Sterrenogen achter een voile

In een serie over moderne klassieken deze week `Dokter Glas' van Hjalmar Söderberg (Vertaald door Bertie van der Meij. Wereldbibliotheek, 175 blz. euro 14,90)

De Nederlandse literatuur kent een indringend boek, waarin een huwelijksdrama leidt tot moord. Het is de naturalistische roman Een nagelaten bekentenis (1894) van Marcellus Emants. Bij het lezen van de klassiek geworden roman Dokter Glas (Doktor Glas, 1905) van de Zweedse schrijver Hjalmar Söderberg (1869-1941) dienen de overeenkomsten tussen beide boeken zich aan. In de tijd van verschijnen riepen beide boeken veel morele weerstand op. In Dokter Glas overheerst dezelfde noodlottige sfeer als in Een nagelaten bekentenis. Hoewel de roman zich afspeelt in een zonovergoten Stcokholm, waar de hitte als een waas over de straten hangt, krijgt de lezer voortdurend het idee dat het herfst is. Söderberg is een meester in het oproepen van atmosfeer, nooit op sentimentele manier, soms zelfs hard of grimmig. De toon van het boek is ook grimmig en dat maakt het fascinerend. Deze arts is geen goede of genezende arts, maar iemand voor wie dood en herstel dicht bij elkaar liggen.

Het verhaal is eenvoudig. De huisarts koestert een gepassioneerde liefde voor de vrouw van de hoofdstedelijke dominee, Gregorius, een naam die klinkt als die van een bisschop. Mevrouw Helga Gregorius komt op consult met een probleem dat de dokter in staat van wonderlijke opwinding brengt. Zij kan de fysieke aanwezigheid van haar man in bed niet verdragen. Ze zegt: `Ik heb zo'n vreselijke afschuw van mijn man gekregen.' De vrouw suggereert zelf haar genezing: de dokter moet haar man ervan overtuigen dat zijn echtgenote een `kwaal in haar onderlichaam' heeft waardoor haar man maar elders in huis moet gaan slapen.

Dit consult zet de fantasie van de arts, die vrijgezel is, in vuur en vlam. Hij beraamt met wetenschappelijke precisie zijn plan. De tragiek van Glas is dat hij hoopt dat zijn gedroomde geliefde hem zal uitverkiezen wanneer haar eega eenmaal het loodje heeft gelegd. Toch zou hij moeten weten dat het een onmogelijk verlangen is, want Helga is verliefd op een andere man, een rijke zakenman. Al maakt Glas een einde aan de dominee, hij zal verstrikt raken in de fatale driehoeksverhouding tussen Helga, zakenman Recke en hijzelf.

Het fascinerende schuilt in de zelfanalyse van de dokter die tot de lezer komt via het dagboek van Glas. Heeft het plan tot de moord eenmaal in zijn hoofd postgevat, dan wordt hij overvallen door een genadeloze onrust. Wat is begonnen als een gedachtenspel – als ik de dominee doodt, dan heb ik zijn vrouw – groeit uit tot een obsessie. Zelfs de schoonheid van de door hem zo geliefde stad Stockholm begint te tanen. En op 23 juni noteert hij: `Midzomernacht. Lichte, blauwe nacht. Ik herinner me je nog uit mijn kindertijd en jeugd als de lichtste, uitgelatenste, luchtigste nacht van het hele jaar, waarom ben je nu dan zo verstikkend en verontrustend?'

Het driftleven van de dokter slaat op hol. Hij begint te dromen en fantaseren over lichte vrouwen naar wie zijn vrienden gingen en die hem altijd met weerzin vervulden. Nu niet meer. Het fysieke verlangen naar Helga behekst hem. Net als zijn roman Het ernstige spel (1912) bouwt Söderberg Dokter Glas geleidelijk op. De waangedachten over de moord confronteren de arts met een zwarte zijde van zichzelf. Hij overdenkt zijn eenzame leven waarin nooit plaats is geweest voor een vrouw. Hij drinkt met zijn vrienden, discussieert met hen over de idiote gewoonte om tijdens de lange midzomernachten de lantaarns in de stad te doven ten gerieve van de toeristen. De heren hebben het idee door het diepste duister te dwalen. Opnieuw een prachtig voorbeeld van Söderbergs fijne gevoel voor ironie: Mannen onder elkaar die zich kwaad maken over de duisternis van de midzomernacht.

De vorm van het dagboek biedt een uitstekende mogelijkheid om de lezer deelgenoot te maken van Glas' overwegingen. Ergens roept hij uit: `Leven, ik begrijp je niet.' Dit is de slotregel van een gruwelijke scène. Opeens herkent hij in een restaurant een patiënte van hem die abortus wenste. De huisarts weigerde. Nu ziet hij de vrouw na jaren terug met een misvormd kind, een `apenventje'. Hij had de prille ouders voor dit ongeluk kunnen behoeden indien hij het verzoek van de vrouw had ingewilligd.

In Dokter Glas komen meer ethische vraagstukken aan bod, bijvoorbeeld euthanasie. Hoewel de beroepseer de dokter ervan weerhield de jonge moeder van haar vrucht af te helpen, is hij een voorstander van euthanasie. Söderberg laat Glas in zijn dagboek schrijven: `Er moet een dag komen dat het recht om te sterven wordt erkend als een veel belangrijker en onvervreemdbaarder recht dan het recht om een stembiljet in de stembus te stoppen. En als de tijd rijp is zal iedere ongeneeslijk zieke – net zo goed als iedere ,,misdadiger'' – het recht hebben op de hulp van een arts wanneer hij bevrijding wenst.'

De uiteindelijke voltrekking van de moord geschiedt snel en vakkundig. De arts praat de dominee een hartkwaal aan waarvoor hij het medicijn klaar heeft staan – puur gif. De dominee is gedood, maar geluk zal Glas nooit vinden. Integendeel, angsten en wanen achtervolgen hem waardoor dag en nacht, werkelijkheid en verbeelding, angstdroom en realiteit door elkaar beginnen te lopen.

De slotpassages van de roman zijn van een verblindende en pijnlijke schoonheid. Glas beweegt zich op straat om een glimp van Helga Gregorius op te vangen, net zoals hij eerder naar de begrafenis van de dominee ging. Hij staart naar Helga in de hoop `door haar voile heen een vonk uit haar sterrenogen' op te vangen. Steeds meer dringt tot hem door dat zij `nooit' de zijne zal worden. Hij zal er nooit achterkomen of Helga hem heeft gebruikt om voor zichzelf het pad te effenen naar haar nieuwe, jongere geliefde. Hij kan zich aan het einde van die verwarrende zomer en herfst niets liever wensen dan dat de winter komt, dat de sneeuw zal vallen om hem te laten verkillen. Via de moord op de dominee komt zijn eigen dood dichterbij. Een grootse roman over de vergeefsheid van de vrije wil.