De gewapende strijd is nooit ver weg in Baghlan

Nederlandse soldaten helpen van Afghanistan weer een vredig land te maken. Maar de warlords in de provincie zijn niet altijd tevreden.

De top van de hoogste heuvel in de directe omgeving van de Noord-Afghaanse provinciehoofdstad Pol-e-Khomri is een monument voor Afghaanse strijdlust door de eeuwen heen. Het praalgraf van een jihadstrijder van honderden jaren geleden is door later gemaakte loopgraven omringd. En dan die T72-tank, relikwie van de oorlogen die Afghanistan de afgelopen decennia hebben geteisterd.

De Nederlandse militairen die hier vandaag op patrouille zijn, bezien het gevaarte met achterdocht. ,,Best kans dat-ie het nog doet en vol ligt met munitie'', zegt een wat oudere luchtmachtmajoor. Hij maakt deel uit van het in Pol-e-Khomri, hoofdstad van de Afghaanse provincie Baghlan, gelegerde PRT (Provincial Reconstruction Team), onderdeel van de NAVO-strijdmacht ISAF.

Vermoedelijk behoort de tank toe aan een van de vier `warlords' die in Baghlan actief zijn: strijders die door jaren van politiek-militair ondernemerschap een eigen huismacht met duizenden gewapende aanhangers hebben opgebouwd.

De ongeveer 150 Nederlandse militairen (en een burger, de diplomaat Jaime de Bourbon, tweelingbroer van prinses Margarita) van het PRT in Pol-e-Khomri hebben niet als taak om zware wapens in te zamelen. Het MOLT (Military Observation Liaison Team) komt op de heuvel vooral kijken naar de vorderingen met de bouw van een met Nederlands geld gefinancierde nieuwe tv-zender. In ruil voor de financiering zullen de Nederlanders dagelijks een halfuur zendtijd krijgen om hun rol aan de bevolking uit te leggen.

De Nederlanders zijn er uitsluitend om bij te dragen tot het gezag van het centrale bestuur van Afghanistan, gepersonifieerd door de zojuist gekozen president Karzai. Zij pogen bij te dragen tot rust, stabiliteit en rechtsstaat in de provincie – in de hoop dat Afghanistan weer een functionerende staat wordt, en geen uitvalsbasis voor terroristen.

,,U schrijft hier geschiedenis'', houdt minister Kamp (Defensie) de Nederlandse militairen voor, als hij woensdag in Pol-e-Khomri aankomt voor een bezoek aan het PRT. Een veilig Afghanistan is ook een veiliger Nederland, betoogt de minister. Het PRT is een langdurige onderneming, al heeft de Tweede Kamer tot nu toe slechts met één jaar ingestemd. Het tentenkamp van nu wordt vervangen door een groep stenen gebouwen, om aan de Nederlanders onderdak te verschaffen.

Afghaanse arbeiders zijn ermee bezig, à raison van drie dollar per dag. Iedere keer als de opzichter – een hoogblonde vrouwelijke soldaat van de genie – langskomt staken zij het werk, van hun stuk gebracht in een omgeving waar vrijwel alle vrouwen in een van top tot teen gesloten burqa over straat gaan.

In Baghlan hebben de Talibaan geen rol van betekenis gespeeld – het gebied maakte deel uit van de zogenoemde Noordelijke Alliantie, die zich juist tegen de Talibaan verzette. Desondanks vallen de Nederlanders van de ene verbazing in de andere – het valt niet mee het gezag van de centrale staat te herstellen in een land waar de machtsverhoudingen sterk bepaald lijken door informele structuren van privé-legers en tribale verhoudingen.

Kamp merkt dat onmiddellijk na zijn aankomst in Pol-e-Khomri. De politiechef heeft tussen de landingsplaats van zijn helikopter en het kampement van de Nederlanders, aan de andere kant van de stad, op elke vijftig meter aan beide kanten van de weg een erewacht opgesteld. ,,De politiechef ziet Baghlan als zijn provincie'' meldt een inlichtingenofficier van de luchtmacht aan de minister. De filosofie van de Nederlanders was juist het formele, van Kabul uitgaande staatsgezag te steunen, in de persoon van de door Kabul aangestelde gouverneur.

En achter de machtsverhoudingen op lokaal niveau schuilen de krijgsheren uit de provincie. De warlords protesteren luid dat Kabul eerder gedane toezeggingen niet nakomt.

,,Ik ga volgende week naar Kabul om na te gaan, welke toezeggingen er in het verleden zijn gedaan'', zegt een Nederlandse officier die is belast met de taak de warlords tot onderwerping aan het centrale gezag te bewegen. Het is de Nederlanders duidelijk dat ook in deze provincie een gewelddadige strijd nooit ver weg is. Maar tot nu toe valt het mee met het geweld.

,,Rustig, maar niet stabiel'', omschrijven de Nederlandse militairen de toestand in `hun' provincie. Voorlopig houden zij zich vooral bezig met wat ze hearts and minds-operaties noemen. Zo verspreidt een MOLT-eenheid krantjes over het werk van ISAF op de markt van Pol-e-Khomri, na wat gesprekjes te hebben gevoerd met kooplieden: ,,wat verkoopt u daar? Henna? En waarvoor wordt dat zoal gebruikt?''