IJzeren trend naar de vechtmaatschappij

Met de decentralisatie van het sociale stelsel gaat de collectieve samenleving teloor. Paul van der Heijden, kroonlid van de SER en hoogleraar arbeidsrecht, maakt zich zorgen. ,,De kille westenwind die de macht van de aandeelhouders aanwakkert, zal grote gevolgen hebben voor de positie van werknemers.''

Het sociaal akkoord van afgelopen vrijdag is een belangrijke stap in het toekomstbestendig maken van ons stelsel van sociale zekerheid, zegt Paul van der Heijden, hoogleraar arbeidsrecht en rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam. ,,Het akkoord, inclusief de daaraan voorafgaande maanden van conflict tussen kabinet en vakbeweging, is een rite de passage van een samenleving die zich ontwikkelt van een collectieve, industriële samenleving naar een individuele kennissamenleving.'' Als onafhankelijk Kroonlid van de Sociaal Economische Raad (SER) in Den Haag – het adviesorgaan van de regering waarin werkgevers, vakbeweging en onafhankelijke specialisten zijn vertegenwoordigd – zit Van der Heijden in het hart van het Nederlandse sociale overlegmodel.

Van der Heijden voorspelt dat de arbeidsverhoudingen zich in de toekomst veel meer op het niveau van de onderneming zullen worden vastgesteld, in plaats van centraal. Hij maakt zich zorgen over de ,,ijzeren trend'' van de individualisering die de Angelsaksische manier van zaken doen in de kaart speelt. ,,De westenwind die de macht van de aandeelhouders aanwakkert, blaast hard en zal in Nederland grote gevolgen hebben voor de positie van werknemers en hun invloed in het bedrijfsleven. Er komt steeds meer macht bij de onderneming te liggen. Als we niet heel bewust zeggen: wij willen het anders, gaat de westenwind harder waaien en krijgen we een harde Angelsaksische samenleving – een vechtmaatschappij.'' Hij schreef er zelf een boek over: Westenwind. Van werknemersinvloed naar aandeelhoudersmacht.

De Angelsaksische invloed heeft volgens hem ook gevolgen voor het regeringsbeleid. Minister De Geus van Sociale Zaken (CDA) neigt ertoe steeds meer macht bij de onderneming leggen, of het nu gaat om arbeidstijden of om het afspreken van pensioenregelingen. ,,Dat vind ik een verontrustende ontwikkeling.''

Is de hervorming van de sociale zekerheid die de regering wilde niet al te zeer afgezwakt door toe te geven aan de eisen van de vakbeweging?

,,Nee. De hervormingsagenda is in het akkoord overeind gebleven. Zowel in de sociale zekerheid als in de pensioenen en de arbeidsvoorwaarden zijn grote wijzigingen aangebracht. In de sociale zekerheid zijn nu de werknemersverzekeringen vernieuwd. De WAO is afgeschaft. Alleen voor mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn blijft de uitkering in essentie gelijk. Maar de regeling voor gedeeltelijk of tijdelijk arbeidsongeschikten is helemaal gericht op deelname aan de arbeidsmarkt, anders dreigt werkloosheid. Voor de WW moet de SER nu iets slims bedenken, maar het staat vast dat die ook ingrijpend gewijzigd zal worden. De ziektewet was al geprivatiseerd. De werkgever moest al het loon van de werkgever in het eerste ziektejaar betalen, daar is het tweede jaar bijgekomen.

,,Hetzelfde geldt voor de pensioenen. De VUT/prepensioen is afgeschaft en de levensloopregeling is een individuele regeling geworden. De ijzeren trend van individualisering krijgt ook bij pensioenregelingen de overhand. Misschien duurt dat nog een paar jaar, maar de ban is gebroken.

,,Het akkoord, inclusief de daaraan voorafgaande maanden van conflict tussen kabinet en vakbeweging, is een rite de passage. De samenleving ontwikkelt zich van een collectieve, industriële samenleving naar een individuele kennissamenleving. Het is ook noodzakelijk de sociale zekerheid daaraan aan te passen. Zo'n overgang gaat met schokken gepaard.''

Brengt deze knieval aan de individualisering de solidariteit in gevaar?

,,Bij de individualisering hoort dat er meer zaken worden geregeld op het niveau van de sectoren en onderneming in plaats van centraal. Zo zijn er nu drie wetten in voorbereiding die sterk de decentralisering en ondernemingsmacht willen bevorderen. De Arbeidsomstandighedenwet, die voorziet in arbo-convenanten tussen ondernemingsraad en werkgevers, de Arbeidstijdenwet, waarover afspraken bij CAO moeten worden afgesloten, en de Wet Medezeggenschap, hetzelfde laken een pak. De grote lijn is vereenvoudiging en deregulering.

,,Daar gaat het gevecht over: hoe ver gaat de decentralisatie. Werkgevers willen decentraliseren naar ondernemingsniveau. Ze willen maatwerk, makkelijk met de regels kunnen omgaan.

,,Ik maak me daar wel zorgen over: je verliest zo de voordelen van de collectieve samenleving. Bij onderhandelingen op sectorniveau hebben de ondernemingen de vakbonden als sterke tegenspeler. Die ontbreekt op ondernemingsniveau. Collectieve regelingen houden ook voor werkgevers de transactiekosten laag. Het zelf afsluiten van bijvoorbeeld pensioenregelingen is voor grote ondernemingen geen probleem, maar voor de kleine loodgieter met zes werknemers wel. Bovendien is de vraag of de werknemers wel zoveel keuze willen. Mensen zijn de halve zondagmiddag bezig uit te pluizen welke regeling ze moeten kiezen voor hun pensioen, hun prepensioen, de kindercrèche of aanvullende ziektekosten. Veel mensen hebben helemaal geen probleem met collectieve regelingen.

,,We moeten zorgen dat het cement dat we de afgelopen vijftig jaar in de verzorgingsstaat hebben aangebracht, niet verbrokkelt. Dat gebeurt wel als de westenwind blijft waaien, als wij de Angelsaksische cultuur waarin ieder voor zichzelf zorgt, overnemen.''

De Angelsaksiche cultuur?

,,De Angelsaksen en Amerikanen hebben nooit sectorafspraken gekend. Voor hen was de onderneming altijd al het centrum van de economische activiteit en van de economische verhoudingen. De invloed van de Angelsaksische arbeidsverhoudingen volgt de invloed van de aandeelhoudersmarkt, die ook Angelsaksisch is. Voorheen besteedde een bedrijf vijf tot zes dagen per jaar aan aandeelhouders en analisten, bij ABN Amro is dat nu vijftig tot zestig dagen per jaar – tien keer zoveel. Dat gaat ten koste van werknemers. Ieder bedrijf, iedere manager moet zichzelf afvragen: wat is mijn visie, hoe zie ik mijn onderneming. Is dat vooral een vehikel voor de aandeelhouders om dividend te verkrijgen, of speelt de werknemer ook nog een belangrijke rol, zoals bijvoorbeeld bij de Brit Richard Branson van Virgin. Hij plaatst klanten op de eerste plaats, medewerkers op de tweede en aandeelhouders op de derde plaats en is een succesvolle ondernemer.

,,De Tabaksblat-code geeft veel meer invloed aan aandeelhouders in de onderneming. Dat is ook de strekking van steeds meer Europese wetten en richtlijnen. Tegelijkertijd verschuift op CAO-gebied de macht steeds meer van het centrale niveau naar het niveau van de onderneming. Dat vind ik zorgelijk. Het evenwicht wordt verstoord, terwijl er een balans nodig is tussen de machtsuitoefenaren. Dat geeft de beste garantie dat die macht wordt gecontroleerd.''

Is de trend naar Angelsaksische arbeidsverhoudingen onomkeerbaar?

,,Nee. De vechtmaatschappij van `ieder voor zich' voorkom je door afspraken over cruciale onderwerpen als loon, pensioen, en vakantie, niet op ondernemingsniveau te maken, maar per sector te blijven onderhandelen. Ook over andere onderwerpen moeten op sectorniveau globale afspraken worden gemaakt, die per onderneming verder kunnen worden uitgewerkt. Dat is het sociale model dat wij kennen en dat een bewezen waarde heeft.

,,De sectorale afspraken én het algemeen verbindend verklaren daarvan zijn cruciaal voor de sociale cohesie in dit land. Ik verbaas me er nog iedere minuut over dat minister De Geus de algemeen verbindendverklaring in de strijd heeft geworpen. Daar moet een minister van Sociale Zaken niet aan morrelen.

,,In een land waar al een maatschappelijke tendens is van individualisering en flexibilisering, en ook nog een kille westenwind van aandeelhoudersactivisme opsteekt, moet je dan niet verbaasd zijn dat er ruim tweehonderdduizend man de straat opgaan die het begrip solidariteit meer inhoud willen geven.''

Werken centrale afspraken niet te traag? Volgens werkgevers en internationale instellingen zoals het Internationale Monetaire Fonds en de Oeso hervormt West-Europa te langzaam, gezien de trage economische groei en de verhevigde concurrentie uit de VS en Azië.

,,De aanpassingen die wij in Europa moeten doen om bij te blijven, hangen niet zozeer af van het tempo van de hervorming van de sociale voorzieningen. Het gaat om de inhoud van de arbeid, en die wordt bepaald door kennis. Als je ziet hoe het rapport Kok ontvangen is – de aanbevelingen per land, de naming and shaming, zijn er op aandringen van Frankrijk en Duitsland uit verdwenen – lijkt het nog steeds of we in Europa denken dat het niet zo'n vaart zal lopen. Terwijl het duidelijk is dat de brains naar het westen, naar de VS verdwijnen, en de arbeid naar het oosten. Wij zullen het in Europa moeten hebben van kenniswerk en innovatieve arbeid – dus moeten we als de donder investeren in kennis. Daar doen we veel te weinig aan. Van het Innovatieplatform dat deze regering heeft opgezet horen we niet veel, maar er is één ding uit gekomen: uit de kennis-investeringsquote die het platform heeft opgesteld, blijkt dat zowel overheid als bedrijven veel minder in kennis investeren dan in de VS. Ga maar na: de bijdrage van de Nederlandse overheid per student op universiteiten en hbo's is de laatste twintig jaar gehalveerd!''