`Wij richten ons op één ding tegelijk'

De Duitse auto-industrie toont een ontredderd beeld, maar BMW floreert als zelden tevoren. Na Porsche en Toyota is BMW per verkochte auto de meest winstgevende autofabrikant ter wereld. Bestuursvoorzitter Panke: ,,Wij maken uitsluitend premiumproducten.''

Nee, zegt BMW-bestuursvoorzitter Helmut Panke, met zijn grote Zuid-Duitse concurrent Jürgen Schrempp van Mercedes-Benz heeft hij weinig contact. Het `werkoverleg' van de twee machtigste bestuurders uit de Duitse auto-industrie blijft beperkt tot incidentele ontmoetingen tijdens de grote internationale autotentoonstellingen. Veel hebben beide bedrijven op dit moment ook niet met elkaar gemeen. De door arbeidsonrust, massaontslagen en ingezakte verkopen geplaagde Duitse autoindustrie gaat door een diep dal, maar er is één uitzondering: BMW. Na Porsche en Toyota is BMW per verkochte auto de meest winstgevende autofabrikant ter wereld.

,,Je kunt de BMW-blauwdruk niet zo maar projecteren op een bedrijf waar het wat minder gaat en denken dan komt het allemaal wel goed'', zegt Panke, die op uitnodiging van de directeur van BMW-Nederland Arjen de Jong een dag te gast is in Rijswijk. ,,Ons succes komt voort uit een heel eigen cultuur waarbij we ons focussen op de dingen waar we goed in zijn en ons niet laten afleiden door zaken waar we minder goed in zijn. We richten ons op één ding tegelijk.''

Er is in zijn ogen eigenlijk maar één concurrent in de autobranche waarvan het succes enige gelijkenis vertoont met dat van BMW: Toyota. ,,Hoewel we niet helemaal in dezelfde markten actief zijn, heeft Toyota dezelfde filosofische benadering als wij. Als fabrikant voor de massamarkt hanteert Toyota een iets andere strategie dan wij, maar het gaat net als BMW stapsgewijs recht op zijn doel af. Als Toyota eenmaal een keuze heeft gemaakt, houdt het vast aan de ingeslagen weg.''

Panke zal nooit de concurrentie aangaan met massamerken als Opel en Volkswagen – al doet de nieuwe kleine BMW 1-serie wellicht anders vermoeden. ,,Maar zelfs de 1-serie geeft wat ik noem het BMW-rijgevoel'', zegt hij. ,,Wij proberen de rijder meer te bieden dan een auto die je alleen maar van a naar b brengt. Daar heeft een koper ook geld voor over. We richten ons uitsluitend op het premiumsegment van de markt, maken beslist geen goedkope modellen. Niet bij BMW, maar ook niet bij Mini en Rolls Royce, de andere merken van het concern.''

Slechts één keer waagde BMW zich op de massamarkt. Met fatale gevolgen. In 1994 nam Panke's voorganger bij BMW Bernd Pischetsrieder, de huidige baas van Volkswagen, het Britse Rover over. BMW dacht daarmee een dubbele slag te slaan. Het kreeg in één klap met de Landrover de technische expertise van `terreinwagens' in huis waar het Zuid-Duitse concern toen nog niet over beschikte. Met Rover wilde BMW bovendien begin jaren negentig al de verkoopgrens van meer dan één miljoen auto's passeren. Met het brede verkoopnet van BMW in de Verenigde Staten verwachtte het bedrijf met de Landrover in dat land gouden zaken te kunnen doen. Maar BMW/Rover kwam nooit van de grond. De efficiënte Duitse productiecultuur botste met de gedateerde industrieopvattingen van de Britten.

De familie Quandt, na de gebroeders Albrecht van het Aldi-concern, de rijkste familie van Duitsland greep in. Moeder Johanna Quandt, zoon Stefan en dochter Suzanne Quandt-Klatten bezitten 46,6 procent van alle aandelen van BMW, dat momenteel een beurswaarde heeft van 21,6 miljard euro. Suzanne Klatten, lid van de raad van commissarissen van BMW, werd dit jaar met een persoonlijk vermogen van 17 miljard euro als rijkste vrouw van Duitsland ingeschat. De familie gaf Pischetsrieder zijn congé, omdat hij verantwoordelijk werd geacht voor de negen miljard D-mark die het Rover-avontuur BMW heeft gekost. De verkoop van Landrover voor ongeveer een miljard dollar aan Ford en het meenemen van de Mini naar München verzachtten het Britse echec voor BMW nog enigszins, maar Rover sloeg een diepe financiële wond.

Het maakte de weg vrij voor de 57-jarige fysicus Helmut Panke, die na een loopbaan bij McKinsey zijn carrière bij BMW tweeëntwintig jaar geleden is begonnen. Hij trok vooral de aandacht met de manier waarop hij in de Amerikaanse staat Zuid-Carolina een nieuwe fabriek voor BMW opzette waar terreinwagens worden geproduceerd en cabrio's, waaronder de Z3 uit de James Bondfilms. Onder Panke begon vier jaar geleden een nieuwe succesperiode voor BMW die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Dat deed BMW op eigen kracht. Was BMW met Rover tien jaar geleden nog op zoek naar een geschikte partner, nu moet Panke er niet meer aan denken. Hij heeft een andere weg ingeslagen dan Jürgen Schrempp die bij Daimler met zijn `Welt AG' een grensoverschrijdend autoconcern uit de grond heeft gestampt. Met het Duitse Mercedes-Benz, het Amerikaanse Chrysler en het Japanse Mitsubishi probeert hij drie continenten aan elkaar te koppelen.

Panke wil in 2008 1,4 miljoen auto's binnen het BMW-concern produceren. Vorig jaar verkocht het bedrijf bijna 950.000 BMW's, 90.000 BMW-motoren, 175.000 Mini's en 502 Rolls Royces, het enige merk binnen het concern dat qua groei wat achter blijft. Ook waren er recent bestuursproblemen bij Rolls Royce.

Een nieuwe botsing tussen de Duitse en Britse cultuur? ,,Wacht even'', zegt Panke, ,,we hebben tot september dit jaar 485 Rolls Royces verkocht. Dat aantal ligt weliswaar onder onze doelstelling om er dit jaar 1.000 te verkopen, maar is wel een signaal aan onze klanten dat we ook in dit topsegment van de markt als BMW aanwezig willen zijn. We maken uitsluitend premiumproducten. Daar hoort Rolls Royce beslist bij.''

Een punt wat Panke wél zorgen baart is `Standort Deutschland', Duitsland als belangrijkste productieplaats voor de auto-industrie, waarin één op de zeven mensen van de Duitse beroepsbevolking hetzij direct of indirect werkzaam in is. ,,Duitsland is nog steeds één van de grootste, maar ook rijkste, industrielanden ter wereld. Het land beschikt nog steeds over een enorme technische expertise. De hoge loonkosten in Duitsland vormen een obstakel voor de Duitse auto-industrie om ook in de toekomst in eigen land auto's te kunnen blijven produceren. Maar ik ben een optimist en geloof wat dat betreft in de veerkracht van de Duitse industrie. We zullen in Duitsland, als overheid, werkgevers en werknemers gezamenlijk op zoek moeten naar flexibele oplossingen voor de hoge loonkosten.''

Panke gebruikt als voorbeeld de grote arbeidsflexibiliteit onder de 104.000 werknemers (wereldwijd) van BMW. Met eigen busvervoer maakt BMW in zijn vier fabrieken in Duitsland gebruik van wat hij noemt de floating capacity van zijn werknemers, die afhankelijk van de productie op alle locaties kunnen worden ingezet. Daardoor is er nooit onder- of overbezetting in de fabrieken.

BMW studeert na de nieuwe BMW 1-serie nog wel op nieuwe modellen, maar die mogen nooit de merkidentitieit van BMW aantasten, vindt de bestuursvoorzitter. Bovendien is hij als voormalig financieel bestuurder van BMW sterk gericht op winstmaximalisatie van iedere geproduceerde auto. Ook aan luxe en rijplezier wordt bij BMW veel aandacht besteed, massaproductie is minder relevant. ,,Ik herinner me nog goed de woorden van mijn vader. Die zei ooit tegen mij: `Een visboer moet heel wat haringen verkopen om hetzelfde te verdienen wat een juwelier verdient aan één diamant'. Aan die wijze les houd ik mij ook in de auto-industrie.''