Met Gigo, Ambrus, Ares, Juan, Joao en de anderen

In het eerste hoofdstuk van haar nieuwe roman, De V van Venus, introduceert Marion Bloem een pittige dame. Ze heet Leda Hermes en is redacteur bij een uitgeverij. Ze begeleidt schrijvers die inspiratie putten uit hun ongelukkige jeugd, uit heimwee, jaloezie en ander autobiografisch ongemak. Haar eigen leven is te harmonieus om er interessante literatuur van te kunnen maken, zo meent Leda. `Niets in mijn bestaan tot nog toe is niet vlekkeloos verlopen', merkt ze wat omslachtig op, met die merkwaardige dubbele ontkenning. Geen echte schrijfster dus, maar ze blijkt wel op te kunnen treden als ghostwriter van een auteur die met een roman zou komen, maar in plaats daarvan spoorloos verdween, met achterlating van al haar ongeordende aantekeningen. `Met wat er lag', schrijft Leda, `heb ik een roman kunnen samenstellen die de onvindbare Venus van Oosten redt van een hoge boete wegens contractbreuk.'

Die roman hebben we nu dus in handen: het brokkelige levensverhaal van de schrijfster Venus van Oosten, omlijst en regelmatig onderbroken door toevoegingen en kanttekeningen van haar redacteur. Vermoedelijk heeft Bloem gekozen voor deze dubbele opzet om wat extra mysterie te verlenen aan dat levensverhaal, dat in een aantal opzichten doet denken aan het hare. Allebei hebben ze een Indische afkomst, allebei leven ze van de pen, allebei hebben ze één zoon die als baby aan een hartkwaal leed en allebei hebben ze een man met prostaatkanker.

Vooral dat laatste is beslissend. In De V van Venus doet Bloem, namens haar hoofdpersoon, met veel omtrekkende bewegingen een poging in het reine te komen met deze diagnose, als vrouw van de patiënt. Verder zijn er vast ook de nodige verschillen tussen de echte en de gefingeerde schrijfster. Zou Marion Bloem net zo'n mannenverslindster zijn als Venus, de titelheldin? Op het omslag prijkt Bloem zelf, in een verleidelijke pose, die afgekeken is van Titiaans `Venus van Urbino'. Maar als je goed kijkt, dan ziet ze er, met dat onnatuurlijk weggedraaide hoofd, eerder afwerend uit dan uitnodigend. Veelbetekenend is de foto die uit acht losse stukken bestaat en zo'n beetje weer aan elkaar is gepast, zodat je maar één borst ziet en één arm. De venusheuvel is discreet bedekt met een hand, net als bij Titiaan.

Wij hebben hier te maken met een verscheurde Venus. Aan de ene kant wil Bloems heldin Venus niets liever dan een liefhebbende en trouwe echtgenote zijn voor haar man Adam. Aan de andere kant kan zij de charme van de mannen die haar pad kruisen, niet weerstaan. De kern van de zaak lijkt te zijn dat Adam – voorzover wij in deze rommelige geschiedenis al een scherp beeld van hem krijgen – een werkverslaafde is. Hij reist diverse landen af om fotoreportages te maken over noodlijdende mensen, en is dan weken van huis. Eenmaal weer thuis duikt hij meteen zijn studio in om het materiaal te bewerken. Venus leidt daaruit af dat hij haar minder belangrijk vindt dan zijn werk. Dat zijzelf als schrijfster toch ook haar eigen besognes heeft, die hem zouden kunnen interesseren, speelt in haar relationele bespiegelingen geen rol.

Haar ontwikkeling tot `slet', in haar eigen woorden, zet in als ze er bij toeval achter komt dat Adam ooit stiekem correspondeerde met een meisje uit Valkenswaard. Pas veel later blijkt dat het een zielig meisje was, dat hij uit goedertierenheid nog wel eens een brief schreef, maar dan is het onheil al geschied. Venus meent dat het tijd wordt om haar eigen lichaam te gaan ontdekken. Op rijpere leeftijd is ze nog steeds een groentje in het seksuele, omdat ze tot dan toe maar `welgeteld twaalf orgasmen had gekend'. Maar als ze een zekere Vos ontmoet, blijkt ze in staat `het ene na het andere hoogtepunt' te beleven. Daarna is het hek van de dam en heeft Venus amoureuze ontmoetingen met Gigo, Ambrus, Ares, Juan, Joao, Ivan, Marzuq, Jocko, Ean en Giannos. Steeds opnieuw wil zij het bewijs leveren dat zij een begerenswaardige vrouw is, omdat haar eigen man te weinig oog voor haar zou hebben.

Wie mocht denken dat De V van Venus een sappig boek is vol erotische verfijning, komt bedrogen uit. Aan de opwinding die Venus steeds maar weer te beurt valt, heeft de lezer geen deel. Die moet zich heenwerken door de kleurloze beschrijving van de vele veroveringen die Venus maakt. Uitgeverspolitiek? Een opwarmertje voor de erotische vertellingen die redacteur Leda ons in het vooruitzicht stelt? Of eerder stilistische stroefheid van Bloem zelf?

Een van de vele vragen die deze roman oproept is ook waarom Venus uitgerekend van huis wegloopt op het moment dat haar man ernstig ziek is. Kan ze de situatie niet aan? Schaamt ze zich voor haar escapades in het licht van een ziekte als prostaatkanker? Zo eenvoudig ligt het niet. Als ik het goed begrijp, wil Bloem laten zien dat deze vrouw juist wel om haar man geeft, ook al vrijt ze wel eens met een ander en ook al neemt ze de benen als hij ziek wordt. Als hij prostaatkanker blijkt te hebben, waardoor `chemische castratie' noodzakelijk wordt, zoals het klinisch heet, dan luidt dat meteen het eind in van Venus' nymfomanie. Ze pleegde overspel om van haar ware Jacob, meer aandacht en liefde te krijgen. En als ze hem verlaat, dan doet ze dat in de hoop dat hij haar zal gaan missen, zodat ze glorieus terug kan komen.

`Adam was', zo valt te lezen tegen het eind van deze lijvige en rijkelijk gedetailleerde roman, `hoe ze hem ook belazerde met de ene minnaar na de andere, haar rots, de man op wie ze kon bouwen. De prins van haar dromen'. En dan volgt deze verongelijkte zin: `Van de ene op de andere dag bleek hij geen rots in de branding, maar een verrot vlot te zijn'. Dat is cru uitgedrukt, alsof Adam, om zijn vrouw te pesten, zelf de hand heeft gehad in de kwaadaardige celwoekeringen die zijn leven bedreigen.

Venus heeft het waarschijnlijk niet zo bedoeld. Net iets te vaak wordt in De V van Venus de hand van een al te doortastende en vooral weinig fijngevoelige redacteur zichtbaar. Met enige moeite valt er uit het boek een liefdesverklaring te destilleren. Daar is het Marion Bloem vermoedelijk om te doen geweest. Misschien moet zij, voor alle duidelijkheid, haar volgende roman toch maar weer gewoon zelf schrijven.

Marion Bloem: De V van Venus. De Arbeiderspers, 496 blz. €21,95