Naar een plek waar iedereen vandaan wil

Hoeveel ogen heb je nodig? Halverwege De Amerikaan die ik nooit geweest ben krijgt aspirant-schrijver David Holden in een café gratis literair advies van een man wiens ogen hij `te leen' heeft gevraagd om een boek te schrijven. Die vindt dat idee te makkelijk: `Je kan het verhaal over andermans ogen schrijven en een beroemde middelmatige schrijver worden.' Het moet minder kunstmatig, minder frivool en volhardender: `Je wordt een schrijver met een dikke eeltknobbel op zijn rechtermiddelvinger van alle vergeefse pogingen.'

Dat Chris Keulemans (1961) geen beroemde middelmatige schrijver wil zijn, of althans geen doorsnee-schrijver, blijkt uit het uitzonderlijke, multimediale vierluik dat hij nu heeft geproduceerd, waarvan de roman De Amerikaan die ik nooit geweest ben het omvangrijkste deel is. Behalve het boek maakte Keulemans – die eerder onder meer het sfeervolle Overal om me heen is ruimte. Verhalen uit de bovenhoek publiceerde – een website (met vooral film- en muziekfragmenten), een radiodocumentaire over New Jersey en een dvd. Daarop staat een `roadmovie in stilstaande beelden' over, alweer, New Jersey.

New Jersey? Amerikanofilie onder Nederlanders richt zich meestal op woestijnen en wolkenkrabbers, niet op de door industrie en suburbs gedomineerde buurstaat van New York. Niets echter prikkelt de verbeelding van Chris, de verteller in het eerste deel van De Amerikaan die ik nooit geweest ben, zozeer als datzelfde New Jersey. Chris (die behalve zijn naam ook zijn geboortejaar en andere kenmerken deelt met zijn schepper) is de zoon van een Nederlandse ontwikkelingswerker die tot zijn elfde in verschillende buitenlanden (Tunis, Bagdad, Jakarta) op de Amerikaanse school zit. En die eigenlijk en Amerikaan wil zijn, uit New Jersey. In zijn verbeelding heeft New Jersey veel weg van Duckstad, de woonplaats van stripheld Donald Duck, waar de stoepen blauw zijn.

De belevenissen van de jonge Chris vormen een mooi invoelbaar portret van wat in de wetenschap inmiddels een third culture kid heet: een kind dat wegens het werk van zijn ouders opgroeit in verschillende buitenlanden en derhalve geen echt thuis heeft. Later hebben ze vaak moeite met het aangaan van langdurige verbintenissen. Uit het verhaal van de jonge Chris spreekt vooral zijn eenzaamheid tussen de kinderen op de Amerikaanse school. Hij geniet van de momenten dat hij één van hen lijkt, maar meestal begrijpt hij de spelletjes en de codes niet. En zijn identificatie met New Jersey maakt het natuurlijk alleen maar erger. Want New Jersey is een plek om vandáán te willen.

Tanks

Ook elders zoekt Chris houvast: hij raakt gefascineerd door de padvinderij en door het communisme, die hij ook nog enige tijd met elkaar verwart. Als jong-volwassene zal hij blijven zwerven en zoeken. Hij bivakkeert een tijdje met veel romantische gedachten, maar te weinig fanatisme, in de Amsterdamse kraakscene. Zijn strijdmakkers verbaast hij met incorrecte observaties als: `Weet je wie een echte revolutionair is? [...] Prince.' Hij speelt als bassist in een punkbandje dat de chaotische sfeer van de grote stad wil vangen. Hij sluit zich aan bij het zieltogende communisme van de laatste jaren voor de val van de Muur en komt tenslotte tot een revolutionaire daad. Die maakt het verstandig het land te verlaten.

Hij vertrekt naar Belgrado, op zoek naar een oude vriend en `het socialisme met een menselijk gezicht'. Hij vindt iets heel anders: gedesillusioneerde leeftijdgenoten, angst, haat en tanks. In Amsterdam had hij die ook wel gezien, maar die sterkten hem en zijn medestanders alleen maar in het idee dat zij `de werkelijke eigenaren van de stad waren'. Deze tanks zijn echt. Ze draaien niet om als ze op demonstranten afrollen.

De steeds weer verdertrekkende Chris is niet de enige hoofdpersoon van het boek. De tweede held is David Holden, opgegroeid in Cranford, New Jersey – de Amerikaan die Chris nooit is geweest. Hij is een filosofische, voorlijke jongen wiens vlotte babbel nogal vreemd afsteekt bij zijn grote liefde voor schildpadden. Voor David lijkt een mooie toekomst weggelegd in mainstream America, maar hij trekt op zijn achttiende naar Londen om schrijver én punkzanger te worden. Als zanger mislukt hij (`Die Yank zingt alsof hij in de opera staat'), maar hij slaagt als fietskoerier en kroegtijger. In Londen ontmoet hij uiteindelijk Chris, waarna de verbeelde en echte Jersey Kid vriendschap sluiten.

Alle gebeurtenissen in De Amerikaan die ik nooit geweest ben worden uitgebreid geïllustreerd met sfeerbeelden en verwijzingen naar muziek en films. Dat wordt extra aangezet door de bijbehorende website, waarop fragmenten uit de Amerikaanse popcultuur uit de periode 1961-1994 te vinden zijn (Van Keulemans' eerste bioscoop tot het nummer `Nightswimming' van REM, via Mohammed Ali en Lisa Minelli) en de sfeervolle reportage uit New Jersey (met mooie foto's van Rob Smits). Die voorliefde voor sfeertekening sluit precies aan bij de onthechting van Chris. Wie op een onbekende plaats aankomt, pikt immers eerst de sfeer op, de klanken en de geuren. Wat daarachter zit, komt pas later. Tenzij je zo snel vertrokken bent dat je daar niet meer aan toe komt.

Dat de neiging altijd weer de benen te nemen, de bindingsangst en de bijbehorende eenzaamheid de tragiek van Chris zijn, komt uit de roman duidelijk naar voren. Het portret van deze third culture kid is dan ook pijnlijk; aan het eind van het boek, hij is dan 33, is duidelijk dat zijn onthechting waarschijnlijk niet meer over zal gaan – en zijn eenzaamheid ook niet.

Bindingsangst

Het vervelende voor de lezer is echter dat het probleem van de hoofdpersoon steeds meer het probleem van de roman wordt. Want omdat Chris zich niet echt verbindt met, bijvoorbeeld, de krakers in Amsterdam (iets vergelijkbaars geldt voor David en de punkers in Londen), blijf je ook als lezer steeds aan de buitenkant staan. Waaróm ze daar de straat op gaan, wordt niet invoelbaar. We krijgen weliswaar een raak en soms komisch overzicht van de contradicties van de antiburgerlijke `revolutie', maar juist daardoor ga je je afvragen waar het de krakers eigenlijk om begonnen is. De bindingsangst van de hoofdpersoon krijgt zo een vervolg in het boek, waarin het de schrijver maar niet lukt zich werkelijk met de gebeurtenissen in zijn verhaal te verbinden. Ook hij blijft een passant en trekt de lezer steeds net te vroeg mee naar iets nieuws.

Hoe jammer dat is, blijkt bij de veel kortere episode in het boek die zich in Belgrado afspeelt. Daar, waar aan de vooravond van de oorlog de tanks echt en gevaarlijk zijn geworden, krijgen de sfeertekeningen van Keulemans wél betekenis, daar dienen ze om een groter, belangrijker onderwerp uit te diepen. Maar die urgentie is van korte duur: uiteindelijk stapt de hoofdpersoon toch weer op de trein naar het veilige deel van Europa.

Het probleem van de roman De Amerikaan die ik nooit geweest ben vind je versterkt terug in Keulemans' hele project. Want de dvd en de website bieden méér van datgene wat de roman juist al in overvloed had: sfeer. Zo krijg je uiteindelijk zicht op een derde vorm van bindingsangst. Die van een schrijver die zich kennelijk niet wil binden aan zijn medium. Steeds weer haast hij zich naar een nieuwe uitdrukkingsvorm, om de dingen nog eens met andere ogen – maar steeds weer van buiten – te bekijken. Waarschijnlijk heeft Keulemans zelf een idee van dat probleem gehad, getuige het optreden van de man in de bar die weigerde David `zijn ogen' te lenen en die hem opdroeg eelt te kweken.

Chris Keulemans: De Amerikaan die ik nooit geweest ben. Roman. Augustus, 463 blz. €24,95

De dvd `De Amerikaan die ik nooit geweest ben' is uitgebracht door Submarine en kost 25 euro. De bijbehorende website is www.deamerikaan.nl. Daar is ook de op 18 april door de Humanistische omroep uitgezonden radiodocumentaire te beluisteren.