Boekhoute Zelzate

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Zeeuws- en Oost-Vlaanderen.

Suikerbieten zien er oneetbaar uit. Bleekbeige liggen ze aan de rand van de akkers, op de erven en her en der in de berm. Net bergen puin. Je zou je handen eraan open halen maar ik geef het toe, ze passen in het ruwe Zeeuws-Vlaamse land, met slordige velden koolzaad naast lappen bruine grond waar de ploegijzers glimmende krullen in hebben gedraaid.

Het oude riet smiespelt onder een hemel die vandaag beweegt in een parelgrijs mohair twinset. Soms mag het vestje wijdopen en schitteren er parels, soms gaat het ineens strak dicht. Dan is alles egaal grauw en worden we aangestipt met heel kleine regendruppels.

Een uitgeholde landweg brengt ons naar een hartvormige visvijver, op weg naar de eerste van de oude dijken die we vandaag belopen. Het visclub-bestuur, lees ik op een bordje, wil niks te maken hebben met `gebeurlijke ongevallen.'

Hè?

,,Dat zijn dingen die gebeuren,'' legt man uit.

O.

Een auto lost een karrenvracht jagers en drijvers met hun natte honden uit zijn laadbak. Ze zitten, vertellen ze, achter drie vossen aan. Terwijl hun kreten (,,Rrrrr!,'' Héé-héé!!'') zich verwijderen en honderden ganzen zich een ongeluk schrikken van het eerste schot, wandelen wij tussen de populieren over de met bramen en allerlei ander laag gegroei behangen Doornendijk. Ratelend als een overladen helikopter fladdert een fazant voor ons uit. Er is hier veel kaal maar ook veel groen en overal en nergens bewegen er bladeren met blosjes. En op pad en blad en twijg kleeft een lang spoor van witte veertjes.

Het einde van de dijk is afgesloten door een traliedeur met ketting en hangslot. Hoe moet ik dat prikkeldraad over? Daar komen net de jagers weer aan, ze hebben de sleutel. De hoofdjager onthult dat deze dijk privé-terrein is, iets waar ons routeboekje niets van afweet. ,,Eigenlijk moet u bekeurd worden.'' Gauw van onderwerp veranderen: Hoe was de jacht, mannen? De vossen hebben ze niet geschoten. Daarop geeft man onze fazant aan (later zegt hij dat hij dat niet zo bedoelde). Het hele stel in de groene laarzen verdwijnt geïnteresseerd de dijk op, het natuurgebied in.

Over de bochtige dijken en van tussen de kreken en poelen geraken we in Vlaamse dorpen met curieuze brievenbussen en monsterlijke huizen, maar ook met een openhartig biljet in het raam: `Mijn Marie est partie.'

Aan de overkant van het Zeekanaal Gent-Terneuzen ligt een wuifbomen-gebiedje dat het zicht op een chemisch-industrieel landschap afschermt. Zo belanden we in de jachthaven van Zelzate. Het is daar goed staren naar gesleepte zeekastelen.

16 km. Kaarten 9, 10, 11 uit:

Grenslandpad. Uitg. Stichting Lange-Afstand-Wandelpaden, Amersfoort, 1996 (in herdruk). Geen openbaar

vervoer. Tel. taxi Sas van Gent

0115 451695. In jachthaven Zelzate is het monumentale Tolkantoor ingericht als B&B, inl. en res. 0032 93427887.