Brutale kauwen zijn vaak slechter af dan conflictmijders

Nederlandse kauwen hebben een sterk bewijs geleverd voor de stelling dat dominant gedrag een hoge prijs heeft. In een goed bestudeerde kolonie blijken juist de dominante mannetjes minder uitvliegende jongen groot te brengen, en die hebben bovendien een lagere kans op overleving in hun eerste levensjaar. Simon Verhulst en Martijn Salomons van het Zoölogisch Laboratorium van de Universiteit van Groningen publiceren daarover in Animal Behaviour (2004, 68, 5677-583).

In de kolonie kauwen die zij in Haren observeren bepaalden ze over meerdere jaren de rangorde door de uitkomsten van conflicten bij voederplaatsen vast te leggen. Dat is een betrouwbare aanpak; de winnaars van strijd om voedsel verwerven ook de betere nestplaatsen en worden algemeen als dominant gezien. Die dominantie is een stabiel persoonlijk kenmerk van individuele kauwen. Lang niet alle kauwen bereiken die uiteindelijk. De maatschappelijke status van de vrouwtjes is gelijk aan die van hun partner. Kauwen vormen vaste en uitzonderlijk trouwe koppels, en overspel komt nagenoeg niet voor.

De biologen volgden het broedproces van verschillende koppels. Legdata en het aantal eieren per broedpoging bleken niet afhankelijk van sociale status. Maar dominante koppels brachten kleinere eieren en jongen voor. Onder die laatste was de sterfte in het nest hoger. Bij het uitvliegen waren zij nog steeds wat armetieriger, en hun eerste levensjaar verliep relatief slecht. De verschillen zijn opvallend groot. Zo brachten de vijf minst dominante mannetjes in de omvangrijke kolonie jaarlijks gemiddeld 1,2 kansrijke uitvliegers voort. De vijf meest dominante de bazen bleven gemiddeld steken op 0,5.

De conclusie van Verhulst en Salomons is duidelijk: als het op voortplantingssucces aankomt, hebben de dominante kauwen in de Harense kolonie een lagere fitness. De aan dominante mannetjes gepaarde vrouwtjes zijn in slechtere conditie en leggen kleinere eieren. Zij lijden in zekere zin onder een dominante partner. De hoge testosteronspiegel van zo'n mannetje onderdrukt bovendien zijn zorg voor kind en broedende partner. Ook is er meer agressie binnen de paarband. De voordelen van de dominante status van de mannetjes, zoals voorrang bij voedselbronnen, wordt zo teniet gedaan.

In andere kauwenkolonies is eerder gevonden dat dominantie juist gunstig was voor het broedsucces. Dat het in de Groningse kolonie anders ligt komt waarschijnlijk door de hoge bevolkingsdichtheid. De onderlinge afstand tussen nesten van slechts anderhalf tot drie meter leidt makkelijk tot burenruzies. Dominantie en strijdvaardigheid kost in die situatie te veel. Vogels die het conflict mijden, kunnen beter voor hun jongen zorgen en zijn daardoor in het voordeel.