Leven van het ene naar het andere losse moment

Rusland is een land in crisis en dat gold tot voor zeer kort ook voor de literatuur. De eigentijdse Russische literatuur leek weggevaagd door de stortvloed aan buitenlandse vertalingen van alles wat onder het communisme verboden was geweest. Ook de gebrekkige literaire markt met lage boekenprijzen, slechte distributie en oplagen die verrassend klein zijn, maakt het beroep van literair schrijver in Rusland niet erg aantrekkelijk, zeker niet voor een debutant. Geen wonder dat de schrijver in de pikorde van het nieuwe Rusland ergens in de achterste gelederen is terechtgekomen, ver achter de zakentycoons, de maffiosi en de call girls. Toch is de literatuur tegen de verdrukking in de laatste jaren teruggekomen. Dat heeft niet meteen geresulteerd in een stroom meesterwerken, maar er is een begin gemaakt en je stuit alweer regelmatig op verrassingen.

Hoewel de nieuwe Russische literatuur bestaat uit zeer verschillende individuen met weinig neiging tot groepsvorming, zijn er toch trends te ontdekken. Zo lijkt de rol van Moskou minder prominent geworden. Veel van de nieuwste werken – waaronder de drie hier besproken, recent vertaalde boeken – spelen niet in Moskou en zijn geschreven door auteurs die van elders komen. Irina Denezjkina is afkomstig uit Jekaterinburg, een grote industriestad in de Oeral, waar de meeste van haar verhalen – ze noemt meestal geen plaatsnamen – zich lijken af te spelen. Valeri Zalotoecha situeert zijn roman De laatste communist in een fictieve provinciestad Pridonsk aan de Don. En Ilja Stogoff is een geboren Petersburger (of Leningrader) en zijn Macho's huilen niet speelt zich ook grotendeels in de oude hoofdstad af.

Een tweede tendens is het ontbreken van een echte plot. Zowel Denezjkina als Stogoff schrijven over jonge mensen, studenten, journalisten, popzangers, die een volstrekt plotloos leven leiden, voornamelijk gevuld met rondhangen, met zwerven van de ene bar naar de andere, van het ene huis naar het andere in steeds wisselende gezelschappen met veel goedkope drank, sigaretten, wiet of coke. De conversatie is doelloos, de seks vreugdeloos en wordt meestal in dronkenschap verricht. Alleen De laatste communist heeft iets dat op een plot lijkt, maar Zalotoecha is dan ook van huis uit een schrijver van filmscenario's.

De jongste van de drie is Irina Denezjkina, geboren in 1981. In haar beste verhalen, en dat zijn de titelverhalen `Geef' en `Song for Lovers', schetst ze een beeld van studenten en scholieren in een grote provinciestad. Het is een leven van bij elkaar langs gaan, opgebeld worden, jongens die achter je aan zitten, feestjes, drinken, kleren, veel muziek en natuurlijk chatten. Het verschilt niet veel van wat zich bij ons afspeelt, alleen lijkt alles er matelozer en doellozer. Een sterk contrast met jongeren hier is de buitenwereld. Een Russische industriestad is een ruig oord vol vechtpartijen, dronkenschap en smerige trapportalen. De omgeving waarin de jongeren zich staande moeten weten te houden is keihard. Zo ergens, dan is er hier sprake van een heuse strijd om het bestaan. Denezjkina's personages komen aan niets anders toe. Ze worden in deze verhalen consequent van buitenaf geportretteerd, van hun gedachten wordt ons niets verteld en de indruk wordt sterk gewekt dat die er ook nauwelijks zijn. Het zijn jonge mensen zonder ideeën, idealen, ambities of zelfs maar toekomstplannen die verder gaan dan het halen van het volgende tentamen – door te spieken – of het veroveren van de volgende grote liefde voor één nacht. Ze leven van dag tot dag, maar hebben toch weer genoeg vitaliteit om dat heel lang vol te houden.

Niet alle verhalen van Denezjkina zijn even sterk. De kortere verhalen waarin ze heeft geprobeerd een plot te construeren zijn zwakker, maar in haar beste verhalen geeft ze een overtuigend, levensecht beeld van een verloren generatie in een desintegrerende samenleving. Het is sinds Salinger natuurlijk allemaal eerder gedaan, maar nog niet in Rusland en op zo'n Russische wijze als Denezjkina doet.

Normen en waarden

Ilja Stogoff is een andere nieuwe ster aan de Russische literaire hemel. Hij is in 1970 in Leningrad geboren en heeft talrijke beroepen uitgeoefend. Enkele jaren geleden debuteerde hij met Macho's huilen niet, dat meteen een succes werd. De herkenbaarheid was kennelijk groot. Zijn personages zijn een jaar of tien ouder dan die van Denezjkina. De generatie die in Rusland de `generatie P' (van Perestrojka) heet, die op jeugdige leeftijd de instorting van het communisme en de overgang naar het wilde kapitalisme van de jaren negentig heeft meegemaakt. Een generatie die nergens meer in gelooft en voor wie `normen en waarden' niet bestaan. Zo wordt in Stogoffs boek een kleine scharrelaar die er met een paar duizend dollar drugsgeld vandoor is gegaan, achteloos een hand afgehakt.

Macho's huilen niet bevat schetsen uit het leven van een alcoholverslaafde journalist in Petersburg. Het sterkste, eerste deel van het boek beschrijft een jaar uit het leven van de hoofdpersoon, een tocht langs louche kroegen en woningen van duistere bekenden op zoek naar alcohol in al zijn verschijningsvormen, en drugs. Het boek staat vol met gesprekken als de volgende. `Als je amfetaminen met alcohol slikt, dan krijg je me toch een depressie.Maar met benzodol kan wel. En het is niet duur ook.' Later wreekt zich soms een zekere eentonigheid. In het tweede deel voert de hoofdpersoon een strijd tussen de drank en een grote liefde, die natuurlijk door de drank wordt gewonnen. En in het derde deel reist de journalist – inmiddels getrouwd en vader – voor een boeddhistisch congres naar Kuala Lumpur waar hij, ondanks islamitische anti-alcoholwetten, zijn drinkende leven moeiteloos voortzet. De opblaasolifant die hij als cadeautje voor zijn spruit heeft gekocht, raakt hij onderweg alweer kwijt. Bij de geboorte van zijn kind was de aanstaande vader zo dronken geweest dat de dokter hem moest ondersteunen: `dat moment had niets mystieks het was zo maar een moment.' En zo is het hele leven een aaneenschakeling van losse momenten die geen enkele betekenis hebben, van het betekenisloze moment van de geboorte tot het betekenisloze moment van de dood. Toch laat Stogoff nog een klein beetje hoop voor de toekomst.

Rock 'n roll

Valeri Zalotoecha is in De laatste communist iets niet minder pessimistisch. Het is het verhaal van de jonge Ilja Petsjonkin, de zoon van Vladimir Petsjonkin, een van Ruslands nieuwe rijken die bijna de gehele provinciestad Pridonsk zijn eigendom mag noemen. Aan het begin keert Ilja terug van een Zwitserse elite-kostschool waar hij zich tot het communisme heeft bekeerd. Hij heeft dan ook geen enkele belangstelling voor zijn vaders kapitalistische plannen, integendeel, in Pridonsk vormt hij een communistische cel samen met twee voor Russische begrippen exotische jongeren: een halve negerin en een halve Koreaan. Een van hun acties is om de glazen kapel die vader Petsjonkin de stad schonk, op te blazen. Het boek begint als een onvervalste komedie, maar eindigt als een tragedie waarbij zowel de communisten als de nieuwe rijken het onderspit delven.

Zalotoecha, bekend in Rusland om zijn filmscenario's, heeft ook De laatste communist opgezet als een film, met plotselinge scènewisselingen, veel dialoog en zeer visuele beschrijvingen. Zo'n opzet is in de literatuur verfrissend, maar heeft als nadeel dat de innerlijke wereld van de personages wat in de verdrukking komt. Gelukkig is De laatste communist net kort genoeg om leuk te blijven. Het is een interessant en levendig verteld verhaal, met veel verwijzingen naar vooral het werk van Dostojevski, waarin voor het eerst een serieuze poging wordt gedaan om de Russische nouveau riche van binnenuit te belichten. En het tekent scherp de ideologische verwarring waarin een groot deel van de Russische bevolking verkeert.

Ideologieën brengen rampspoed voort en leiden tot de ondergang, aldus deze drie nieuwe Russische schrijvers. Maar een leven helemaal zonder iets dat op een ideologie lijkt is eveneens een doodlopende straat. Het is overigens frappant dat religie, in het huidige Rusland een niet te verwaarlozen factor, nauwelijks een rol speelt. Ook deze ideologische uitweg gunnen de schrijvers hun personages niet. Blijven over drank en drugs als enig redmiddel. Het is dan veelbetekenend dat Ilja Petsjonkin, de laatste communist, de enige is die niet drinkt en die dan ook als eerste te gronde gaat. De wereld van de Russen is absurd en rauw als altijd, maar hun vermogen om daar mooie literatuur van te maken hebben ze nog niet helemaal verloren.

Irina Denezjkina: Geef! Uit het Russisch vertaald door Madeleine Mes. Vassallucci, 222 blz. €15,95

Valeri Zalotoecha: De laatste communist. Uit het Russisch vertaald door Otto Boele. Prometheus, 254 blz. €17,50

Ilja Stogoff: Macho's huilen niet. Uit het Russisch vertaald door Arie van der Ent. Vassallucci, 347 blz. €19,95