De stelling van René van Swaaningen: Moslimfundamentalisme ontstaat niet door laksheid

Terrorisme heeft uiteindelijk te maken met mensen die zich afgewezen en vernederd voelen. In een politiestaat zal het moslimradicalisme niet verdwijnen, zegt René van Swaaningen tegen Elsbeth Etty.

Deze week verscheen een door u samengesteld themanummer van Justitiële Verkenningen, een uitgave van het ministerie van Justitie, over `de nieuwe veiligheidscultuur in Europa'. Neemt Nederland op het gebied van veiligheid inmiddels een uitzonderingspositie in?

,,Integendeel. Het themanummer is gebaseerd op een seminar over veiligheid van Europese criminologen, georganiseerd door de Erasmus Universiteit. Ik heb ervan geleerd dat wat we deze week in ons land hebben beleefd, in het geheel geen specifiek Nederlandse problematiek is. En dat de reacties erop geen specifiek Nederlandse reacties zijn. Er wordt de laatste tijd nogal eens gesuggereerd dat de problemen waar wij nu mee kampen, te wijten zijn aan een lakse houding tegenover moslims. We zouden te tolerant zijn geweest. Maar dat kan de oorzaak niet zijn, want tijdens het seminar bleek juist dat je in alle geïndustrialiseerde landen dezelfde problemen ziet, ongeacht een harde of tolerante houding jegens moslims.''Toch waarschuwen kranten als The Independent en Le Monde dat de verziekte verhoudingen in Nederland niet veel goeds beloven voor de rest van het continent en dat Den Haag, als de gemoederen niet bedaren, een verkeerd signaal afgeeft aan Europa.

,,De Nederlandse manier van met conflicten omgaan is aan het veranderen. Op dat punt is Nederland juist een heel gewoon Europees land aan het worden, terwijl het voorheen een uitzonderlijk land was. Hoogstens kun je zeggen dat we te laat zijn veranderd.''Dus toch te lang `soft' gebleven?

,,Niet als onder `soft' wordt verstaan dat we eerder hadden moeten grijpen naar zwaardere straffen, strengere wetgeving en meer politie. Wel heerste hier te lang een cultuur van pappen en nathouden. Neem de Diamantbuurt. De politie zei daar: de incidenten waren niet ernstig genoeg om te interveniëren. Maar ingrijpen hoeft niet altijd strafrechtelijk te zijn. Mensen verwachten veel te veel van politie en justitie, wat alleen maar op desillusies kan uitlopen. Daar is het apparaat niet op toegesneden. De capaciteit is niet eens het belangrijkste struikelblok. De onveiligheid zit in de wortels van de samenleving. Dus moet je iets in die wortels veranderen.''Hoe dan?

,,Ik zie geen heil in meer bevoegdheden voor politie en justitie. Het probleem is dat we in de samenleving elkaar niet meer begrijpen, elkaar niet meer corrigeren. Als criminoloog zeg ik: er wordt gekeken naar de geïndividualiseerde burger aan de ene kant en AIVD, strafrecht, politie, justitie aan de andere kant. We moeten meer aandacht besteden aan de groepen daartussenin: buurtverenigingen, moskeeën, opbouwwerkers, leerkrachten, alle mensen die de mooie beleidsplannen die worden bedacht, in praktijk moeten brengen.''

De Zweedse criminoloog M. Hörnquvist stelt in Justitiële Verkenningen dat in zijn land onder invloed van het terrorisme de scheidslijn tussen delicten en oorlogshandelingen vervaagt. Dat lijkt me geen kwestie die opbouwwerkers kunnen oplossen.

,,Nee, maar de wet wordt naar twee kanten opgerekt. Opwaarts, wat betekent dat het onderscheid tussen ernstige criminaliteit en terrorisme vervaagt. Maar ook neerwaarts, omdat ook de scheiding tussen zware delicten en verstoringen van de openbare orde niet meer helder is. Het vervagen van de grens tussen enerzijds criminaliteit en anderzijds terrorisme als vorm van oorlog leidt tot een militarisering van de aanpak. En aan de andere kant van het spectrum leidt het vervagen van de grens tussen delicten en kattenkwaad onherroepelijk tot meer repressie.''

Misschien is dat wel nodig.

,,Het is tekenend voor een verhardende samenleving, maar we moeten uitkijken voor een proces van actie en reactie waarin we en passant onze democratische rechtsstaat overboord gooien. Je ziet nu al dat AIVD-informatie – zij het onder strikte voorwaarden – als bewijsmiddel gebruikt wordt. Als dat bewijsmateriaal niet controleerbaar is, hoe moet iemand zich dan nog verdedigen? Ik zou het een nare ontwikkeling vinden als we richting politiestaat gaan. Dat is nog niet aan de orde, maar het zou best kunnen. Ik maak me grote zorgen dat het helemaal de verkeerde kant op gaat.''

Hoe kunnen we voorkomen dat wezenskenmerken van de rechtsstaat in de strijd tegen het terrorisme sneuvelen?

,,Door paniek te voorkomen, angst niet op te zwepen.

Woensdag hoorden we uit het Laakkwartier in Den Haag de hele ochtend op de radio alleen maar slecht geïnformeerde personen vermoedens uitspreken over wat er aan de hand was. Mensen worden daar doodsbang van, terwijl het geen enkel doel dient.''

Even los van de beeldvorming, vraagt de bestrijding van moslimfundamentalisme en terrorisme volgens u dan niet om uitbreiding van het wettelijk instrumentarium? Bijvoorbeeld om radicale moskeeën te kunnen sluiten?

,,Ik verwacht er niets van. Ik geloof niet dat het probleem daar ook maar enigszins minder van wordt. Meer wettelijke bevoegdheden: dat is het oude recept. Het is niet zo dat justitie te weinig bevoegdheden heeft. We moeten proberen eerder te interveniëren, de vinger aan de pols te houden in de buurten, op de scholen, de buurtverenigingen. Er is een initiatief van het Korps Landelijke Politie Dienst (KLPD) om verdachte zaken anoniem te melden. We kunnen veel meer in de preventieve sfeer doen.''

,,We moeten eens goed nadenken wat de voedingsbodem van terrorisme is. Uiteindelijk heeft het te maken met mensen die zich afgewezen en vernederd voelen en daar kun je best iets aan doen. Niet dat ik naïef ben in de zin van: trek maar weer een blik welzijnswerkers open, dan komt het goed. Maar met groepen die op het randje van radicalisering zitten, valt nog best iets te beginnen.''Tenzij het ene incident het andere uitlokt en mensen daardoor verder radicaliseren. Hoe gaat men in de rest van Europa om met deze geweldsspiraal?

,,Je ziet overal dat incidenten zo'n spiraal in gang zetten: de moord op minister Lindt in Zweden, de aanslag in Madrid, de Olympische Spelen in Griekenland of het Europees voetbalkampioenschap in Portugal: allemaal aanleidingen om te besluiten nu echt iets aan de veiligheidsproblematiek te gaan doen. Overal zie je dat er naar aanleiding van incidenten snelle en harde maatregelen worden geëist. Niemand brengt het geduld op om te zeggen: laten we nu eerst eens de problemen inventariseren en analyseren. Je moet niet alleen praten over zwaardere middelen, maar eerst de vraag stellen of je de juiste middelen tegen de juiste problemen in stelling brengt. De dialoog gaande houden lijkt een versleten cliché, maar het is toch een voorwaarde om in de preventieve sfeer iets te doen.''

Daar stel je de burger niet mee gerust. Die wil harde maatregelen en eist veiligheid.

,,De ervaring leert dat hard optreden eerder tot paniek dan tot een veilig gevoel leidt. Scherpere maatregelen genereren alleen maar een vraag naar meer veiligheid. Er ontstaat dan een onverzadigbare honger naar veiligheid. Maar je moet niet de illusie wekken dat er overal oplossingen voor zijn. Dat is moeilijk te accepteren. Toch, als ik als criminoloog nadenk over antwoorden op het veiligheidsprobleem, kom ik uit op het voorkomen van maatschappelijke polarisatie.''

Dus alsnog de softe aanpak?

,,Nee, maar ik zou er wel op willen wijzen dat het softe beleid op het gebied van drugs bepaald geen slechte gevolgen heeft gehad. De Verenigde Naties nemen nu het Nederlandse model over van `harm reduction'. Niet de oorlog tegen drugs, maar het beperken van de schade. Op het gebied van moslimterrorisme van eigen bodem moeten we echt veel meer aan preventie doen. De grootste fout die we gemaakt hebben, is alles op het bordje van de politie schuiven, terwijl de hele sociale sector is wegbezuinigd.''