De staalkabels van een manneke

Turner Yuri van Gelder (21) is noodgedwongen specialist ringen geworden. Nu is hij een van 'swerelds besten. ,,Maar ik denk niet dat ik ooit een `10' zal scoren. Als de jury geen foutje ziet, gaan ze echt wel zoeken.''

Ringen, het zijn merkwaardige dingen: twee cirkelvormige ogen die als pijllood parallel aan een koord hangen en bij elkaar worden gehouden door een ijzeren stellage. Ga er aan hangen en de zwaartekracht zal ieder argeloos mens onverbiddelijk tot een hulpeloos bungelend voorwerp reduceren. Tenzij je Yuri van Gelder heet, over spieren als staalkabels beschikt en er genoegen in schept die handvatten van 360 graden als hulpmiddel voor fysieke kunststukjes te gebruiken. In dat geval praten we over een sportman die inmiddels drie World Cups heeft gewonnen en stilaan furore maakt als een van 's werelds beste turnspecialisten.

Van Gelder uit het Brabantse Waalwijk is een compact mens met een olijk gezicht en een imposante torso, die als gevolg van een hardnekkige blessure zijn toevlucht tot de ringen heeft genomen. Het was de redding van zijn turncarrière, die in het jaar 2000 abrupt leek te eindigen wegens een losgeraakt botje in zijn linkerpols. Medische reparatie bleek gecompliceerd en niet gegarandeerd, waarna Van Gelder een mentale crisis moest overwinnen om tot het inzicht te komen dat de meerkamp weliswaar tot de verbeelding spreekt, maar specialisatie ook zijn bekoorlijkheden kan hebben.

,,En het ging aanvankelijk zo goed'', roept de geblokte turner zijn succesvolle juniorentijd in herinnering. ,,Ik werd in 2000 bij de Europese jeugdkampioenschappen derde aan de ringen en had een mooie toekomst als meerkamper in gedachten. Maar dat losgeraakte botstukje hinderde me bij een aantal grepen, vooral op brug en bij het voltigeren. Een specialist van het Dijkzigtziekenhuis in Rotterdam sprak over het aanbrengen van een pinnetje in de pols, maar zekerheid over volledig herstel kon hij niet geven. Vanaf dat moment had ik even niet zo veel zin meer in de zaal te staan. Ik dacht: jezus, ik wil hier helemaal niet meer zijn. Ik heb destijds serieus overwogen te stoppen. Die inzinking heeft een viertal maanden geduurd, toen begon het weer te kriebelen.''

Diep in zijn hart had Van Gelder daar al rekening mee gehouden. Wie vanaf zijn vijfde onafgebroken in gymzalen komt eerst als dartel, energiek mannetje, later als beloftevolle junior met een turnweek van dertig uur wordt eenmaal buiten die biotoop onherroepelijk geconfronteerd met afkickverschijnselen. Uiteindelijk werd het laatste zetje voor een terugkeer gegeven door zijn huidige coach Remi Lens, een van de trainers met wie Van Gelder bij de Rotterdamse turngroep van bondscoach Rob Stout op het Thorbecke College had gewerkt.

Van Gelder: ,,Lens zei: `Zonde als je stopt. Zeg maar wat je wilt, dan ben ik bereid je te trainen.' Waarom niet, dacht ik. Van niets doen werd ik ook niet vrolijk. Ringen was altijd mijn beste toestel, dus daar ben ik maar mee begonnen. Misschien raar, maar aan de ringen had ik geen last van mijn pols; dat ligt aan een andere steunhouding in vergelijking met bijvoorbeeld brug of voltige. En binnen twee jaar had ik een oefening met de hoogste uitgangswaarde van 10 onder de knie.''

Dat bood perspectief, zodat de eenzijdigheid van het bestaan als ringspecialist niet opwoog tegen de kansen die het Van Gelder bood. Binnen een jaar had hij al wereldbekerfinales gehaald en was hij kwalitatief rijp voor deelname aan de Olympische Spelen in Athene. Het Brabantse manneke zou er zelfs kans op een medaille hebben gehad. Er was evenwel één probleem: kwalificatie kon vorig jaar alleen bij de WK in Anaheim met een top-12 positie bij de landenwedstrijd worden afgedwongen. Van Gelder was derhalve afhankelijk van Nederlandse turners die nog ver van het olympische niveau waren verwijderd.

Nadat die toegangsweg was afgesloten, restte de goedertierenheid van de internationale gymnastiekfederatie (FIG) bij de verdeling van vier wildcards. Na turners uit drie ontwikkelingslanden te hebben uitgenodigd, ging het laatste deelnemerspasje naar de Griek Dimosthenis Tampakos, die vervolgens olympisch kampioen aan de ringen werd. Diep in zijn hart heeft Van Gelder dat besluit vanzelfsprekend vervloekt, maar naar buiten toe overheerste de realiteitszin. ,,Wat kon ik doen? Met de Spelen in Athene was de keus tussen een Griek en mij natuurlijk snel gemaakt. Ik snap dat wel, maar voor toestelspecialisten uit landen die geen goed team op de been kunnen brengen is het systeem zeer nadelig. Neem de Sloveense rekstokspecialist Ajaz Pegan, tweevoudig Europees kampioen en winnaar van wereldbekerwedstrijden – hij kon niet naar Athene. Het is toch raar dat de beste turners op een toestel als gevolg van hun nationaliteit niet naar de Spelen kunnen? Trainers hebben inmiddels bedacht dat de eerste drie van een wereldranglijst hoe dan ook tot de Olympische Spelen moeten worden toegelaten. Hopelijk wordt dat voorstel door de FIG overgenomen; ik zou het een stuk eerlijker vinden.''

Zoals het een ambitieuze sportman betaamt, is Van Gelder niet voor één gat te vangen. En dus verscheen hij ten tijde van de Spelen toch in Athene. En nog wel met een accreditatie, die hij via Griekse turnvrienden had geregeld én dankzij de trainingsstage die hij van een reisbureau aangeboden had gekregen. Van Gelder heeft in Athene met de deelnemers kunnen trainen en er alle wedstrijden kunnen zien. ,,Ik heb die speciale olympische sfeer kunnen proeven en kunnen vaststellen dat in de hal het olympisch toernooi niet afwijkt van een EK of WK; de olympische ringen aan de wand waren het enige verschil. Nee, ik was niet gefrustreerd. Mijn plannen waren ook niet doorkruist; ik had me niet op `Athene' georiënteerd. Deelname zou een bonus zijn geweest. Ik richt me op de Spelen van 2008, dan wil ik er staan. Maar ik ben blij dat ik er geweest ben. Nu weet ik enigszins hoe het er in Peking zal toegaan.''

Peking, Van Gelder spreekt het uit met een dictie van zekerheid die twee jaar geleden ondenkbaar zou zijn geweest. Maar in die tussentijd is zijn verbondenheid met de ringen dermate groot geworden dat de turner zich een leven zonder niet eens meer kan voorstellen. En de fascinatie voor die twee ronde dingen neemt alleen maar toe. ,,Weet je waarom het zo'n machtig onderdeel is? Omdat er kracht, balans en coördinatie van je wordt verlangd en je daarnaast alles op het juiste moment perfect moet uitvoeren. Elke oefening bestaat uit tien elementen, die allemaal vlekkeloos geturnd moeten worden om een `10' te kunnen scoren. En al zou dat voor jouw gevoel zijn gelukt, dan nog zal die 10 niet worden gegeven. Ik acht dat onmogelijk, omdat de jury altijd wel een foutje ontdekt. Ik heb het op de ringen zelfs nog nooit meegemaakt dat iemand een 9.900 kreeg.''

De ideale oefening kan volgens Van Gelder onmogelijk gerealiseerd worden; daarvoor is een bovenmenselijke prestatie vereist. ,,Je hoeft maar één graad af te wijken en de 10 is onhaalbaar. En mocht iemand de perfecte oefening hebben gedraaid, dan is er altijd wel een jurylid dat een kromming van een teen heeft gezien. Nee, voor mijn gevoel heb ik nog nooit foutloos geturnd. Ik heb er wel eens tegenaan gezeten. Ik denk ook niet dat ik ooit een 10 zal halen. Als de jury geen foutje ziet, gaan ze echt wel zoeken. Vooral bij de afsprong, het meest kwetsbare deel van de oefening. Je moet op je `pootjes' blijven staan, iets dat iedereen nu eenmaal de meeste moeite kost. Ja, ik voel in de lucht al of ik goed of verkeerd neerkom.''

Die jury, altijd weer die jury. Niet dat Van Gelder een klaaglied over het menselijk falen wil aanheffen, maar ook hij heeft enkele keren ondervonden hoe onrechtvaardig een beslissing kan zijn. Vorig jaar bijvoorbeeld bij een wereldbekerwedstrijd in Rio de Janeiro, waar de Brabander ten onrechte van het podium werd gehouden. Maar wat er afgelopen voorjaar bij de EK in Ljubljana gebeurde tart zijns inziens alles. Tot zijn verbijstering werd Van Gelder na een prachtige oefening als vijfde geklasseerd. Als hem niet de titel was afgepakt, dan was hem toch zeker een podiumplaats ontnomen. ,,Dat vond ik niet alleen, maar ook vrijwel alle coaches; de kenners hadden het wel goed gezien. De nummers één tot en met vier hadden zich geplaatst voor de Olympische Spelen en die wilde de jury schijnbaar niet schofferen. Dat is althans mijn analyse. De jury vond het vier maanden voor de Spelen waarschijnlijk onlogisch iemand te laten winnen die niet naar Athene zou gaan.''

Met geforceerde gelatenheid en het voornemen dat zijn revanche ooit zal komen, heeft Van Gelder zich bij het besluit neergelegd. ,,Ik had geen keus. Je moet gewoon door blijven gaan, steeds maar weer je kop laten zien, zo moet je een naam opbouwen. Hoewel de juryleden me kennen, ben ik onder de ringspecialisten wel de jongste van het stel. Het zal me nog wel een aantal jaren kosten om in reputatie gelijk te komen met de Bulgaar Jordan Jovtchev, die al 32 jaar is en als dé specialist op ringen geldt. Nee, dat ontmoedigt me niet. Ja, het klopt dat jongens uit de traditionele landen een streepje voor hebben bij de jury. Russen en Chinezen krijgen eerder het voordeel van de twijfel dan turners uit andere landen. Ik heb nog nooit het gevoel gehad te zijn overgewaardeerd; ik heb altijd mijn beste oefeningen moeten laten zien om in de prijzen te vallen. Ik blijf ook altijd vriendelijk tegen juryleden; dat is een investering voor de toekomst. Niet dat ik ga slijmen of ze probeer te behagen, maar ik ben evenmin vervelend tegen ze.''

Bovendien zijn er belangrijker zaken waar Van Gelder, wiens voornaam is gekozen uit eerbied voor zijn Russische grootmoeder, zijn energie in kan steken. In de nieuwe `code' bijvoorbeeld, die hij zich met het oog op de Spelen van 2008 eigen moet maken. Vervelend is dat de nieuwe elementen nog niet officieel zijn vrijgegeven, omdat de code niet per 1 januari maar een half jaar later wordt ingevoerd. ,,Omdat na de problemen bij de Olympische Spelen juryleden eerst goed geïnstrueerd moeten worden'', zegt Van Gelder met een ironische glimlach.

,,Ik denk evenwel niet dat er veel verandert. Voor zover ik weet moet straks de afsprong bij uitgangswaarde 10 niet meer van C- maar D-niveau zijn. Dat betekent een verhoging van de moeilijkheidsgraad. Iedereen doet nu een dubbel gestrekte salto of een dubbel gehurkte salto met een hele schroef. Dat wordt straks kiezen tussen een gestrekte salto met hele schroef of dubbel gehurkt met dubbele schroef. Nee, ik maak me geen zorgen; alles is te leren.''