Koerden vrezen terugkeer oude tijden

Sinds Koerdische rebellen hun bestand met het Turkse leger per 1 juni opzegden wordt er weer flink gevochten in Zuidoost-Turkije. Staan de vrede en vooruitgang weer op het spel?

Wordt het weer oorlog in het Koerdische gedeelte van Turkije? Als hij de vraag hoort, trekt Fevsi Senol, directeur van het Koerdische Instituut in Diyarbakir, een gezicht alsof hij haar niet wil beantwoorden. Liever vertelt hij hoe alles is veranderd in Turkije.

Lange tijd werkte Senol als onderwijzer in Diyarbakir. Toen hij enige jaren geleden een uitnodiging voor een schoolavondje zowel in het Turks als het Koerdisch de deur uit liet gaan, begon de Turkse justitie direct een procedure tegen hem. Hij werd overgeplaatst van Diyarbakir naar Erzurum en ook daar lieten de autoriteiten niet na hem het leven zuur te maken.

Maar Senol won het proces over `de uitnodiging'. En alsof dat niet genoeg was: Turkije is de afgelopen jaren zó veel liberaler geworden, dat dit jaar de uitnodigingen wederom in twee talen de deur uitgingen. Maar dit keer kreeg niemand er last mee. ,,Turkije is veranderd'', zegt Senol.

Het is niet de enige verandering dit jaar. Op 1 juni heeft Kongra-Gel, de opvolger van de PKK van Abdullah Öcalan, zijn bestand opgezegd met het Turkse leger en sinds die tijd hebben er vrijwel elke dag ergens in het zuidoosten confrontaties plaats, waarbij vrijwel altijd doden vallen.

Koerdische haviken hebben de strijd ook overgebracht naar de metropool Istanbul. In augustus ontploften daar bommen in twee hotels en bij een opslagplaats voor autogas. Daarbij kwamen twee mensen om het leven. In een communiqué waarschuwden de extremisten dat Turkije een gevaarlijk land was geworden voor onder anderen toeristen. Menig Turk huiverde: de donkerste dagen van de oorlog in het zuidoosten leken terug te komen.

Maar Senol ziet het allemaal minder somber. Turkije is veranderd, zegt hij, en zijn Koerdische Instituut is daar een bewijs van. Op het Instituut annex taalschool, dat in januari 2004 werd geopend, worden behalve taallessen ook publicaties in het Koerdisch verzorgd.

Nog een verandering volgens Senol: de bevolking is weerbaarder geworden. Op zijn bureau ligt een handleiding wat je moet doen als je gemarteld wordt. Het project dat de brochure maakte, heet `gerechtigheid voor iedereen'. Advocaten in Diyarbakir, zo staat er, geven gratis rechtsbijstand als er een klacht wordt ingediend.

Hoe weerbaar de bevolking is geworden, bleek toen een groep jongeren uit onder andere Diyarbakir, Mersin en Istanbul naar de bergen wilde trekken om zich zo als `levend schild' tussen de Koerdische rebellen en het Turkse leger op te stellen. Natuurlijk kwam het niet zo ver en natuurlijk, zegt Senol, begon de Turkse justititie een rechtszaak tegen de jongeren in kwestie. Maar in tegenstelling tot vroeger was er bij de Turkse publieke opinie – ook bij niet-Koerden – grote sympathie voor wat de vredesactivisten wilden. En dat was zo'n tien, vijftien jaar geleden, toen de oorlog in Zuidoost-Turkije op zijn hoogtepunt was, wel anders.

Niettemin zijn er nog steeds grote problemen. De politie heeft, zo zeggen velen, de duimschroeven weer wat aangedraaid. ,,Niet zo als vroeger'', zegt Senol. Maar volgens advocaat Sila Talay van de mensenrechtenorganisatie IHD in Diyarbakir is er nog steeds sprake van een grootschalige schendingen. Tot 1 oktober, aldus de statistieken van de IHD, werden er nog 140 mensen geslagen, 75 bedreigd en 101 uitgescholden door politie, gendarme en andere overheidsfunctionarissen.

Achter die statistieken gaan vaak treurige verhalen schuil. De zoon van Sevket Günes deserteerde uit het leger en niemand wist waar hij was. Om negen uur 's ochtends werd er bij Günes thuis aangebeld. Een aantal mannen, die zich niet identificeerden als politie, trapte de deur in, sloeg Günes' een tand uit de mond toen ze niet wilde meewerken en nam een andere zoon van Günes (niet de deserteur) mee voor ondervraging (na een paar uur kwam deze weer vrij overigens). ,,De politie heeft hier ten minste drie fouten gemaakt'', aldus advocaat Talay. ,,Ze zeiden niet wie ze waren, ze hadden geen huiszoekingsbevel en ze hebben geweld gebruikt.''

De zaak loopt en de autoriteiten hebben toegezegd foto's te laten zien van alle agenten die op de dag van het incident dienst hadden, zodat de familie de `verdachten' kan aanwijzen. ,,Er is hier zo veel fout gegaan, dat ik hoop dat we hier iets mee kunnen'', zegt Talay. Maar hoeveel keer heeft ze al meegemaakt dat er politiefunctionarissen voor mishandeling of ander vorm van wangedrag de gevangenis in gingen? ,,Nog geen enkele keer'', zegt ze.

Mede daarom vindt ze het rapport van de Europese Commissie, dat concludeerde dat er in Turkije geen systematische marteling meer plaatsheeft, wat aan de optimistische kant. ,,Ik wil hopen dat het beter gaat'', zegt ze. Maar de enige kwalificatie die ze daaraan verbindt is dat mishandeling de afgelopen tijd minder ernstig is geworden – maar het heeft nog steeds plaats, aldus Talay, op grote schaal. Ook op dit punt is de bevolking weerbaarder geworden. Toen politieagenten een jongen zonder duidelijke reden op straat in elkaar sloegen, leidde dat tot een grote demonstratie op de universiteit van Diyarbakir.

In het oude Turkije, dat prioriteit gaf aan de strijd tegen `terroristen', ongeacht de gevolgen en de methoden, zou het einde van de wapenstilstand van Kongra-Gel ongetwijfeld tot een grote golf mensenrechtenschendingen hebben geleid. Maar nu Ankara wil onderhandelen met de Europese Unie over lidmaatschap, liggen de zaken anders. Vrijwel elke week is er een Europese delegatie in Diyarbakir om de mensenrechten daar te beoordelen. Dus ook al zou menig politieagent van de oude stempel er direct op willen slaan, uit Ankara komt het bevel dat niet te doen.

Ook veel Koerden zelf zijn veranderd. ,,Ik geloof niet in geweren en oorlog'', zegt Senol. Velen in Diyarbakir zijn het met hem eens. De grote ster aan het Koerdische politieke firmament is dan ook niet meer Abdullah Öcalan maar Leyla Zana, het parlementslid van de Koerdische DEP-partij die jarenlang in een Turkse cel zat omdat ze tijdens haar beëdiging een aantal zinnen in het Koerdisch zei.

Zana, die in felle bewoordingen de bomaanslagen in Istanbul afkeurde, zei vorige maand een politieke partij te willen oprichten. Na haar vrijlating is zij het symbool geworden van een nieuwe richting in de Koerdische politiek die binnen het Turkse bestel zonder geweld meer culturele rechten voor de Koerden wil afdwingen.