Vaderlanders met stip

Maandagavond zullen we weten wie `de grootste Nederlander aller tijden' is. Dan zendt de KRO de finale uit van de enquete die het Nederlandse antwoord moet opleveren op de uitverkiezing van Winston Churchill in Groot Brittannië en die van Konrad Adenauer in Duitsland. Voorlopig gaan in ons land de meeste stemmen uit naar Pim Fortuyn, de man die het nooit tot een politiek ambt heeft gebracht. Willem Drees staat vooralsnog op nummer twee.

Het is idioot om Fortuyn te vergelijken met Drees – of met de andere acht namen die bij de KRO in de top-tien staan: Erasmus, Anne Frank, Vincent van Gogh, Antoni van Leeuwenhoek, Willem van Oranje, Rembrandt, Michiel de Ruyter en Johan Cruyff. Maar een vast onderdeel van de BBC-formule is ook dat de afgelopen weken aan de finalisten een tv-programma van een half uur werd gewijd, en dat de discussie mede daardoor des te levendiger is geworden.

Los van deze KRO-verkiezing verscheen de bundel De grootste Nederlander. Er blijkt enige concensus te bestaan over de vraag wie de echte groten uit onze geschiedenis zijn. Negen van de tien KRO-finalisten behoren ook tot de eregalerij in dit boek. De enige uitzondering is Antoni van Leeuwenhoek, op wiens plaats nu Christiaan Huygens is opgenomen. Hoe zulke beslissingen tot stand zijn gekomen, wordt niet vermeld. In zijn voorwoord rept eindredacteur Gert Jan Pos slechts van Nederlanders `die hun sporen nalaten in de geschiedenis'. Verder noemt hij geen criteria. De KRO trouwens evenmin; daar is men begonnen met een door Andrée van Es, Herman Pleij en Joost Zwagerman samengestelde groslijst van tweehonderd namen, die via (manipuleerbare) internet-stemmingen is teruggebracht tot de top-tien.

De ondertitel van de bundel belooft `meer dan 150 biografieën', maar dat is overdreven. In werkelijkheid worden hier 44 prominenten beschreven – van het Meisje van Yde tot en met Pim Fortuyn – en aan bijna al die namen zijn nog wat korte, encyclopedische zinnetjes toegevoegd over enkele anderen die op vergelijkbare hoogte staan. Dat zijn er in totaal 116. Van Leeuwenhoek moest het dus afleggen tegen Huygens, terwijl W.F. Hermans, Hella Haasse en Arnon Grunberg in deze rangorde in de schaduw van Gerard Reve staan. Enige willekeur is bij dit soort lijstjes onvermijdelijk. Het mag ook merkwaardig heten, dat Soekarno tot de 44 grootste Nederlanders wordt gerekend. Dat hij volgens de koloniale ordening een `Nederlandsch onderdaan, geen Nederlander zijnde' was, zoals Tjitske Lingsma schrijft, lijkt hem nog niet op één lijn te plaatsen met Anne Frank, Willem van Oranje en Joost van den Vondel, die in Duitsland werden geboren.

De artikelen over de allergrootsten tellen elk vier pagina's en werden, hoewel er tien auteurs aan meewerkten, in min of meer dezelfde stijl geschreven. Er rustte geen taboe op populaire bewoordingen. `Hij vindt het onderwijs van die dagen maar niks,' staat er bijvoorbeeld over Erasmus. Soms maakt een anekdote veel goed. Zo wordt vermeld dat Thorbecke de grondwet in een week schreef en daarvoor 500 gulden ontving, en dat Drees pas op latere leeftijd begon met roken: `aardig voor op recepties', vond hij.

Gert Jan Pos (red.): De grootste Nederlander. De geschiedenis van Nederland aan de hand van meer dan 150 biografieën. Van Gennep, 264 blz, €19,50