Het heeft de afgelopen tijd ontbroken aan leiding en regie

Het viel het kabinet niet mee gezag te tonen en de emoties in goede banen te leiden. Bovendien speelde de politiek een contraproductieve rol, opereerde de AIVD ongelukkig en bleef Balkenende gevaarlijk onzichtbaar.

De woorden ,,het kan niet zo zijn dat...'' en ,,het mag niet zo zijn dat...'' vielen de afgelopen twee weken in de Nederlandse media meer dan ooit tevoren.

Die woorden drukken in feite de machteloosheid tegenover de gebeurtenissen goed uit. Want dat het niet mag, iemand overhoop schieten en afmaken, is evident, maar dat het kan is zo langzamerhand bijna net zo evident. En iedereen realiseert zich ten slotte dat zulke aanslagen moeilijk te voorkomen zijn, zonder dat we onze gewone levenswijze opgeven.

Het is uitgerekend het gevoel van machteloosheid dat dan heel gemakkelijk tot overreactie leidt. Grote woorden moeten dat gevoel overstemmen. En daar hebben we de afgelopen weken dan ook genoeg van mogen ervaren. Van alle kanten en in alle toonaarden, de verantwoordelijke politici en autoriteiten niet uitgezonderd.

Nu is de taak van politici en autoriteiten in zulke situaties verre van eenvoudig, ze moeten namelijk twee moeilijk met elkaar te verenigen doelen realiseren. De emoties van de bevolking in banen leiden, maar gelijkertijd hun gezag doen gelden. Voor het eerste is compassie nodig, voor het tweede een koel hoofd. Medeleven van de kant van de autoriteiten is mooi, maar mooier is het als hun adequate optreden ons het gevoel in een geordende samenleving te verkeren kan teruggeven, ons geschokt vertrouwen kan herstellen. Als er iets dienstig is om de emoties in banen te leiden dan dat wel. Dat compassie niet de overhand zou moeten nemen, was vanaf het begin al heel duidelijk. Wie heeft namelijk niet al bij het horen van de eerste berichten over de aanslag op Theo van Gogh verzucht: laat de dader alsjeblieft geen allochtoon zijn? Maar de dader bleek een allochtoon met alle te voorziene gevolgen.

Draaiboeken om aanslagen te voorkomen zijn een fictie, maar draaiboeken voor het beheersen van de situatie na een aanslag zijn dat zeker niet. De keten van gebeurtenissen die door een aanslag in werking wordt gezet is redelijk voorspelbaar en beheersing ervan vereist een samengeraapt optreden van de kant van het gezagsapparaat.

Maar uitgerekend het gezagsapparaat heeft er de afgelopen weken blijk van gegeven niet goed op zo'n taak berekend te zijn, niet in de aansturing en evenmin in de uitvoering.

Er zijn de laatste dagen veel grote woorden gewijd aan onze rechtsorde die in gevaar zou zijn. Daar was niets mee miszegd, maar onze rechtsorde kan en moet zich uitgerekend in deze situatie bewijzen, namelijk in de krachtproef met het extremisme dat floreert bij ontreddering en dat uit is op provocatie. Wraakacties tegen islamdoelen zijn koren op de molen van het extremisme. Ze hebben tot effect dat de allochtone gemeenschappen weer terugvallen in de slachtofferrol die hun toch als zo goed ligt en dat de rekruteringsbasis van de extremisten versterkt wordt. Er zijn maar weinig jongeren die over de streep getrokken behoeven te worden om het extremisme nog moeilijker controleerbaar te maken dan nu al het geval is. De schattingen van hun huidige aantal belopen 150 man, er zijn dus maar heel kleine aantallen nodig om de greep erop te verzwakken.

Het belang uit een oogpunt van veiligheid en openbare orde is zo cruciaal dat het onbegrijpelijk is dat het kabinet niet onmiddellijk besloten heeft gedurende de eerste weken die het meest kritiek zijn, moskeeën en islamitische scholen van adequate bewaking te voorzien. Dat ook de betrokken particulieren daarin een rol zouden moeten spelen, behoeft geen betoog. Nu moskeeën belaagd zijn en een islamitische school in brand gestoken is, heeft het kabinet de lokale autoriteiten alsnog alle hulp en steun toegezegd. Dat had wel eerder mogen gebeuren, vergezeld van de instructie aan de lokale autoriteiten om tot adequate bewaking over te gaan. Uden is nog een geval apart aangezien bij de islamitische school die in brand is opgegaan, eerder de ruiten ingegooid zouden zijn. Als dat bericht waar is, valt al helemaal niet te begrijpen dat de regionale politie weliswaar waakzaam was maar niet zelf tot permanente bewaking besloten had.

Nu heeft de politiek het het kabinet niet gemakkelijk gemaakt om zich op zijn primaire taak, het verzekeren van veiligheid en de openbare orde, te concentreren. Vanaf het begin heeft de politiek zich danig geroerd en op een wijze die ronduit contraproductief was. De Groep Wilders die garen dacht te spinnen bij de aanslag, kondigde de vorming van een nieuwe partij aan die pal zou staan, de voormannen daarvan voorop, die even later uit persoonlijke veiligheidsoverwegingen evenwel besloten om onder te duiken.

De VVD die met de hete adem van Wilders in de nek, zich zowel op het niveau van zijn ministers als fractieleiding overgaf aan vergelijkbaar overtrokken retoriek en daarmee olie op het vuur gooide.

De Tweede Kamer die van het kabinet op korte termijn een brief eiste waarin de aanpak van het terrorisme uiteengezet zou worden en een kabinet dat zo'n brief toezegt maar nalaat die op het afgesproken tijdstip te bezorgen.

De minister van Binnenlandse Zaken, de hoogst verantwoordelijke voor de openbare orde, die zijn collega van Justitie in het openbaar afvalt.

En een premier die zich aanvankelijk beperkte tot zijn gebruikelijke commentaar, dat het met ,,het Haagse gedoe'' afgelopen moet zijn.

Als politiek en kabinet een voorbeeld voor het gezagsapparaat moeten geven, dit moeten voorgaan in besluitvaardigheid en onverzettelijkheid, dan vormde hun optreden in de afgelopen weken een magere vertoning.

De verzuchting dat dit de democratie is, gaat er bij mij niet in. In crisissituaties, uitgerekend als de rechtsorde in het geding is, moeten óók in een democratie prioriteitsstelling en timing tot hun recht kunnen komen. De politiek moet zeker aan bod komen maar achteraf. Meeregeren is in zulke situaties wel het laatste wat wenselijk is.

Terughoudendheid geldt niet alleen voor de politiek maar ook voor de autoriteiten die de publiciteit zoeken om ,,opening van zaken te geven''. Ieder kan bedenken dat in crisissituaties persconferenties een delicate zaak zijn. Al helemaal als de autoriteiten om begrijpelijke redenen in feite geen opening van zaken kunnen en willen geven. De kans dat zo'n persconferentie dan in het beste geval een schijnvertoning wordt, is al heel groot. In het slechtste geval krijgen we door antwoorden op vragen verongelijkte lokale gezagsdragers te zien die menen door de veiligheidsdiensten niet goed te zijn ingelicht. Nog afgezien van het voortdurend uitstellen van die persconferenties als gevolg waarvan verveelde tv-journalisten hun ongenoegen omzetten in publiek vermaak over de getoonde onmacht en daarmee eindeloos in beeld zijn: ,,Joost, is het al zover?''

En dan de AIVD, de veiligheidsdienst waarop in de afgelopen weken het volle gewicht van de bestrijding van het terrorisme is komen te rusten. Als er één dienst is die de afgelopen weken op wel heel ongelukkige wijze in het nieuws gekomen is, dan wel deze. Om te beginnen met de openheid over de middelen en mankracht die ontoereikend zouden zijn om alle extremisten in beeld te brengen en te volgen. Dat mag dan waar zijn en de dienst behoort de politieke leiding daarover tijdig te informeren, maar het laatste wat van een veiligheidsdienst toch verwacht mag worden is dat zulke cruciale informatie naar buiten gebracht wordt. Vervolgens de onduidelijkheid over het feit of de dader van de aanslag op Theo van Gogh bij de dienst nu al of niet in beeld was, met als klap op de vuurpijl de berichten dat cruciale informatie over extremistische netwerken in handen van de extremisten zelf gespeeld bleek te zijn.

Het spel tussen AIVD en extremisten is in de media de laatste dagen wel aangeduid als een kat-en-muisspel. Maar wie is hier de kat en wie is de muis?

En dan ten slotte de belegering van het Haagse Laakkwartier.

Op het arresteren van vermoedelijke extremisten valt in de huidige situatie niets af te dingen. Integendeel, het kan het gevoel van adequaat optreden bij de autoriteiten en publiek versterken. Het valt daarom intens te hopen dat hun aanhouding niet met een juridische zeperd afloopt. De belegering van het Laakkwartier waarbij naar schatting van de regionale korpschef ongeveer 500 man politie en leger op de been gebracht was – de aantallen bleek geen van de autoriteiten te kennen – heeft dit gevoel evenwel een gevoelige deuk bezorgd. De eindeloze vertoning op tv heeft de crisissfeer in Nederland in niet geringe mate aangewakkerd. Commentatoren refereerden aan het oorlogsbeeld dat minister Zalm eerder had opgeroepen en zagen er in het Laakkwartier de manifestatie van. Had dit voorkomen kunnen worden? Voor interventies in geweldssituaties beschikken we over speciaal getrainde eenheden van het korps mariniers, die in het Laakkwartier in tweede instantie ook met succes zijn ingezet. Had nu niet, afwegende wat de vergaande gevolgen van een mislukking zouden zijn, direct tot inzet van de bijzondere eenheden besloten moeten worden? Dit is geen redenering achteraf. In dezelfde nacht waarin de arrestatie in het Laakkwartier in eerste instantie mislukte, is in Amsterdam en Amersfoort door inzet van gewone arrestatieteams wel succesvol opgetreden. In de meeste gevallen zal het dus goed gaan, ook als er geweld in het spel is, maar de gevolgen van één mislukking zijn zo verreikend dat de beleidsafweging vooraf toch anders had moeten uitvallen.

Wie dit geheel overziet, kan zich niet onttrekken aan de indruk dat het de afgelopen weken aan regie en leiding heeft ontbroken. Niet door alles in één hand te leggen. Binnen een democratisch bestel hoort de besluitvorming daar te liggen waar ook de verantwoordelijkheid gedragen wordt. Scheiding van functionele en centrale/decentrale verantwoordelijkheden zal dan ook moeten blijven doorwerken in de besluitvorming. Maar waar het kabinet over aanwijzingsbevoegdheden beschikt, zal het die in crisissituaties ook tot gelding moeten brengen, met name waar het de inzet van veiligheidspersoneel betreft en de bewaking van objecten. Gelet op de doorslaggevende betekenis die van de beeldvorming op het psychologische klimaat uitgaat, is het in mijn ogen onvermijdelijk om alle autoriteiten die met informatie naar buiten willen treden, te dwingen daarover vooraf overleg te plegen met het crisiscentrum. Dat overleg is nodig om in een gezamenlijke afweging te kunnen besluiten wat dienstig is en wat niet. Er is Balkenende de laatste dagen wel verweten aanvankelijk te weinig zichtbaar geweest te zijn. Als die onzichtbaarheid tot doel had gehad om achter de schermen politieke sturing te geven aan maatregelen en publieke beeldvorming, dan zou ik daar geen enkele moeite mee gehad hebben. Integendeel, dosering van het publieke optreden van een premier lijkt me aan zijn effectiviteit niet te hoeven afdoen. Op het juiste moment het juiste woord, komt me als een uitstekend devies voor. Maar dan wel als accentuering van zijn sturende taak.

Zijn optreden in de Tweede Kamer en het erop volgende bezoek aan Uden is allerwege positief ontvangen.

Ik kan me daarbij aansluiten. Maar de mededeling dat de premier voor dit optreden zijn Europese activiteiten onderbroken had, heeft me niet gerustgesteld ten aanzien van de vraag of deze premier zijn prioriteiten goed gekozen heeft. Wie in crisissituaties leiding wil geven, en de premier is daartoe de aangewezen figuur, die moeten binnen het bestuursapparaat geen enkele twijfel over laten bestaan wat er eerst komt.

Veiligheid en openbare orde zijn niet alleen de onvervreembare kerntaken van een overheid. De cohesie die Balkenende zo ter harte gaat, staat of valt ermee.

Prof. dr. Arie van der Zwan is bijzonder hoogleraar Management in Nyenrode, Directeur van Van der Zwan Consultants, ex-voorzitter van de hoofddirectie van Vendex