Scholte niet de oude

Het schilderij ziet eruit als een cartoon. We zien drie poppetjes in een museale ruimte voor vier schilderijen die wel wat van Picasso's hebben. Zegt het eerste mannetje: ,,Picasso bought a house just before the second world war and paid for it with one still-life.'' De tweede: ,,Picasso was rich before the 1950s.'' En de derde: ,,Picasso was even rich before the blue period in 1904.'' Daar sta je dan, als toeschouwer. Is dit een grap? Zo ja, is ie dan leuk? En zo nee, is het dan een schilderij?

Vragen, vragen, dat is wat de twee tentoonstellingen van Rob Scholte bij galerie Witteveen vooral oproepen. Op het eerste gezicht laten ze zich beschouwen als een soort comeback van Scholte, die, na een tumultueuze periode op Tenerife, worstelde met zware geestelijke problemen. Nu gaat het wel weer met hem, aldus zijn galeriehouder. In ieder geval werkt Scholte weer en is hij productief genoeg om twee tentoonstellingen tegelijk te vullen. De eerste gaat onder de noemer Blue Period en bevat 21 schilderijen, die Scholte volgens de galeriehouder zelf maakte, zonder assistenten, in vier maanden. De tweede tentoonstelling heet Made in China en bestaat louter uit assemblages waarvoor Scholte gekleurde viltstiften in mappen schikte alsof het abstracte mozaïeken zijn. Veel werk dus, maar toch hield Witteveen de publiciteit rond de tentoonstellingen bescheiden. Alsof ze zelf niet goed weten wat ze ermee aan moeten.

Daar lijkt ook alle reden toe. Zelf betrapte ik me erop dat ik aanvankelijk weinig aan Scholte dacht, maar meer aan de discussies rond het `geestelijk eigendom' van kunstwerken, zoals die ook plaatsvond nadat Willem de Kooning een geestelijke terugslag beleefde. Daar vielen vragen als: is dit werk nog wel gemaakt door `dezelfde' kunstenaar? Wat zou de `oude' De Kooning van de `nieuwe' De Kooning vinden? Spreekt dit werk wel voor zichzelf? Maakt dat uit?

Die vragen gelden, mutatis mutandis, ook voor deze Scholte. Ook die is terug, maar niet op zijn oude niveau. Het postmodern citeren is hij niet verleerd (zie alleen de barokke gouden lijsten om het werk) maar de verwijzingen en de grappen hebben niet de scherpte die ze hadden – daarvoor is een doek met de `afdrukken' van drie hondenpoten al te dun, net als een schilderij van een veertje, of van een wervelende draaikolk.

Opvallend is weer wel dat Scholte de doeken maakte met slechts vijf kleuren: goud, huidskleur en drie soorten blauw. Dat beperkte palet bepaalt de benauwde atmosfeer op deze doeken en versterkt de gecultiveerde onmacht die ook in de titel verscholen zit. Alsof Scholte op ingewikkelde wijze probeert te reflecteren op zijn eigen situatie.

In die zin kun je inderdaad zeggen dat Rob Scholte terug is – al blijft voorlopig de vraag in hoeverre Rob Scholte nog `Rob Scholte' is. Je blijft je afvragen of de oude Scholte nog in deze doeken rondwaart. En of dat uitmaakt. Hier is voorzichtigheid geboden.

Rob Scholte. Blue Period: Keizersgracht 429, Amsterdam. Wo-za. 13-17.30u; Made in China: Keizersgracht 538, ma-za 12-17.30u. Beide t/m 24/11.