48 uur Malta

Laura Starink vindt rust op het eiland Malta dat jaarlijks één miljoen toeristen te verstouwen krijgt.

WAAROM GAAN?

Het eiland Malta, gelegen in de Middellandse Zee tussen Sicilië en Libië, is sinds 1 mei van dit jaar het kleinste lid van de Europese Unie. Het is maar 316 km2 groot en heeft 390.000 inwoners, die naast het Engels van de vroegere koloniale overheersers ook hun eigen Maltese taal spreken. Deze semitische taal is een mengsel tussen Arabisch, Engels en Italiaans. Ze weerspiegelt de roerige geschiedenis van het eiland, dat als onneembaar roversnest, ideale uitvalsbasis en stepping stone tussen Europa en Afrika veelvuldig is bezet en bevochten.

WAT TE ZIEN?

Malta heeft de oudste neolithische tempels ter wereld, een soort Stone Henge-achtige rechtopstaande steenformaties uit 3600 voor Christus. Malta heeft de middeleeuwse vroegere hoofdstad Mdina, een prachtig museaal vestingstadje dat ten tijde van de Romeinse bezetting Melita heette en later door de Arabische veroveraars Medina werd genoemd. Aanpalend ligt de wat grotere stad Rabat, een curieus mengsel van katholieke kerken en Arabische architectuur, met omvangrijke catacomben uit de tijd dat de apostel Paulus, na zijn doop op de vlucht voor de Romeinen, op Malta schipbreuk leed. Hij wordt er nog steeds als een heilige vereerd.

Maar eigenlijk bestaat Malta uit de hoofdstad Valletta, genoemd naar de Franse kruisridder Jean Parisot de la Valette, die de stad in 1566 groot maakte, te groot eigenlijk voor zo'n dwergstaatje. Wandel door de kaarsrechte straten, gebouwd volgens een strict lineair Romeins stratenplan. Aan het eind van bijna elke straat zie je de Middelandse Zee schitteren. Bewonder de hangende houten serres die van de architectuur een bevallig mengsel van Engelse koloniale truttigheid en Arabische elegance maken. Bezoek de kazematten van Fort St. Elmo voor het aandoenlijk primitieve museum over de Tweede Wereldoorlog, toen de Engelse kolonie dag in dag uit bestookt werd door Italiaanse bommenwerpers en Duitse torpedojagers. Huiver in de Residentie van de Groot-Inquisiteur, waar afvalligen in opdracht van de paus werden gemarteld, onthoofd of eenzaam opgesloten. Bekijk het paleis van de Grootmeester van de Maltezer Orde, dat bevolkt wordt door lege harnassen en vitrines vol wapenuitrustingen uit vervlogen tijden: Malta leeft met zijn geschiedenis.

Valletta dankt zijn bestaan aan zijn fantastische natuurlijke haven, die bestaat uit twee diepe inhammen rondom een rotspunt die de ideale plek vormen voor een onneembare vesting. En aan de Kruisridders van Sint Johannes van Jeruzalem, een van de beroemdste kruisriddergilden, inmiddels beter bekend als de Maltezer Ridders. Het genootschap bestond uit ridders uit alle grote adellijke geslachten van Europa. Eind vijftiende eeuw werden ze uit Jeruzalem verdreven door hun Turkse aartsvijanden. Ze raakten op drift. Dit zwaar bewapende zootje ongeregeld klopte aan bij alle grote Europese vorstenhuizen, op zoek naar geld en grond. Om van het gezeur af te wezen, gaf Karel de Vijfde ze in 1530 het eiland Malta cadeau. Daar bleven ze driehonderd jaar de baas, totdat Napoleon ze verdreef, op doorreis naar Egypte.

De ridders bouwden een hoofdstad met allure. De orde bestond uit acht nationaliteiten en elk van die groepen had een herenhuis. Zo huisden in de fraaie Auberge de Castille ooit de Spaanse ridders, nu houdt de premier van Malta er kantoor. Het grootste wapenfeit van de ridders was de verdrijving van de Turken, die in 1565 drie maanden lang het eiland probeerden te veroveren. Dit Grote Beleg geldt als het belangrijkste wapenfeit uit de Maltezer Geschiedenis. `Vervloek de Turken' is in het Maltees nog steeds een veelgebruikt scheldwoord.

ETEN, DRINKEN EN UITGAAN

Wie rust zoekt en geschiedenis, en niet al te veel uit wil geven, boeke in Hotel Castille, een zestiende-eeuws palazzo pal naast de Auberge de Castille. Hij zal merken dat het oude centrum van Valletta `s avonds uitgestorven is. Er is maar een handvol cafés en restaurants open, waarvan Café Deux Baronnes (Upper Barraca Gardens) een eervolle vermelding verdient, wegens de uitgelezen locatie, met uitzicht op de Grand Harbour en het prachtige Fort St. Angelo, en eenvoudige maar lekkere pasta. Daarna kun je ongestoord door de uitgestorven oude stad lopen, een onwaarschijnlijke ervaring op een eiland dat jaarlijks één miljoen toeristen krijgt te verstouwen.

Voor wie vertier wil, zijn er de Three Cities, drie schiereilandjes aan de overkant van de Grand Harbour. Dit is de volksbuurt van de visserskroegen, met kronkelende achterafstraatjes en geheimzinnige stegen. Vanaf Fort St. Angelo, waar de uitstervende nazaten van de Maltezer Ridders hun laatste dagen slijten, heb je een prachtig uitzicht op Valletta, dat bij nacht hiervandaan beslist Venetiaanse allure heeft.

En voor wie gewoon recht op en neer wil drinken, dansen en uit zijn dak gaan: in de toeristenwijken St. George's, St. Julian's en Sliema, met de stranden en de grote hotels, gaat het nachtleven door tot in de vroege ochtend, wanneer de zon weer oprijst uit het Beloofde Land, waar de Maltezer Ridders zich vijf eeuwen geleden door de Turken de zee in hebben laten drijven.