Met dank aan de terroristen ...

Hoe groot is de kans dat een fraudeur tegen de lamp loopt en voor de rechter komt? Minder groot dan u denkt. De relatief nette sjoemelaars worden nog wel gepakt, maar naarmate ze brutaler opereren, neemt de pakkans zienderogen af. De Algemene Rekenkamer is daar kritisch over.

Van oudsher overschatten mensen zowel de kans dat ze de loterij winnen als de kans dat fraude aan het licht komt. Dat is een geluk voor de belastingdienst, maar de burger verliest in snel tempo zijn naïviteit. In 2002 wist 90 procent van de belastingbetalers nog zeker dat de fiscus onvolkomenheden zonder mankeren uit de aangiften vist. In één jaar daalde dat percentage tot 75. Belastingadviseurs weten beter hoe het er werkelijk voor staat: amper de helft van hen heeft ontzag voor de opsporingscapaciteiten van de belastingdienst. En zelfs zij overschatten de strafkans. Overigens denkt staatssecretaris Joop Wijn (Financiën) dat de opsporingsreputatie van zijn dienst naar hogere waarden terugveert als de fnuikende herinnering aan de beursfraude en de bouwfraude wegzakt.

De Rekenkamer bepleit krachtiger beleid. Zij signaleert dat dit kabinet de fraudebestrijding een lagere prioriteit heeft gegeven. ,,Op fiscaal terrein geldt dat de FIOD-ECD (de opsporingsdienst van de fiscus, AG) bewust minder fiscale zaken in opsporing neemt'', zo constateert Saskia Stuiveling, president van de Rekenkamer. De beste fiscale speurders worden onder meer voor terrorismebestrijding ingezet. Fraudeurs, vooral in het bedrijfsleven, zijn de lachende derde. Dat is een algemeen patroon. Ook het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) laat het er wat de fraude door werkgevers betreft sinds kort bij zitten. Door het terugschroeven van de opsporingscapaciteit bij UWV weten steeds meer bedrijven al frauderend de economisch zware tijden te doorstaan. In 2006 wordt de belastingdienst verantwoordelijk voor de bestrijding van werkgeversfraude bij de premieheffing. Dan stappen 475 controleurs over van UWV naar de belastingdienst. Die past ze in zijn controleapparaat in waardoor ze effectiever kunnen werken.

De omvang van de belastingfraude is en blijft onduidelijk; daar legt ook de Rekenkamer zich bij neer. Toch heeft Rekenkamerpresident Saskia Stuiveling er geen vrede mee dat Joop Wijn geen goed beeld heeft van wat de fiscus wél aan fraude boven water tilt. Bovendien vindt ze het fout dat ontmaskerde belastingfraudeurs vrijuit gaan zonder dat duidelijk is waarom. Staatssecretaris Wijn meldt in een reactie op het Rekenkamer-onderzoek dat hij wel degelijk zijn best doet die gegevens in handen te krijgen. Mede naar aanleiding van eerdere kritiek van de Rekenkamer (in 2000) heeft hij zijn ambtenaren regels gegeven voor het afhandelen van fraudes. Maar in 2004 loopt het nog steeds niet lekker. Als een particulier meer dan 5.500 euro of een bedrijf meer dan 11.500 euro ontduikt, moet de inspecteur een fraudespecialist op zijn belastingkantoor inschakelen. Die bekijkt dan of de inspecteur de zaak zelf mag afdoen of dat de strafrechter er aan te pas moet komen. Maar niet alle belastingkantoren hebben die regel overgenomen.

Waar men het beleid uit Den Haag wel oppakt, handelen de ambtenaren er niet altijd naar. In de voorzichtige woorden van de Rekenkamer komt het centrale beleid ,,nog onvoldoende uit de verf''. Trouwens, het ministerie van Financiën zelf constateert dat de naleving van de interne regels ,,nog verre van volmaakt'' is. Het speelt de belastingdienst kennelijk parten dat hij middenin een reorganisatie zit waarbij alles tegelijk moet en dan nog voor minder geld. Komende week debatteert de Tweede Kamer over onder meer dit punt met staatssecretaris Wijn. Dat als onderdeel van een algemene evaluatie van het kabinetsbeleid bij de fraudebestrijding.

Het algemene beeld uit het Rekenkamer-onderzoek is dat de overheid succesvol heeft ingezet op efficiëntiewinst. De mogelijkheden van automatisering zijn helemaal uitgebuit; privacybescherming werd van ondergeschikt belang. Dat betekent dat iemand die een baantje naast zijn uitkering verzwijgt, geheid tegen de lamp loopt. Tenminste als het om wit werk gaat. De computerbestanden van de sociale zekerheidsorganen en de fiscus worden moeiteloos met elkaar vergeleken. Daardoor wordt 95 procent van de fraudeurs gepakt. Die gegevensuitwisseling is onmogelijk als de fraudeur een zwart baantje heeft. Dan loopt maar 1 procent tegen de lamp. Kortom: wie brutaal is en twee keer fraudeert (uitkeringsfraude én belastingfraude) loopt fluitend weg; wie één keer fraudeert (alleen uitkeringsfraude) is gegarandeerd het haasje. Brutaliteit loont ook bij complexe fraudes: de kans dat de overheid dan het bijltje erbij neergooit voordat de zaak voor de rechter komt, is tamelijk groot.

De uitgebuite automatisering is niet het enige winstpunt bij fraudebestrijding. Opvallend is dat ambtenaren van verschillende instanties steeds beter met elkaar overweg kunnen. De hokjescultuur is op verscheidene plaatsen gesloopt door de inzet van communicatie- en motivatietrainingen.

De al met al bereikte efficiëntiewinst gaf goede resultaten tegen geringe kosten. Het is minder makkelijk er snel ervaren fiscaal en financieel rechercheurs bij te krijgen. De oude rotten worden de VUT ingejaagd, het aanstormend talent moet nog ervaring opdoen en de schaarse ervaren krachten worden makkelijk weggekocht door accountantskantoren of overheidsdiensten zoals de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Bovendien leent de belastingdienst ze steeds vaker aan justitie uit om de financiële gangen van terroristen en drugsbaronnen bloot te leggen. Wijn lijkt het tekort aan experts te willen compenseren door gewone belastingambtenaren meer bevoegdheden te geven en te beknibbelen op de rechtspositie van belastingbetalers, bedrijven en belastingadviseurs. Hij heeft het politieke tij mee, met dank aan de terroristen.