Klas praat voorzichtig over de moord

Op scholen kunnen de emoties hoog oplopen als er gediscussieerd wordt over de moord op Van Gogh. Maar praten moet, vindt de deskundige. `Waar moeten leerlingen anders nog leren om respectvol met elkaar in debat te gaan?'

De leerlingen krijgen een wit blaadje voor zich. ,,Vandaag gaan we discussiëren'', zegt docent maatschappijleer Anneke ter Haar. ,,Doe je ogen maar dicht en vouw het blaadje dubbel.'' De leerlingen houden de papiertjes voor zich en proberen het te vouwen. Vervolgens moeten ze het nog een keer dubbelvouwen en de linkerbovenhoek eraf scheuren. Dan mogen de leerlingen hun ogen openen. Ze lachen om het resultaat. Sommige blaadjes hebben rafelige randen, andere een gat in het midden. ,,Jullie hebben allemaal dezelfde opdracht gehad. Toch ziet het er anders uit'', zegt Ter Haar.

Met het vouwen van blaadjes wil Ter Haar een aanzet geven om de moord op Theo van Gogh bespreekbaar te maken in de les maatschappijleer van klas 3-vmbo van scholengemeenschap Westhage in Den Haag. Op deze manier, zegt ze, wordt voor scholieren inzichtelijk hoe moeilijk het is om in een gesprek precies duidelijk te maken wat je bedoelt.

Een religieuze moord, twee islamitische scholen die het doelwit werden van aanslagen het zijn ingewikkelde onderwerpen om op school aan de orde te stellen. Zeker in een klas als die van Ter Haar, waar leerlingen van verschillende nationaliteiten en godsdiensten bij elkaar in de klas zitten. ,,Wij spelen een sussende rol'', zegt directeur Cees de Groot. ,,We proberen vooral de emoties te relativeren.''

Daarom hebben veel scholen hun leraren het advies gegeven in de eerste plaats voorzichtig te blijven.

,,Wij hebben het er alleen over als leerlingen aangeven dat zij er zelf over willen praten'', zegt adjunct-directeur Riny Hendriks van het Europa College in Utrecht, een vmbo-school met veel allochtone leerlingen. Discussies in de klas zijn daarom geen doel op zichzelf. ,,We moeten heel voorzichtig zijn. De opmerkingen die Van Gogh heeft gemaakt raken sommigen recht in het hart.''

De discussie opzoeken of het conflict juist vermijden, wat is beter? Het ministerie van Onderwijs zegt dat het geen richtlijnen of draaiboeken heeft klaarliggen. ,,Daar moet iedere school zelf een oplossing voor vinden'', zegt een woordvoerder van het departement.

Dat was bij eerdere crises wel anders. Na de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten en de gijzelingsactie op een basisschool in Beslan, in de zuid-Russische deelrepubliek Zuid-Ossetië, werden scholen opgeroepen om daar in de les actief aandacht aan te besteden.

En toen in maart 2003 de oorlog in Irak begon, en er gevreesd werd voor religieuze spanningen in de klas, schreef minister Van der Hoeven (Onderwijs) in een brief aan alle scholen dat gesprekken in de klas over de oorlog van groot belang zijn. ,,Individuele leerlingen of groepen kunnen in hun opvattingen scherp tegenover elkaar staan'', aldus de minister. Vervolg SCHOOL: pagina 3

SCHOLEN

`Leraar moet debat leiden'

Vervolg van pagina 1 Ook het onderwijsbureau KPC-groep stuurde scholen naar aanleiding van de Irak-oorlog materiaal met tips over de manier waarop scholen de discussie moeten aangaan. Zo moesten leraren proberen ,,waardenvrij'' over de oorlog te praten, moesten leerlingen elkaars standpunten samenvatten en proberen punten te zoeken waar ze het wél over eens waren. Deze keer heeft de KPC-groep niets van zich laten horen.

De scholen bedenken daarom nu hun eigen methoden. ,,De moord en alle gevolgen daarvan kunnen de spanningen in de klas op scherp zetten'', zegt directeur Bart Engbers van het Utrechtse Vader Rijn College. Op deze vmbo-school is meer dan driekwart van de leerlingen van Turkse of Marokkaanse afkomst.

De dag na de moord op Van Gogh schreef Engbers een brief aan alle leraren op zijn school. Hij drukte ze daarin op het hart ,,op een gepaste manier aandacht te besteden aan deze verschrikkelijke moord en aan de emotie die dat oproept''. En: ,,Theo van Gogh zei niet altijd voor de islam welgevallige zaken. (..) Op dit moment is verreweg het grootste deel van de leerlingen bezig met Ramadan. De leerlingen zijn in deze periode geprikkelder en makkelijker ontvlambaar.''

Engbers wil daarom niet dat alle leraren op zijn school discussies organiseren. ,,Dat soort gesprekken is heel moeilijk te leiden, en niet iedere leraar straalt de rust uit om dat te doen. Dan heb ik liever dat ze in de les praten over de regels die bij een rechtsstaat horen en wat de leerlingen op straat meemaken. Voor hen komt de moord pas echt dichtbij als ze buiten worden uitgescholden.''

Toch heeft juist de school de taak kinderen vertrouwd te maken met het debat, vindt Hans Kaldenbach. Hij is lerarenopleider aan de Hogeschool van Utrecht en traint scholen hoe zij moeten omgaan met etnische en religieuze spanningen. ,,Het is onverstandig dat scholen erover zwijgen. Waar moeten leerlingen anders nog leren om respectvol met elkaar in debat te gaan?''

Het is jammer dat het ministerie van Onderwijs de discussie over de moord niet heeft aangemoedigd, vindt Kaldenbach. ,,Leraren kunnen heel veel bereiken als ze nu in debat gaan met de klas. Dat kan heel goed, als je maar duidelijk de leiding in de hand houdt. De emoties bij de scholieren zijn er nu toch wel, zeker op zwarte scholen.''

Na de oefening met het papier vouwen en een video over zinloos geweld is het in de les van docente Anneke ter Haar tijd om over de moord op Van Gogh te gaan praten. Ter Haar deelt nu rode en groene papieren uit. Groen betekent eens, rood oneens. Ter Haar begint met een stelling: ,,Iedereen mag zijn mening uiten''. Dertien groene blaadjes gaan omhoog, en vier rode. Eén daarvan is van Hatice. ,,Je mag je mening uiten maar je moet niet zomaar over geloof beginnen.''

Haar klasgenoot Celile valt haar bij. ,,Het is niet goed als je zegt: het geloof is de schuld van alles. Van Gogh beledigde moslims.'' De discussie is niet erg fel, maar alle leerlingen doen mee. Volgens Ter Haar wijst dat op hun betrokkenheid.

Praten over de moord hoeft niet moeilijk te zijn, zegt lerarenopleider Kaldenbach. Zolang de leraar maar gezag heeft, en de discussie strak leidt. ,,Het kinkt afgezaagd, maar het is belangrijk om meteen met elkaar de moord af te keuren. En leraren moeten niet de tegenstellingen tussen allochtonen en autochtonen benadrukken. In het taalgebruik sluipt dat er soms in. Zegt een leraar bijvoorbeeld: in óns land doen we dat niet. Zo'n opmerking is natuurlijk catastrofaal.''