Zo! Ziet u? Zo steel ik van mezelf

Jiˇrí Kylián heeft `Sleepless' gemaakt voor NDT II, het gezelschap voor jonge dansers. Bij de repetities voelt Kylián zich meer dansdocent dan choreograaf. ,,Weet u hoeveel gewrichten een mens heeft? Raad eens?''

Op het podium staat een groot, schuin scherm, dat verdeeld is in acht gelijke stukken. Daartussen zitten spleetjes. Uit die spleetjes verschijnen dansers: hun hoofd, hun benen, hun armen. Soms veel hoger of schever dan zou kunnen als ze daarachter in hun eentje stonden. Ze zijn met zijn zessen. Ze tillen elkaar op en duwen elkaar naar buiten.

Alexander Ekman (Stockholm, 1984) is de eerste die van top tot teen aan ons verschijnt. Daar staat hij dan, hij bibbert in zijn blote bast boven een grijs-groene broek, totdat de muziek – paukenslagen, ijle keyboard-geluiden en dan een ijselijk gesnerp, alsof iemand glas tussen zijn tanden verbrijzelt – hem lijkt te elektrocuteren en hij schokkend en vechtend op de grond valt. Hij richt zich op, danst tegen zijn schaduw op het scherm. Een paar anonieme onderbenen trekt hem weer terug naar de achterwereld. Door een ander spleetje maakt de volgende danser intussen zijn entree.

,,Vindt u het erg als ik mijn voeten op tafel leg?'' In zijn kleine, oververhitte werkkamer in het NDT-gebouw, met uitzicht op een in vuurrode schemering gedompeld Spui, licht Jiˇrí Kylián (Praag, 1947) rustig en uitgebreid zijn nieuwste creatie toe. Sleepless heet het stuk, het duurt zo'n vierentwintig minuten, en Kylián maakte het voor NDT II, het jongerengezelschap voor dansers tot en met 23 jaar. Gisteravond ging het in première als opening van Rush, een nieuw NDT II-programma.

Mensen zullen Sleepless wel een abstract werk vinden, denkt hij. Er wordt geen lineair verhaal in verteld. Maar voor hem is het niet abstract. ,,Ik heb een hekel aan dat woord. Wat is er nou abstract aan iemand die zwetend voor je staat en de dingen zo mooi mogelijk probeert te maken? Zodra je een levend mens op een podium zet, is er niets abstracts meer aan. Daarbij gaat Sleepless over echte, intense gevoelens. Ik wil in de ogen, in de ziel van de dansers kunnen kijken. En dan doel ik niet op hun emoties van dat moment, die interesseren me niet, maar op de emoties die uit ons gezamenlijk werk zijn voortgekomen.''

De opkomst van de dansers door het scherm verwijst naar het begin van elk menselijk leven, aldus Kylián: ,,Het is banaal, maar ons bestaan op aarde begint ermee dat we zomaar uit een vrouw gespuugd worden, of we het nou leuk vinden of niet. Het eerste dat we doen is schreeuwen: `Aah, what the hell is this?' Je komt toevallig in een of andere omgeving terecht, tussen bepaalde mensen, en daar heb je het dan maar mee te doen.''

Het scherm, voor Kylián een `muur', vormt een ,,scheidslijn tussen weten en niet-weten''. ,,De mens beschikt maar over een heel klein beetje kennis, terwijl er miljoenen, biljoenen dingen van hem worden weggehouden. Er is zoveel dat we niet zien, niet weten, hoogstens kunnen aanvoelen. Het Duits heeft een mooi woord: ahnen, etwas ahnen. Ik hou van het werk van de schilder Lucio Fontana (1899-1968), die door het canvas heen sneed. Fontana zei: een schilderij is ook wat er áchter het doek zit. Hij toonde dat op een fysieke manier, maar het heeft ook een spirituele kant. Je kunt het toepassen op ruimten, op mensen, op relaties. Er is altijd meer dan je ziet.''

Gebreken

Behalve solo's bevat Sleepless lange, uitbundige duetten. We volgen een groen, een bordeaux-rood en een paars koppel. Man en vrouw lijken bij het middel verkleefd en helpen elkaar broederlijk bij het maken van ingenieuze draaien en sprongen – totdat een van hen zich loswurmt. Door hun totale fysieke aanhankelijkheid schemert iets van bitterheid, van afstand. Terwijl ze elkaar omarmen, vindt beneden een venijnig potje schenenschoppen plaats. Ze kijken veel van elkaar weg.

,,Elk mens maakt constant keuzes over wat hij wel en wat hij niet laat zien'', zegt Kylián. ,,Daarmee beschermt hij zich, verbergt hij zijn gebreken. Dat kan uit verlegenheid zijn, of gewoon stiekem gedoe. Sommigen lukt het beter dan anderen, maar iedereen werpt muren op. Dat is niet erg. Ik zit nu tegenover u, en ik wil dat u denkt dat ik een bijzonder intelligente man ben...'' Hij lacht uitgelaten. ,,Dus rep ik met geen woord over al die dingen waar ik niets vanaf weet.''

De basis voor de hypermoderne, soms angstaanjagende muziek van Sleepless is het Adagio uit een kwintet (KV 617) van Mozart, gecomponeerd op 23 mei 1791. Mozart had in Wenen Marianne Kirchgässner ontmoet, een virtuoze op de glasharmonica die blind was, en hij was onder de indruk van haar en van dit vreemde instrument. Een glasharmonica heeft iets van een ouderwetse naaimachine: de speler beweegt met een pedaal een rij glazen schalen voort, en bespeelt met zijn vingertoppen de vochtig gemaakte randen van de schalen. Het geeft een geluid als wanneer je over de rand van een glas wrijft. Kylián: ,,Ik heb als jongetje van zes zo'n glasharmonica gezien, in het museum voor oude muziekinstrumenten in Praag. Op het plein waar dat museum aan ligt kreeg ik ook pianoles, aan het blindeninstituut. Ik vond dat een mooie samenkomst van elementen.

,,Het adagio heb ik aan Dirk Haubrich (een Duits componist met wie Kylián al vier keer eerder samenwerkte, red.) gegeven; ik had natuurlijk ook Mozart zelf kunnen gebruiken, maar ik hou ervan om dingen te onttakelen. Dirk werkt met computers – samplers, harmonizers of hoe al die fantastische instrumenten van jonge componisten ook heten. We hebben het stuk uit elkaar gehaald, het ritme en de compositie veranderd en het heropgebouwd, de hele zomer lang. Het risico van computermuziek is dat het snel onmenselijk wordt; ik heb menselijke warmte nodig in muziek, anders kan ik er niet mee werken. Dus we zijn doorgegaan met verbouwen tot er flow in zat. Het klinkt nu bijna nergens meer echt als Mozart, maar hij zit er nog wel in.''

De choreografie ontstond de afgelopen maand. Kylián: ,,Voor de passen heb ik de dansers nodig. Vroeger kon ik in mijn eentje choreograferen, dan experimenteerde ik op mijn eigen lichaam, maar met een lichaam van 57 jaar kun je niet veel meer uithalen. Ik ben niet meer zo beweeglijk als vroeger. Hoe ouder ik word, hoe afhankelijker ik ben van de bijdragen van de dansers.''

Sinds zijn komst naar het NDT als (toen nog) gastchoreograaf in 1973, heeft Kylián meer dan vijftig balletten voor de groep gemaakt. ,,Ik begin vaak met een pas die ik misschien al ken'', zegt hij, ,,en die ga ik ombuigen, vervormen. Net als bij de muziek. Tegen de tijd dat ik klaar ben is de pas onherkenbaar veranderd. Kijk.'' Hij staat op, neemt een klassieke tendu-houding aan. ,,Ik kan zo staan, simpel. Maar ik kan ook...'' (hij trekt een been in; buigt zijn rechterarm, strekt de linker en knakt zijn pols; draait zijn hoofd weg) ,,...Zo! Ziet u? Zo steel ik van mezelf, van bewegingen die ik eerder heb uitgedacht. Niemand merkt het. Ik steel nooit van anderen.''

Kylián: ,,Het menselijk lichaam is een fantastische machine. Weet u hoeveel gewrichten een mens heeft? Raad eens? Meer dan 270. Schrijf dat op, het is interessant. De combinatie van bewegingen van al die gewrichten is zo'n rijkdom – de mogelijkheden om jezelf uit te drukken zijn eindeloos. In het klassieke ballet geldt een bepaalde manier van bewegen, maar ik hou van een ongedefiniëerde, vrije stijl. Nieuwe bewegingen ontstaan uit vrijheid. Tegen dansers zeg ik vaak: ontdek het maar, leer het mij maar. Maar als de passen er eenmaal zijn, liggen ze tot op de tel vast.''

,,Oh!'' De muziek wordt stopgezet, en iedereen in de studio houdt even de adem in. Tijdens een van de eerste doorlopen van Sleepless, voor een klein, select publiek – NDT-directeur Jaap Hülsmann is binnen komen wandelen, veel van de niet-gecaste NDT II-ers liggen loom rond de vloer gedrapeerd – is danseres Andrea Schermoly (Pretoria, 1981) uit de armen van haar partner geglipt en met een smak op haar buik en knieën gevallen. ,,Dat was gevaarlijk'', zegt Kylián zacht. ,,Gaat het?'' ,,Ja'', zegt Andrea vastberaden. Ze huilt niet en ze lacht niet. ,,Ja. Het gaat.'' Ze wil verder dansen.

,,Het grote probleem met jonge dansers'', zegt Kylián later, ,,is dat ze zo breekbaar zijn. Ze hebben heel veel energie, ze zijn gretig, en ze proberen zo'n indruk op mij te maken dat ze hun eigen fysieke grenzen soms overschrijden. Dan moet ik ze afremmen, om te voorkomen dat ze zichzelf misschien voorgoed beschadigen. We hebben ze nog lang nodig. NDT II is bedoeld om ze klaar te stomen voor nog veeleisender werk. Bij jongeren voel ik me veel meer een leraar dan een choreograaf. Je moet steeds weer geduldig uitleggen hoe je voorkomt dat je jezelf pijn doet.'' Tijdens het repeteren komt Kylián over als de leraar die iedereen zich zou wensen. Zijn stem is zoekend, vriendelijk. Hij is royaal met complimenten, en discreet met kritiek: voor een correctie neemt hij dansers apart en spreekt hij ze buiten gehoorsafstand van derden toe. Zijn lange, soepele lijf houdt hij waardig stil, om soms opeens iets voor te doen – een draai op één elleboog op de grond, een felle sprong met twee knieën hoog. Even.

Kylián: ,,Als ik mezelf als jonge danser met de huidige generatie vergelijk, is het verschil ongelooflijk groot. Ik had nooit gekund wat zij kunnen. Ik zou het ook doodeng vinden om mijn werk te dansen, het lijkt me moeilijk. Het zijn wel allemaal natuurlijke bewegingen, maar toch. In de moderne dans is enorme technische vooruitgang geboekt. En er zijn nu zoveel stromingen, er wordt meer gereisd, informatie verspreidt zich razendsnel. Op de audities voor NDT II komen jongeren uit de hele wereld af die allemaal hun eigen cultuur en hun eigen training meebrengen. Elk jaar zeggen we hier tegen elkaar: dit is de beste lichting tot nu toe. En het jaar daarop zeggen we het weer. Meer dan tachtig procent van NDT I, ons volwassen gezelschap, is afkomstig uit NDT II.

,,De dansers uit Sleepless zitten in verschillende fasen. Sommigen zijn creatief, anderen moet je nog vertellen hoe ze van A naar B moeten lopen. En emotioneel dat ze zijn! Het samenstellen van de cast voor een ballet vind ik elke keer weer een kwelling, omdat je dan noodgedwongen mensen kwetst. Ik wil niemand kwetsen. Ik weet nog zo goed hoe het is om afgewezen te worden, ik ken dat gevoel tot in mijn botten. Toen ik een jaar of acht was, werden de leerlingen van de balletschool in Praag waar ik op zat eens gecast voor een opera. Eén moeder nam haar beide zoontjes mee, een van hen was niet eens een danser, en toen koos de regisseur voor hem en lag ik eruit. Vreselijk. Een catastrofe, het einde van mijn carrière. Ik heb dagenlang gehuild.''

Wijs

,,Je moet veel durven bij Kylián'', zegt Aurélie Cayla (Boulogne-Billancourt, 1980). Aurélie is Alexanders partner in Sleepless. In een mosgroen pakje reist ze op zijn nek, ze duikelt rondjes via zijn dijbeen, ze gebruikt z'n middel om als een acrobate op haar hoofd te staan. Alexander tilt en vangt maar, wiegt haar soms even als een babytje heen en weer. ,,Ik ben blij dat we allebei derdejaars zijn in NDT II'', zegt hij. ,,Eerder had ik dit niet gekund.''

Aurélie: ,,Toen we begonnen zei Kylián: het basisidee heb ik, maar de passen, die moeten van jullie komen.''

Alexander: ,,Ik was zo gestresst van tevoren – het is toch de Grote Kylián met wie je gaat werken.''

Aurélie: ,,In mijn land, in Parijs, zijn de mensen dol op hem.''

Alexander: ,,Maar hij is zo menselijk, hij oordeelt niet. Hij is aardig. Nu ik zo nauw met hem samenwerk, voel ik geen druk meer.''

Aurélie: ,,Hij stelde zich aan ons voor met een verhaal over emigreren, over hoe hij was weggegaan uit Praag en hoe later bij het Stuttgarter Ballett John Cranko opeens overleed (de choreograaf en artistiek leider stierf in 1973 in het vliegtuig terug van een tournee, red.). Maar verder is hij gesloten. Je voelt wel dat hij wijs is, dat hij veel levenservaring heeft.''

Alexander: ,,Ik denk dat dit stuk over een onmogelijke relatie gaat. Over hoe moeilijk het is om van iemand te houden. Maar ik weet niet hoe Kylián zelf over die dingen denkt.''

Aurélie: ,,Met ons praat hij alleen over de bewegingen. Ik neem ze 's avonds door in mijn hoofd, als ik in bed lig. Daar geloof ik in.''

Kylián: ,,Soms zie je precies waartoe een jonge danser zou kunnen uitgroeien. Maar het drama van de mens is dat hij altijd iets anders wil doen dan waar hij goed in is. Wie goed kan zingen, wil schrijven; wie kan schrijven, wil kunnen dansen. Een danser met grote fysieke kwaliteiten die niet zo'n goed acteur is, wil per se de grote dramatische rollen dansen, en de grote acteurs willen technische virtuosi worden. Onze taak hier is om het echte talent van de dansers te ontdekken, en ze duidelijk te maken waar ze in uitblinken. Niet om ze in te perken, maar omdat je moet weten wat je talent is. Daar moet je naartoe. Anders kun je heel ongelukkig worden.''

Hij danst al dertig jaar niet meer, maar spreekt opeens even in de `wij'-vorm. ,,Dans is de meest kwetsbare kunstvorm die er is. Iedereen heeft wel hang-ups over zichzelf, maar kunstenaars uit andere disciplines hebben nog een gereedschap om zich achter te verschuilen: een muziekinstrument, een penseel, een tekst. Wij dansers verklaren onszelf tot kunstwerk. We kijken de hele dag naar ons lichaam, en worden de hele dag bekritiseerd. Je kunt wel proberen dat goed in te bedden, zodat dansers zichzelf ook leuk gaan vinden. Complimenten geven is goed, dat doe ik graag. Maar kritiek geven moet ook. De meeste vooruitgang komt voort uit kritiek.''

Nederlands Dans Theater II, `Rush', vanavond en morgen om 20.15u in het Lucent Danstheater, Den Haag. Daarna tournee t/m 14/12. Inl: 070-8800100 of www.ndt.nl