De tegenstrijdige belangen van de arbeider als aandeelhouder

,,Het leek wel of het licht weer aanging in Bangalore.'' Zo omschrijft het Amerikaanse zakenweekblad BusinessWeek de sfeer in Bangalore, het Indiase centrum voor informatie- en communicatietechnologie, toen bekend werd dat Bush de verkiezingen had gewonnen. De ICT-sector in Bangalore is inmiddels 16 miljard dollar waard, aldus het blad, en groeit per jaar 30 procent, zeker nu het risico is verdwenen dat een democratische regering een eind maakt aan het uitbesteden van Amerikaanse ICT-werkzaamheden.

In totaal telt India nu 400 ondernemingen die gespecialiseerd zijn in ICT-werk van Amerikaanse opdrachtgevers als General Electric, Citibank en IBM. De concurrentie en de groei zijn zo groot dat de helft van de werknemers elk jaar van baan verwisselt om meer te kunnen verdienen. De bedrijven stoken het vuurtje hoger met fusies en overnames aan de lopende band. Zo betaalde IBM Global Services onlangs 150 miljoen dollar voor Daksh, een callcenter in New Delhi met 6.000 werknemers.

Onzekerheid over je baan is ,,het natuurlijke resultaat van de speurtocht naar productiviteit''. En natuurlijk is het vervelend, zo erkent het Amerikaanse beursweekblad Barron's, als je daardoor je baan verliest. Maar van alle angsten die de politieke sfeer beheersen is ,,het veronderstelde economische gevaar van het uitbesteden van banen naar China en India een van de meest misplaatste''.

Uitbesteden van werk is, zo betoogt het blad, niks nieuws. In de jaren vijftig en zestig was het Europa dat de VS uitdaagde met lage loonkosten. In de jaren zeventig en tachtig concurreerde Japan met lage lonen en permanente verbetering van kwaliteit. In beide gevallen liep het goed af, constateert het blad. En nu zijn het dan China en India die met lage lonen Amerikaanse banen onttrekken aan de VS.

De verschillen zijn inderdaad groot: een Amerikaanse sofware-ingenieur bijvoorbeeld verdient zes keer zoveel als zijn Indiase collega, en een Amerikaanse callcentermedewerker verdient acht keer zoveel als zijn Engelssprekende Indiase tegenhanger. Desondanks is het uitbesteden van ICT-werk beperkt gebleven. Volgens gegevens van de Indiase overheid zijn er zo'n 170.000 Indiërs werkzaam bij bedrijven die zich toeleggen op ICT-werk uit de VS. Dat zijn veel mensen, erkent het blad, maar je kunt het nauwelijks een bedreiging noemen als je nagaat dat het Amerikaanse arbeidsleger bestaat uit een 140 miljoen mensen. Het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken heeft, schrijft het blad, uitgerekend dat het aantal ontslagen als gevolg van uitbesteden in het recessiejaar 2001 beperkt bleef tot 0,6 procent van de totale werkgelegenheid.

Maar dat blijft niet zo. Het onderzoeksbureau Forrester Research schat dat Amerika tot 2015 3,3 miljoen kantoorbanen zal uitbesteden. Dat is nog steeds een klein deel van de binnenlandse arbeidsmarkt, maar, zo erkent het blad, ,,dit cijfer is niet onbeduidend''. En de ontslagenen? Die ,,verdienen aandacht'', bijvoorbeeld door herziening van de werkloosheidsverzekering en door het aanbieden van trainingsprogramma's.

Maar of dat de oplossing is voor de tienduizenden Duitse werknemers die hun baan dreigen te verliezen is maar de vraag. Het Duitse weekblad Die Zeit vraagt zich af hoe het komt dat de werknemers, inclusief hun bonden, zich zo laten koeioneren door het topmanagement van grote ondernemingen als Siemens en DaimlerChrysler. En dat, terwijl het veelbesproken vertrek van bedrijven uit Duitsland ,,meer mythe dan werkelijkheid is'', zoals de investeringsbank Morgan Stanley het uitdrukt. Volgens deze bank zijn er sinds het begin van de jaren negentig niet meer dan zo'n 300.000 banen uit Duitsland overgeheveld naar het buitenland, in plaats van de beweerde vele miljoenen.

Het blad beschrijft hoe aandeelhouders, managers van investeringsfondsen, managers van bedrijven, kantoorpersoneel en fabrieksarbeiders elkaar gevangen houden in de tredmolen van het kapitalisme. Immers, het gaat nog steeds, meent het blad, om ,,de oude tegenstelling tussen arbeid en kapitaal''. De beleggers zetten de fondsmanagers onder druk. Deze leggen de managers het vuur na aan de schenen. En de managers ontslaan de werknemers. Zoals het communisme de factor kapitaal trachtte uit te schakelen, zo gebeurt nu het omgekeerde. Er is volgens het blad maar één uitweg uit deze patstelling, en dat is dat arbeiders zich gaan gedragen als kapitalisten. Daarom adviseert het blad de vakbonden om zelf investeringsfondsen op te richten. Het probleem is natuurlijk, zo leert de ervaring in Amerika, dat ook de investeringsfondsen van vakbonden meer letten op hoge rendementen dan op hoge lonen. Maar ja, dat willen hun aandeelhouders, de arbeiders.

En om het verhaal nog ingewikkelder te maken schrijft het Amerikaanse kwartaalblad Foreign Affairs, dat globalisering, de oorzaak van al dat uitbesteden, lang niet overal de positieve effecten heeft die er van werden verwacht. Het blad erkent dat dit proces wel ten goede is gekomen aan de hogere inkomens in de rijke landen en aan de lagere inkomens in de arme landen, maar dat juist de middenklassen in Latijns-Amerika en in Centraal- en Oost- Europa tussen de wal en het schip vallen. Dat komt doordat ze enerzijds niet kunnen concurreren met de kennis en de ervaring van de rijke landen, en anderzijds evenmin met de lage lonen en de massafabricage in landen als India en China.