EU Commissie strijdt tegen `RSI'

De Europese Commissie gaat het groeiende probleem van arm-, nek- en schouderklachten bij werknemers aanpakken. De aandoeningen treffen meer dan veertig miljoen Europese werknemers en zijn goed voor bijna de helft van alle werkgerelateerde ziekten in de Europese Unie. Dit blijkt uit cijfers die de Commissie gisteren bekend heeft gemaakt.

De kosten van de aandoeningen zijn jaarlijks 0,5 tot 2,0 procent van het bnp van de EU, berekende de Commissie. Ze wil van werkgevers- en werknemersorganisaties binnen zes weken weten welk type maatregelen tegen deze aandoeningen moeten worden genomen: ergonomische, psychosociale of organisatorische maatregelen. Ook moeten zij zeggen of ze wetten of zelfregulering prefereren. De wetgeving van veel lidstaten voor gezondheid en veiligheid op het werk is verouderd en niet voldoende op deze ziekten toegeschreven.

De klachten, die tegenwoordig het grootste gezondheidsgevaar voor werknemers in in de Europese Unie vormen, komen in alle sectoren voor en nemen toe. De term RSI die voor een deel van de klachten werd gebruikt, is inmiddels vervangen door de term Cans: complaints of arm, neck and/of schoulders.

In 2000 klaagde 34 procent van alle werknemers in de EU over rugpijn, drie procentpunten meer dan in 1995. De stijging was het sterkst bij dienstverleners (van 18 naar 24 procent) en technici (van 23 naar 31 procent). In de agrarische sector heeft 57 procent last van pijn in polsen, armen, schouders of rug. Een kwart van alle EU-werknemers had last van pijn in nek en schouders.

De voornaamste oorzaak van de klachten ligt volgens het onderzoek in slechte ergonomische werkomstandigheden. De drie belangrijkste risicofactoren zijn tillen, herhaalde bewegingen en vermoeiende werkhoudingen. Nederland, Griekenland en Luxemburg hebben de Europese Commissie gemeld al voldoende maatregelen te hebben tegen de klachten. De meeste andere landen zeiden echter dat meer actie nodig is.