ik de heer Kim, die mij uitnodigde ook eens in Noord-Korea onderzoek te doen naar hedendaagse kunst. Dat liet ik me geen twee keer zeggen en zo zit ik sinds zaterdag in Pyongyang.

Iedere buitenlandse bezoeker krijgt één of meer `begeleiders'. De mijne zijn Mr Li en Madame Om. Mr Li en Madame Om mogen mij deze twee weken niet uit het oog verliezen. Mr Li slaapt daarom in de hotelkamer tegenover de mijne en belt iedere avond op of ik er nog wel ben. Verder krijg ik assistentie van Mr Kang en Mr Han van HS International Trading BV, het enige Nederlandse bedrijf met een vestiging in Pyongyang.

Deze ochtend rijden we naar de ateliers van Mansudae, naar eigen zeggen de belangrijkste kunstenaarsgroep van het land, direct vallend onder de regering. En inderdaad, bijna alle prestigieuze sculpturen, schilderijen en monumenten in Pyongyang zijn door hen gemaakt. Zoals het grote bronzen beeld van de overleden Grote Leider Kim Il Sung, waar je op de dag van aankomst als buitenlandse bezoeker verplicht een buiging voor maakt en bloemen legt.

Ik tref in Mansudae een ware kunstfabriek aan met honderden kunstenaars en architecten, die in binnen- en buitenland complete paleizen, inclusief decoraties uit de grond stampen. We beginnen in de expositieruimte. Op de onderste verdieping zijn werken van gewone kunstenaars te zien, op de middelste die van de `Verdienstelijke Kunstenaars', en op de bovenste verdieping hangt werk van de bloem der natie: de `Volkskunstenaars'. Ik zie vooral landschappen. Naast olieverf op doek en `Korean painting' (traditionele oosterse techniek van waterverf op papier), wordt er ook met gemalen edelsteen geschilderd. We voeren een lange discussie over wat ik gezien heb en hoe we zullen werken. In dit soort discussies moet ik al mijn diplomatieke gaven en overredingskracht aanwenden om mijn begeleiders te overtuigen dat ik zoveel mogelijk kunst moet zien en kunstenaars wil ontmoeten in hun atelier. Mijn verzoek is echter ongewoon omdat het nog nooit eerder door iemand gedaan is.

We bezoeken het atelier van Song U Yong, een `Volkskunstenaar' in `Koreaanse schilderkunst'. Zijn werk is met zoveel aandacht voor detail geschilderd, en met zulke heldere kleuren dat de landschappen verbluffend levendig overkomen. Ik kan de watervallen in zijn werk bijna horen stromen. We hebben een geanimeerde discussie over de verschillen in het kunstenaarschap van de westerse en Noord-Koreaanse kunstenaar. Simpel gezegd, de Noord-Koreaan maakt niet kunst voor zichzelf, maar voor de massa. En wat de massa mooi vindt wordt bepaald door Kim Jong Il en dat is wat er nu geschilderd wordt. Zie hier de vicieuze cirkel waar de Noord-Koreaanse kunst zich in bevindt.

Hierna krijg ik twee grote ateliers te zien waar enkele tientallen jonge kunstenaars bezig zijn om foto's na te schilderen. De opdrachten voor deze schilderijen komen uit Amerika.

Donderdag

We komen twee uur te laat op onze afspraak in het Korean Art Museum, het enige beeldendekunstmuseum in Noord-Korea, omdat Mr Li en Madame Om aan hun bazen verslag over mijn bezoek moesten uitbrengen. Boze gezichten bij het museum, maar gelukkig heeft de directeur van het museum, Dr Han, toch tijd om mij rond te leiden. Na wat vragen over en weer, waarbij ik moet uitleggen dat mijn `gallery' maar één zaal heeft en geen Rembrandts, trekken eeuwen Koreaanse kunstgeschiedenis per zaal aan mij voorbij. Tot mijn verbazing en ongenoegen kan ik niet de ruimtes met kunst van de laatste 30 jaar zien, omdat die worden verbouwd. We spreken af dat ik op een andere dag terugkom.

Nu moeten we snel de auto's in, want we gaan een grot bezoeken en dan door naar Myohyang, een bergrijk gebied ten noorden van Pyongyang, waar we ook zullen overnachten. De rit naar de grot is mijn eerste confrontatie met het Noord-Koreaanse platteland. Het is fascinerend, maar je wordt er niet vrolijk van. Een kleurloos, verpieterd landschap, armoedige dorpjes, modderige slechte wegen en heel veel soldaten en checkpoints.

Na hand in hand met de rondleidster al zingend door de grot te zijn rondgeleid, willen we verder rijden naar het noorden. Het is inmiddels aardedonker geworden, ook in de dorpjes waar iedere vorm van straatverlichting ontbreekt en maar hier en daar een lichtje brandt. Desondanks zijn er veel voetgangers en fietsers op de weg. Zij kennen in het donker de weg, maar wij niet. Na drie uur rijden over kleine hobbelwegen komen we tot onze verbazing weer bij Pyongyang uit. We besluiten naar ons hotel terug te gaan en het morgenochtend vroeg bij daglicht nog eens te proberen.

Vrijdag

Om 7 uur zoeven we over de snelweg naar Myohyang en zoals gebruikelijk is er nauwelijks ander verkeer. Onze bestemming is prachtig, we wandelen in een traditioneel geschilderd Oosters landschap. Ik bezoek de `Internationale Vriendschapstentoonstelling'. Dat is een museale tentoonstelling van meer dan 200.000 cadeaus uit 160 landen, die in de loop der jaren aan de Grote Leider Kim Il Sung en zijn zoon Kim Jong Il zijn geschonken.

De eindeloze zalen met vazen, serviezen, zwaarden, jachtgeweren (van Poetin), schaaltjes, schilderijen en andere prullaria bevinden zich onder de grond in de berg. Met trots en zonder een greintje ironie wordt hier de grootsheid van De Grote Leider verheerlijkt. Een geweldig museum van de kitsch, maar het totale gebrek aan relativering bij mijn rondleiders irriteert mij zeer.

Zaterdag

Deze ochtend zie ik De Grote Leider Kim Il Sung liggen in het Mausoleum. Net als zijn geboortehuis, de Juche Toren en het buitgemaakte Amerikaanse oorlogsschip `El Pueblo' is dat verplichte kost voor iedere bezoeker. Buitengekomen blijkt onze chauffeur te zijn verdwenen. We verliezen tijd. Gelukkig kan ik Mr Li en Madame Om ervan overtuigen dat ik liever kunstenaars bezoek dan een geplande trip naar het circus.

In het Koreaanse Kunst Museum heb ik een drie uur durend gesprek met Dr Han. In twee zalen zijn schilderijen van de laatste vijftien jaar op de grond uitgestald en er is ook een computer neergezet. Aan de hand van tientallen foto's bespreken we de moderne Koreaanse kunstgeschiedenis die begint vanaf 1945. Overwegend socialistisch realisme ter uitdrukking van de glorie van de natie en haar leiders.

Aan het eind van de middag bezoek ik de Songwha Kunst Studio. Daarin zijn gepensioneerde kunstenaars uit het hele land verenigd. De directeur Kim Sang Jik geeft professioneel uitleg bij de tentoongestelde werken. Enkele kunstenaars vind ik goed, maar de beste is helaas net overleden.

Zondag

Ter besparing van energie kent Noord-Korea een autoloze zondag. Vervoer van buitenlanders behoort gelukkig tot het noodzakelijke verkeer dat wel mag rijden. Op deze rustdag gaan we naar de havenstad Nampo, waar Noord-Korea in de West Zee Stuwdam zijn eigen deltawerken heeft.

In Nampo is het een drukte van belang. Het is de oogsttijd van de kimchi, een in Korea verbouwde kool die hier letterlijk van levensbelang is. Op bijna iedere straathoek liggen de kolen opgestapeld om vervolgens met kleine handkarretjes verder te worden gedistribueerd.

We rijden naar het strand. Daar geniet ik voor de derde keer van een `shell-barbecue'. Je legt nog dichte schelpen op de grond, giet er benzine overheen, de fik erin en klaar zijn je schelpen. Als je van schelpdieren houdt in combinatie met roet en benzine is het heerlijk.

Ik geloof dat ik mijn rechten om onderweg foto's te maken ietwat heb verspeeld toen ik enkele kleine roeibootjes fotografeerde. Ik word vermanend toegesproken door Mr Li en Madame Om. De bootjes zijn in hun ogen te armoedig. Beteuterd laat ik mijn camera in mijn zak. Als we 's avonds in Pyongyang een restaurant binnengaan, ruik ik het direct. Hier staat hond op het menu, een Noord-Koreaanse specialiteit. Hmmm, lekker.

Maandag

Nu gaat het pas echt beginnen. Na de kennismaking met de Noord-Koreaanse cultuur in brede zin, zal ik me deze week meer concentreren op de hedendaagse kunst. Maar na twee atelierbezoeken in Mansudae is er al crisisberaad. Met alle passie die ik in me heb, probeer ik duidelijk te maken dat ik meer moet zien. Het is tegen de regels en er lijkt een `system change' voor nodig om dat te veranderen. Voor de lunch hebben we weer een vergadering. Ze begrijpen me wel, misschien dat er morgen meer deuren open zullen gaan.

Madame Om komt 's middags met twee kunstenaars op de proppen, waarna ik ook Sin Pong Wha, de uitvinder van de `edelstenen schilderijen' ontmoet. Veel interessanter is het bezoek aan Paekho, een studio die onder het volksleger valt. Hier komt de aap uit de mouw van de collectie Bijl (Kunsthal Rotterdam, 2004). Jonge kunstenaars schilderen hier in opdracht socialistisch-realistische propagandaposters voor commerciële doeleinden. Maar goed, exotisch is het wel.

Dinsdag

Ik kom tot het inzicht dat er in de meeste ateliers eigenlijk niets is te zien, behalve enkele onafgemaakte schilderijen. Zodra een schilderij klaar is gaat het direct naar een bestemming. Ik moet m'n onderzoeksmethode daarom aanpassen en vraag aan Madame Om of kunstenaars foto's kunnen laten zien van oud werk.

Dat werkt, de bal begint eindelijk te rollen. Donderdagmiddag zullen meer dan twintig kunstenaars me op deze manier hun werk laten zien. En deze middag al druppelen kunstenaars Mansudae's expositieruimte binnen met foto's en schilderijen onder hun arm. Het is een vrolijke bedoening en ook de general manager van Mansudae komt langs voor een praatje. Enigszins beduusd ben ik door de ontmoeting met de kunstenaar Ri Chang. Hij was door de regering naar het noorden gestuurd om schilderijen te maken van de berg Paektu in de herfst, maar is speciaal eerder teruggekomen om mij te ontmoeten.

Woensdag 10 november

Ik heb Kang gevraagd om fspraken te maken met kunstenaars van Songwha en Paekho. Met Han en Madame Om bezoek ik 's ochtends de Kangso-bronwaterfabriek, even buiten Pyongyang. Om Noord-Korea in te komen zou ik in eerste instantie meegaan met een groep potentiële investeerders in dit bronwater. Die missie is echter uitgesteld en ik bleek ook zonder deze dekmantel te kunnen afreizen. Het water komt met bubbels uit de grond, maar net als veel bedrijven en fabrieken in deze tijd ligt de bottelarij stil vanwege de kimchi-oogst. Na de verdeling van de kimchi is iedereen thuis druk in de weer met de opslag van de kool voor de winter.

Bij het Koreaanse Kunstmuseum staat Dr Han al een uur buiten te wachten om mij met een paraplu te kunnen beschermen tegen de regen. Ditmaal heeft het museum voor mij een zaal ingericht met louter geschilderde posters. Deze posters hebben wel gefunctioneerd als officiële propaganda. We bespreken uitgebreid de mogelijkheden van tentoonstellingen van Noord-Koreaanse kunstenaars in Nederland en Nederlandse kunst in dit museum. Vandaag is het ook de dag van de contracten. Mansudae, HS, Het museum, iedereen is druk in de weer om intentie-overeenkomsten met mij op te stellen die als een bewijs van resultaat van hun inspanningen gelden. 's Avonds heb ik in het kantoor van HS een (geheim) overleg met de directeur van Paekho, zonder medeweten van Mr Li en Madame Om.

Morgen en overmorgen heb ik nog veel afspraken. Naast kunstenaars van Mansudae, Paekho en Songwha zal ik ook nog de vierde `Kunst Studio' bezoeken; het `Centrale centrum voor het scheppen van beeldende kunst', vallend onder het Ministerie van Cultuur. Ik geloof dat ik dan toch heel veel heb gezien.

Je legt nog dichte schelpen op de grond, giet er benzine overheen, de fik erin en klaar