Hartstochtelijk afscheid van Arafat

Duizenden Palestijnen hebben gisteren hun leider te ruste gelegd in Ramallah. Een hartstochtelijk afscheid van Yasser Arafat. `We hebben geen land en nu ook geen leider meer'.

De grensovergang tussen het Palestijnse Ramallah en het joodse Israël vormt deze dag nog meer dan anders een mentale ijzeren muur. Rouwende Palestijnen die op hartstochtelijke, rauwe wijze afscheid hebben genomen van hun leider versus kwaaie onverschilligheid, geraaktheid en zwaar gewapende eenheden van de grenspolitie, paracommando's.

,,Hij was de vader van onze natie, hij vertegenwoordigde onze droom over een eigen land'', zegt Ahmed, woordvoerder van een groep gemaskerde, in zwarte broeken en overhemden gehulde jongens, een lokale cel van de Al-Aqsabrigades, die hun kalshnikov's hebben leeggeschoten na de landing van de Egyptische helicopter met het lichaam van Yasser Arafat bij de muqata, het Palestijnse regeringskwartier in Ramallah. Hij geeft als achternaam `Bin Arafat', zoon van Arafat. Zij staan nu in de rij bij de kruidenier om water, cola en brood in te slaan. Hartstocht maakt hongerig en dorstig, vooral tijdens de ramadan.

Bij de eerste benzinepomp langs Route 60, de kolonistenweg richting Jeruzalem en Nablus, heeft Uri Katz, een 19-jarige werkstudent uit een van de nederzettingen, de televisie aanstaan. ,,Ik begrijp niet waarom alle Israëlische tv-stations de begrafenis van een terrorist uitzenden. Ik begrijp ook niet waarom de BBC en CNN dat doen. Mij laat het koud, maar mijn vader is helemaal van slag. Die vindt Arafat de belichaming van het kwaad in de wereld. Ik vind al die aandacht ook erg voor al die duizenden mensen die door terroristen van Arafat familieleden hebben verloren.''

Het dagblad Haaretz blijkt deze ochtend een foto te hebben gepubliceerd van een handejevol orthodoxe Israëliërs die zingend en dansend in Jeruzalem het overlijden vieren van ,,Israëls grootste en meest verraderlijke vijand'', zoals de Raad van nederzettingen in Judea en Samaria (Yesha genoemd vanwege het Hebreeuwse acroniem) hem noemde. Pompbediende Katz: ,,Ik hoop dat de Palestijnen inzien dat zij een betere toekomst hebben zonder geweld.''

Even verderop, richting Jeruzalem, zijn de kruispunten afgezet om te verhinderen dat Palestijnen misschien alsnog Arafat in Jeruzalem willen begraven. Een overbodige maatregel want eerder op de middag in Ramallah blijkt daartoe geen enkele aandrang te zijn. De uitbarsting van woede en verdriet is kort, hevig en fascinerend.

Als de Egyptische helicopters in een zee van oogverblindend stof op de haastig geschilderde cirkels met een gele H landen, stormen duizenden over het plein, terwijl de rotoren nog draaien. Even dreigt de begrafenis te ontaarden in totale chaos als de kist niet uitgeladen kan worden. Met een verrekijker is te zien hoe de ministers Erekat en Rabbo in de helicopter geagiteerd gebaren dat de menigte moet wijken. Er wordt niet meteen geluisterd naar deze leiders. Een veeg politiek teken. Pistolen worden leeggeschoten, automatische geweren ratelen. De salvo's komen uit het publiek en van soldaten van Eenheid 17, de presidentiële garde. Maar deze gardisten hebben net als de politiediensten op dat moment de regie allang verloren. Na veel geduw, getrek, geschreeuw en vlagen van paniek wordt de kist dan toch uitgeladen.

De choreograaf van deze begrafenis moet een rol hebben toebedacht voor de militaire kapel, maar voordat de dirigent zijn blazende en trommelende manschappen achter de kist heeft kunnen scharen, is de kist al verdwenen. De dirigent maant driftig zijn mannen tot een vlottere pas. Het is een marginaal, maar tragikomisch detail waar Fellini raad mee had geweten. De begrafenismuziek van Chopin wordt op vlagen na totaal overstemd door het gescandeerde `Abu Ammar, Abu Ammar, we zullen je nooit vergeten' en het `Allahu-Akhbar', door gefluit, gejoel en ambulancesirenes. Er vallen negen gewonden, los van de drie mannen die met hartproblemen worden afgevoerd.

Dat valt nog mee, gezien de vuurkracht die in de mensenmenigte aanwezig blijkt te zijn en de staat van hysterie waarin sommige mannen zichzelf hebben opgezweept. Vrouwen, kinderen, ongesluierde en gehoofddoekte meisjes en bejaarden kijken toe vanaf de omringende daken en flatgebouwen. De emoties lopen ook daar hoog op, alle ogen zijn betraand of vochtig. Het muziekcorps van de scouts raakt in de verdrukking en jeugdteams van FC Ramallah worden door ouders en coaches op afstand gehouden.

En toch, de verbeten agressie waarmee eerder dit jaar de begrafenissen van de Hamas-leiders Yassin en Rantissi in de Gazastrook gepaard ging, ontbreekt. Het is het verschil tussen een plotselinge gewelddadige dood en het weliswaar bizarre, maar aangekondigde einde van een bejaarde leider. Zo snel en hevig als de uitbarsting is als de helicopters zijn geland, zo snel is het dramatisch moment weer voorbij.

Kleine groepen Al-Aqsabrigades proberen zich meester te maken van de kist, maar zij worden weggemept en weggescholden door de oudere gardisten die de jonge knapen rauw lusten. In nog geen tien uur is onder de bomen van de muqata een strak vormgegeven graf aangelegd van zwart en wit marmer, waarin de betonnen sarcofaag zal worden geplaatst. Ook hier gaat de choreografie de mist in: de kist wordt niet eerst neergezet in de hal van het hoofdkwartier van Arafat waar dan geestelijken, onder wie de Mufti van Jeruzalem, functionarissen en diplomaten afscheid van hem kunnen nemen, maar wordt meteen in het graf geplaatst. Duizenden rouwende Palestijnen zijn dan al weer op weg naar huis. ,,We hebben geen eigen land en nu hebben we ook geen leider meer'', zegt een commentator op de Palestijnse radio.

Wie na de grenspost overschakelt naar Radio Israël kan Shimon Peres over zijn mede-Nobelprijswinnaar (1994) horen zeggen ,,dat Arafat iedere keer de fout maakte zich tot het terrorisme te wenden, terwijl hij dat juist had moeten bestrijden.'' En Yossi Beilin, net als Peres één van de architecten van de nooit uitgevoerde Israëlisch-Palestijnse vredesverdragen uit de jaren negentig van de vorige eeuw: ,,Israël en Amerika hebben vandaag hun excuus dat er de afgelopen jaren geen Palestijnse onderhandelingspartner was ten grave zien dragen.''

Koele, afstandelijke analyses van nauwbetrokken, linkse Israëlische politici, die ook beseffen dat met het sterven Arafat een tijdperk is afgesloten maar hun persoonlijke emoties daarover niet uiten.