Drinken op de vulkaan

Het allerlaatste nummer van het literair tijdschrift BZZLLETIN verscheen deze week en is gewijd aan de roes. Pieter Steinz wijdt deel 40 van zijn serie over literaire thema's aan drank en drugs in het algemeen en Malcolm Lowry's Under the Volcano in het bijzonder.

Drinken is de vloek van de werkende klasse, vond men in de negentiende eeuw. Oscar Wilde draaide de oude wijsheid om – `Work is the curse of the drinking classes' – maar het was toepasselijker geweest als hij had gezegd dat drinken de vloek is van de schrijvende klasse. Hoeveel carrières zijn niet gefnuikt door drankzucht en Korsakov? Hoeveel boeken zijn ongeschreven gebleven doordat literatoren te lang in het café bleven plakken? Om maar niet te spreken van de meesterwerken die ons zijn onthouden doordat would-be-hippe schrijvers gingen experimenteren met zwaardere roesmiddelen zoals benzedrine (Jack Kerouac), cocaïne (Jotie t'Hooft), of heroïne (Hubert Selby).

Moralist! zullen de dionysiërs onder de lezers roepen. Drank en drugs hebben juist mooie literatuur opgeleverd. In de zwanenzang van het literair tijdschrift BZZLLETIN, die deze week verscheen, zijn een groot aantal literaire roeszoekers verzameld – van Coleridge en Baudelaire tot Hafid Bouazza en A.F.Th. v/h van der Heijden. En in sommige gevallen hebben grote innemers ook grote boeken over de roes geschreven: de Tsjech Bohumil Hrabal maakte van het bier een vaste bijfiguur in zijn romans, Jack Kerouac stopte On the Road vol met alle soorten geestverruimende middelen, Tip Marugg won bijna de AKO-prijs met De morgen loeit weer aan.

Maar de grootste drinker-schrijver was waarschijnlijk de Engelse Canadees Malcolm Lowry (1909-1957), ook al omdat zijn beroemde roman Under the Volcano geldt als het beste drankboek uit de wereldliteratuur. Bij Lowry gingen drinken en schrijven een symbiotische relatie aan. `Geen uur, geen ogenblik van mijn dronkenschap, mijn constante sterven was verspild,' schreef zijn alter ego in de onvoltooide roman Dark As the Grave Wherein My Friend Is Laid; `er is geen druppel mescal die ik niet in puur goud heb veranderd, geen borrel die ik niet heb laten zingen.' Zijn hele leven werkte hij aan wat hij zelf omschreef als een `drunken Divine Comedy'. Postuum verscheen Lunar Caustic, een mooie novelle over een man in een ontwenningskliniek die was bedoeld als het Purgatorio-gedeelte van zijn Dante-variatie; Under the Volcano was bedoeld als het Inferno.

Het decor is hels genoeg in Under the Volcano: een stadje aan de voet van twee vulkanen (Popocatepetl en Ixtaccihuatl) in het door burgeroorlog geteisterde Mexico aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, en dan ook nog op Allerzielen. Bovendien is de hoofdpersoon een faustiaanse figuur: Geoffrey Firmin, de drankzuchtige Britse consul, heeft zichzelf verdoemd en laat zich niet van zijn zelfgekozen einde weerhouden. Op de Dag van de Doden sjouwt hij van cantina naar cantina in een poging het laatste beetje genot uit het leven te persen – doof voor de smeekbeden van zijn vrouw, die na een overspelig avontuur net bij hem is teruggekomen, of van zijn hypocriete halfbroer, die hem ook van de drinkersdood wil redden.

Lowry's voorbeelden zijn ambitieus: behalve de Divina Commedia en Goethe's Faust ook Wagners Parsifal en Ulysses van James Joyce, zoals de schrijver zelf uitlegde in een veertig pagina's tellende brief waarin hij zijn roman verdedigde tegen de oppervlakkige kritiek van een redacteur op de uitgeverij (`het boek is zodanig geconstrueerd [...] dat het ontelbare malen gelezen kan worden zonder dat het al zijn betekenissen of drama of poëzie prijsgeeft.' Under the Volcano wemelt van de flashbacks en de innerlijke monologen, beslaat net als Ulysses één dag, en eindigt na de roemloze fusillering van de consul door een fascistische bende met de beroemde slotzin `Iemand gooide een dode hond achter hem aan in het ravijn'. De roman is niet alleen een stilistische krachttoer – Lowry vergeleek hem zelf met de kathedralen uit de Spaanse barok – en een elegante verbeelding van het oude begrip `dansen op de vulkaan', maar ook een scherp psychologisch portret van een zelfdestructieve persoonlijkheid. Duizenden dronkaards hebben zich erin herkend, en wat belangrijker is: honderdduizenden nuchtere lezers ook.

Reacties: steinz@nrc.nl

Malcolm Lowry: `Under the Volcano' (Penguin Modern Classics). De

Nederlandse vertaling, van Peter Bergsma, is verschenen bij De Bezige Bij.

Volgende week: boeken en bibliotheken.

Besproken roman:

`De Naam van de Roos' van Umberto Eco.