De judo-aanpak

Leraren en agenten moeten jongeren in de straatcultuur niet autoritair tegemoet treden, meent Hans Kaldebach.

Een conciërge van een vmbo-school ziet een niet-leerling op het schoolplein rondlopen. Die jongen woont in de buurt. De conciërge weet van de politie dat de jongen wapengevaarlijk is. Hij loopt op hem af en geeft hem een hand. `Goeiemorgen, kan ik je helpen, zoek je iemand? Je weet misschien dat hier alleen leerlingen komen die op deze school zitten, dat snap je wel. Anders hebben we geen overzicht meer. Jij komt hier niet om kattenkwaad uit te halen, het gaat niet om jou maar vroeger hebben we een keer meegemaakt dat en ik moet me daar ook aan houden.' De jongen verlaat het schoolplein.'

Dit voorbeeld staat in het boekje `Respect! 99 tips voor het omgaan met jongeren in de straatcultuur'. Het gesprek met auteur Hans Kaldenbach, werkzaam bij de lerarenopleiding van de Hogeschool Utrecht waarvoor hij onder andere nascholingen geeft op het gebied van interculturele communicatie, vindt plaats op de dag dat Theo van Gogh vermoord is. ``Dit maakt eens te meer duidelijk hoe belangrijk het is dat we contact hebben met elkaar en elkaar begrijpen. En dan bedoel ik niet begrip hebben, gedrag goed vinden. Nee, wie professioneel wil zijn (als opvoeder: leraar, agent) zal het gedrag van jongeren moeten begrijpen. Pas daarna ontstaat de mogelijkheid om er effectief mee om te gaan. De conciërge uit het voorbeeld pakt het goed aan: hij biedt de ander een respectvolle uitweg. De judo-aanpak, noem ik dat: gebruik maken van de eigenschappen van de jongens, in casu de kwetsbaarheid, de behoefte aan een persoonlijke band en het eergevoel. Dit had bij een andere aanpak, de aanpak die bij veel mensen uit de burgerlijke cultuur de gevestigde orde – als eerste opkomt, heel anders kunnen aflopen. Dat noem ik de karate-aanpak: er tegenin gaan door autoritair optreden.''

Kaldenbach benadrukt dat straatcultuur geen allochtone cultuur is, maar een gemengde cultuur. ``Het gemeenschappelijke is dat het vaak gaat om jongeren die thuis te maken hebben met een enorme sociale controle en moeite hebben met de overgang naar de buitenwereld waar die sociale controle zwak is. Daardoor slaan ze door. Daarbij verkeren ze buitenshuis in een sterke subcultuur, die oppositie tegen alle autoriteiten promoot.'' Wie zijn geschiedenis kent weet dat dit niet nieuw is. De nozems, de provo's en de krakers zetten zich net zo hard af tegen de gevestigde orde. ``Maar'', zegt Kaldenbach, ``nu heeft de straatcultuur een etnisch jasje en dat maakt het ongrijpbaarder. En beangstigender, hoewel ik niet kan beoordelen of je nozems vroeger wél durfde aan te spreken op hun gedrag.''

De informatie voor zijn boekje heeft Kaldenbach niet op straat verzameld – ``ik ben geen type voor het letterlijk omgaan met de straatcultuur, daar ben ik een veel te braaf en burgerlijk leraarstype voor''. Hij heeft geluisterd naar zijn cursisten (docenten, agenten, baliemedewerkers) en opgeschreven wat werkt en wat niet.

Kaldenbach wil met zijn boekje een handleiding bieden en lijkt daarin geslaagd: ``Ik hoor op trainingsdagen dat mijn boekje de creativiteit bevordert. Ik geef een aantal voorbeelden van hoe je situaties kunt oplossen, en kennelijk haalt men daar een rode draad uit die inspireert.''

Een docent laat even een leerling alleen op zijn kamer. Bij terugkomst ziet hij dat één setje met de antwoordbladen van een proefwerk is verdwenen. Hij weet dat de leerlinge zal ontkennen als hij vraagt of ze het heeft weggepakt. Hij weet ook wat voor ellende het met zich mee zal brengen als hij haar vraagt haar tas te openen. Hij zegt: `Ach, Ilknur, ik heb je net die proefwerkblaadjes gegeven, ik denk dat je die per ongeluk in je tas hebt gestopt'. Zij kijkt de docent aan en in één langzame beweging haalt ze de antwoordbladen uit haar tas.'

Deze aanpak, waarin de docent schijnbaar geen macht gebruikt, maar de leerlinge weet dat hij het weet, werkt omdat ze zonder gezichtsverlies kan inbinden, schrijft Kaldenbach. Het is maar een weet. En juist daarin schuilt het probleem: de burgerlijke cultuur kent en begrijpt de straatcultuur niet en vice versa. Kaldenbach ziet daarin een taak voor het onderwijs weggelegd. ``Je moet in de eerste plaats je eigen cultuur kennen. Wat `wij' aangenaam beleefd vinden, vinden Marokkaanse jongeren kruiperig. En hun beleefdheid – het neerslaan van de ogen – vinden `wij' weer onbeschoft.'' Omgekeerd geldt dat de jongeren de mores van Nederland moeten leren kennen. ``Hoe pijnlijk ook, de enige manier voor hen om vooruit te komen in het leven is zich grotendeels aanpassen aan de dominante cultuur. Want die zal niet veranderen.''

De sleutel tot het goed met elkaar omgaan is volgens Kaldenbach `respect'. ``Mensen uit de burgerlijke cultuur krijgen continu respect voor hun leefstijl, zonder dat ze het beseffen. Wie een tekort aan respect krijgt, ervaart dat wél scherp. Jongeren uit de straatcultuur voelen de continue afwijzing en minachting door de burgerlijke cultuur en zetten hun hakken in het zand. Ze laten zien dat ze `schijt hebben' aan burgerlijke normen. Maar ook zij zijn op zoek naar respect en waardigheid.''

In zijn boekje houdt Kaldenbach de lezer een spiegel voor: je verwacht vanuit je burgerlijke achtergrond een bepaalde reactie (`Sorry, dat had ik niet moeten doen'), maar je krijgt straatcultuur (`Dat heb ik niet gedaan. Heb je wat tegen mij?'). En op basis van wat je krijgt moet je reageren. Volgens Kaldenbach zal in de meeste gevallen de judo-aanpak het meest effectief zijn in het voorkomen van escalatie: geen verwijten maken, (want zodra ze afstand voelen is het oorlog), positief en `respectvol' contact leggen (terwijl de ander afwijzing en tegenstand verwacht) en een eervolle uitweg bieden.

Nu zal deze aanpak sommigen tegen de haren instrijken, juist in een tijd waar alom klinkt dat `we' al veel te lang veel te tolerant zijn geweest. Toch houdt Kaldenbach vol. ``Als je wil winnen in de straatcultuur verlies je. Mijn motto is: `u kunt de wind niet veranderen, maar hoe de zeilen staan bepaalt u zelf'. Ofwel: straatcultuur bestaat, dat is de realiteit. Nu deze jongeren zo zijn, wat is dan de effectiefste aanpak?''

'Respect!' van Hans Kaldenbach is uitgegeven door Prometheus

ISBN 90 446 03981. Prijs: €9,95